De Raad voor Maatschappelijk Welzijn keurt de notulen goed.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 77 en 78;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 302 en 303;
Gelet op het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 22 juni 2021 houdende het reglement klachtenbehandeling;
Gelet op het rapport van de algemeen directeur over de klachtenbehandeling van 2022 als bijlage, opgemaakt in toepassing van artikel 303 §3 van het decreet over het lokaal bestuur en voorbereid door de klachtencoördinator;
Overwegende de in 2022 ontvangen klachten;
Overwegende dat het jaarlijks verslag over de klachtenbehandeling volgende elementen bevat:
Overwegende dat het overzicht van de klachten en de behandeling besproken worden op het managementteam, het college van burgemeester en schepenen, het vast bureau en het directiecomité van het AGB;
Overwegende dat na evaluatie door het mat blijkt dat de procesbeschrijving klachtenbehandeling dient te worden aangepast;
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van het rapport van de algemeen directeur over de klachtenbehandeling van 2022 als bijlage bij dit besluit;
Artikel 2
De aangepaste procesbeschrijving klachtenbehandeling als bijlage bij het besluit wordt goedgekeurd en treedt in werking met ingang van 1 april 2023.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 77 en 78;
Gelet op de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
Gelet op de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens (Privacywet);
Gelet op het Vlaamse e-governmentdecreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronisch bestuurlijk gegevensverkeer;
Gelet op verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG: algemene verordening gegevensbescherming;
Gelet op het koninklijk besluit van 13 februari 2001 ter uitvoering van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 15 mei 2009 houdende de uitvoering van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronisch bestuurlijk gegevensverkeer;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 15 mei 2009 betreffende veiligheidsconsulenten;
Overwegende dat het beleid en het management een cruciale rol spelen om informatieveiligheid te waarborgen binnen de organisatie;
Overwegende dat het beleid en het management informatieveiligheid ondersteunen en zich hierbij betrokken voelen door het uitbrengen en handhaven van een informatieveiligheidsbeleid van en voor het lokale bestuur;
Overwegende dat informatieveiligheid rond meer draait dan enkel ICT, computers en automatisering, maar ook rond álle uitingsvormen van informatie, alle mogelijke informatiedragers en alle informatie verwerkende systemen, en vooral ook mensen en processen;
Gelet op de beleidsnota "Informatieveiligheidsbeleid lokaal bestuur Merchtem gemeente/OCMW/AGB" als bijlage bij dit besluit;
De raad keurt de beleidsnota "Informatieveiligheidsbeleid lokaal bestuur Merchtem gemeente/OCMW/AGB" goed.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 77 een 78;
Gelet op de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
Gelet op de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens (Privacywet);
Gelet op het Vlaamse e-governmentdecreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronisch bestuurlijk gegevensverkeer;
Gelet op verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG: algemene verordening gegevensbescherming;
Gelet op het koninklijk besluit van 13 februari 2001 ter uitvoering van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 15 mei 2009 houdende de uitvoering van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronisch bestuurlijk gegevensverkeer;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 15 mei 2009 betreffende veiligheidsconsulenten;
Gelet op het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van heden houdende goedkeuring informatieveiligheidsbeleid lokaal bestuur Merchtem;
Overwegende dat het lokaal bestuur als verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens moet voorzien in een procedure om beveiligingsincidenten en gegevenslekken op te sporen, te rapporteren en te onderzoeken;
Overwegende dat het belangrijk is dat personeelsleden en mandatarissen weten wat beveiligingsincidenten en gegevenslekken zijn en waar deze kunnen gemeld worden;
Overwegende dat de informatieveiligheidscel een procedure voor beveiligingsincidenten en gegevenslekken heeft opgesteld;
Gelet op de procedure beveiligingsincidenten en gegevenslekken als bijlage bij dit besluit;
Artikel 1
De procedure beveiligingsincidenten en gegevenslekken als bijlage bij dit besluit wordt goedgekeurd;
Artikel 2
Het vast bureau wordt belast met de praktische uitvoering en update van de contactgegevens indien nodig.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 77 en 78;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 39;
Gelet op het raadsbesluit van 25 maart 2019 houdende deontologische code voor de gemeente en OCMW-raadsleden;
Gelet op het raadsbesluit van 25 maart 2019 houdende vaststelling aantal leden deontologische commissie;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 29 april 2019 houdende vaststelling samenstelling deontologische commissie (2019-2024), zoals gewijzigd;
Overwegende dat het Vlaams Parlement aan artikel 39 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur de volgende zinnen heeft toegevoegd:
"De gemeenteraad neemt een deontologische code aan... “en richt een deontologische commissie op. De deontologische code regelt ook de samenstelling, werking en bevoegdheid van de deontologische commissie. De deontologische commissie bestaat minstens uit één vertegenwoordiger per fractie in de gemeenteraad.”;
Overwegende dat de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn reeds een deontologische commissie in de schoot van de gemeenteraad hebben opgericht;
Overwegende dat de gemeenteraad het aantal leden van de deontologische commissie heeft vastgesteld op 9, als volgt verdeeld over de fracties:
Overwegende dat Groen na de recente decreetwijziging recht heeft op een volwaardige vertegenwoordiger;
Overwegende dat het omwille van het principe van de evenredigheid aangewezen is om het aantal leden van de deontologische commissie te verhogen tot 11;
Artikel 1
Artikel 51, 52 en 53 (inclusief titel) van de deontologische code voor de gemeente- en OCMW-mandatarissen als volgt aan te passen:
Artikel 51
De deontologische commissie van de gemeenteraad/ raad voor maatschappelijk welzijn
§1. Oprichting van een deontologische commissie van de gemeenteraad/ raad voor maatschappelijk welzijn
Er wordt een deontologische commissie in de schoot van de gemeenteraad en een deontologische commissie in de schoot van de raad voor maatschappelijk welzijn opgericht.
§2. Bevoegdheid van de deontologische commissies
De commissie gaat na over welke mandataris er een melding gemaakt wordt en in welke hoedanigheid.
Als de deontologische commissie een onderzoek naar een inbreuk op de deontologische code afrondt, brengt ze de gemeenteraad of de raad voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van dat onderzoek en van haar advies of uitspraak.
De deontologische commissies kunnen geen tuchtmaatregelen of blaam opleggen maar de besprekingen binnen de deontologische commissie kunnen leiden tot:
De deontologische commissie voor de gemeenteraad is bevoegd voor:
De deontologische commissie voor de raad voor maatschappelijk welzijn is bevoegd voor:
§3. Samenstelling van de deontologische commissies
De samenstelling van de deontologische commissie van de gemeenteraad wordt geregeld in een apart gemeenteraadsbesluit, met dien verstande dat alle fracties van de gemeenteraad moeten vertegenwoordigd zijn in de commissie en de leden aangesteld worden met een akte van voordracht.
Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht voor elk van de kandidaat-commissieleden ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de leden van de fractie waarvan het kandidaat-commissielid deel uitmaakt. Als de fractie van het kandidaat-commissielid maar uit twee verkozenen bestaat, volstaat de handtekening van een van hen. Niemand kan meer dan één akte ondertekenen per beschikbaar mandaat voor de fractie.
De burgemeester of schepenen kunnen geen voorzitter zijn van een deontologische commissie.
Een lid van de deontologische commissie van de gemeenteraad kan zich laten vervangen door iemand van dezelfde politieke fractie. Een lid dat deel uitmaakt van een éénmansfractie, kan zich laten vervangen door een mandataris van een andere fractie. Gaat een procedure over een mogelijke schending van een code door een lid van de commissie, dan wordt tijdens de hele procedure daarover het lid vervangen door een door zijn/haar fractie aangestelde plaatsvervanger.
De samenstelling van de deontologische commissie van de gemeenteraad is identiek aan de samenstelling van de deontologische commissie van de raad voor maatschappelijk welzijn.
§4. De wijze van vergaderen
De deontologische commissie vergadert achter gesloten deuren, tenzij de betrokkene die het voorwerp uitmaakt van de melding of klacht, om een openbare behandeling vraagt voor zijn eigen tussenkomst.
Voor de besprekingen en de adviezen van de deontologische commissie is geen aanwezigheidsquorum vereist.
De leden van de commissie werken volgens volgen de principes:
§5. Melding van een mogelijke schending
Meldingen van gemeenteraadsleden/ leden van de raad voor maatschappelijk welzijn over een mogelijke schending van de deontologische code worden ingediend bij de voorzitter van de deontologische commissie van de gemeenteraad/ van de raad voor maatschappelijk welzijn die de melding beoordeelt inzake ontvankelijkheid. Een melding is niet ontvankelijk indien:
In geval van hoogdringendheid, te beoordelen door de voorzitter van de deontologische commissie, wordt de bijeenroeping tenminste 3 dagen voor de vergadering bezorgd.
De bezorging van de oproeping, de agenda en het dossier gebeurt op dezelfde wijze als dat gebeurt in de raad, met dat verschil dat enkel de leden van de deontologische commissie deze oproep, agenda en dossiers ontvangt.
§6. De voorzitter van de deontologische commissie stelt de agenda op, opent en sluit de vergadering, is verantwoordelijk voor de handhaving van de orde en zit de vergadering voor. De notulen van de vergadering worden onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur opgesteld overeenkomstig artikel 277 van het decreet over het lokaal bestuur.
§7. Enkel de gemeenteraad/ raad voor maatschappelijk welzijn kan zich uitspreken of een mandataris van de gemeente/het OCMW een schending heeft begaan. Dat kan op basis van het gemotiveerd advies van de deontologische commissie. Als de raad beslist om af te wijken van het advies dan moet de vermeende schender de kans krijgen om door de raad zelf gehoord te worden vooraleer de raad ten gronde besluit.
Wanneer de gemeenteraad/ raad voor maatschappelijk welzijn vaststelt dat deze code geschonden werd door een mandataris van de gemeente/ het OCMW, dan kan de raad:
§8. Het presentiegeld van de leden van de deontologische commissie wordt desgevallend geregeld in een apart raadsbesluit.
Artikel 2
De gecoördineerde versie van de deontologische code voor de gemeente- en OCMW-mandatarissen als bijlage bij dit besluit goed te keuren
Artikel 3
De leden en de voorzitter van de deontologische commissie van de gemeenteraad zijn van rechtswege ook leden en voorzitter van de deontologische commissie van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, zoals gewijzigd;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018, zoals gewijzigd;
Gezien de woning met loods gelegen Gasthuisstraat 18, kadastraal gekend als afdeling 2, sectie H, nr. 25G, eigendom is van het OCMW Merchtem;
Gezien de woning gelegen Gasthuisstraat 20, kadastraal gekend als afdeling 2, sectie H, nr. 1 G, eigendom is van het OCMW Merchtem;
Gezien het OCMW de intentie heeft om deze woningen met loods te verkopen;
Gezien de woning reeds geruime tijd leegstaat en de tweedehandswinkel een nieuwe locatie zal krijgen;
Gezien het wenselijk is om de woning met loods gelegen Gasthuisstraat 18, kadastraal gekend als afdeling 2, sectie H, nr. 25G en de woning gelegen Gasthuisstraat 20, kadastraal gekend als afdeling 2, sectie H, nr. 1 G samen te koop aan te bieden via de procedure Biddit;
Overwegende dat hiervoor opdracht zal gegeven worden aan notarissen Podevyn-Tack ingevolge hun aanstelling als notaris;
Gelet op de processen-verbaal van schatting opgemaakt door Marc Geerts, landmeter-expert op 2 februari 2023 en op 7 februari 2023;
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn beslist dat de woning met loods gelegen Gasthuisstraat 18, kadastraal gekend als afdeling 2, sectie H, nr. 25G en de woning gelegen Gasthuisstraat 20, kadastraal gekend als afdeling 2, sectie H, nr. 1 G samen te koop zullen aangeboden worden via de procedure Biddit;
Artikel 2
De raad voor maatschappelijk welzijn beslist om de algemeen directeur en de burgemeester mandaat te geven om het hoogste bod te aanvaarden.
Namens de raad voor maatschappelijk welzijn,
Namens Raad,
Chris Van den Bossche
Algemeen directeur
Walter Teugels
Voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn