De voorzitter opent de zitting op 15/12/2025 om 20:14.
De gemeenteraad keurt de notulen goed.
Goedkeuring notulen d.d. 13 oktober 2025
Met 20 stemmen voor (Nathalie Hellinckx, Maarten Mast, David De Valck, Dirk Blomme, Steven Elpers, Reinhoud De Bosscher, Joris Verspecht, Toon Dours, Jean De Block, Stefaan Van Den Eynde, Luc Robberechts, Luc Vrijders, Ana Lara Valdes, Marieke Vrydag, Martine Devis, Niki De Proft, Wim Gerarts, Nathalie Vyt, Jeannine Van de Vreken, Lieven Vanderstappen), 5 onthoudingen (Lien Casier, Toon Luypaert, Michiel De Potter, Simon Graind'Orge, Tim De Ridder)
Goedkeuring notulen d.d. 20 oktober 2025
Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
De gemeenteraad bekrachtigt de collegebeslissing d.d. 23 oktober 2025 houdende goedkeuring agendapunten en aanduiding gemeentelijk vertegenwoordiger voor de buitengewone algemene vergadering van Intradura d.d. 10 december 2025.
De gemeenteraad bekrachtigt de collegebeslissing d.d. 23 oktober 2025 houdende goedkeuring agendapunten en aanduiding gemeentelijk vertegenwoordiger, zijnde schepen David De Valck, voor de buitengewone algemene vergadering van Intradura d.d. 10 december 2025.
De gemeenteraad bekrachtigt de collegebeslissing d.d. 23 oktober 2025 houdende goedkeuring agendapunten en aanduiding gemeentelijk vertegenwoordiger voor de buitengewone algemene vergadering van Haviland d.d. 10 december 2025.
De gemeenteraad bekrachtigt de collegebeslissing d.d. 23 oktober 2025 houdende goedkeuring agendapunten en aanduiding gemeentelijk vertegenwoordiger, zijnde raadslid Jean De Block, voor de buitengewone algemene vergadering van Haviland d.d. 10 december 2025.
De gemeenteraad bekrachtigt de collegebeslissing d.d. 23 oktober 2025 houdende goedkeuring agendapunten en aanduiding gemeentelijk vertegenwoordiger voor de buitengewone algemene vergadering van Creat Services dv d.d. 16 december 2025.
De gemeenteraad bekrachtigt de collegebeslissing d.d. 23 oktober 2025 houdende goedkeuring agendapunten en aanduiding gemeentelijk vertegenwoordiger, zijnde schepen David De Valck, voor de buitengewone algemene vergadering van Creat Services dv d.d. 16 december 2025.
De gemeenteraad bekrachtigt de collegebeslissing d.d. 20 november 2025 houdende goedkeuring agendapunten en aanduiding gemeentelijk vertegenwoordiger voor de buitengewone algemene vergadering van Havicrem d.d. 17 december 2025.
De gemeenteraad bekrachtigt de collegebeslissing d.d. 20 november 2025 houdende goedkeuring agendapunten en aanduiding gemeentelijk vertegenwoordiger, zijnde raadslid Jean De Block, voor de buitengewone algemene vergadering van Havicrem d.d. 17 december 2025.
De missie en de visie van het lokaal bestuur Merchtem worden bepaald.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 2§1;
Artikel 1
De missie van het lokaal bestuur Merchtem luidt:
De gemeente Merchtem wil zich blijven profileren als een financieel gezonde gemeente waar het aangenaam leven is in een mooie omgeving en waar de burger centraal staat.
Artikel 2
De visie van het lokaal bestuur Merchtem luidt:
Merchtem staat voor:
De samenwerkingsovereenkomst betreffende de opmaak van het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan Bedrijvigheid Meuzegem wordt goedgekeurd.
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het decreet Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en latere wijzigingen, met in het bijzonder Titel II Planning, Hoofdstuk II - Ruimtelijke Uitvoeringsplannen;
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdend algemene bepalingen inzake milieubeleid;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 1997 betreffende de definitieve vaststelling van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen en het besluit van de Vlaamse regering van 12 december 2003 betreffende de definitieve vaststelling van een herziening van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2010 betreffende de definitieve vaststelling van de tweede herziening van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen;
Gelet op het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Vlaams-Brabant, definitief vastgesteld door de Provincieraad op 19 september 2023;
Gelet op het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan dat door de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant werd goedgekeurd op 19 december 2013;
Gelet op het decreet tot wijziging van de regelgeving voor ruimtelijke uitvoeringsplannen teneinde de planmilieueffectrapportage en andere effectbeoordelingen in het planningsproces voor ruimtelijke uitvoeringsplannen te integreren door wijziging van diverse decreten d.d. 1 juli 2016;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering betreffende het geïntegreerde planningsproces voor ruimtelijke uitvoeringsplannen, planmilieueffectrapportage en andere effectbeoordelingen d.d. 17 februari 2017;
Artikel 1
De samenwerkingsovereenkomst betreffende de opmaak van het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan Bedrijvigheid Meuzegem wordt goedgekeurd;
Artikel 2
De voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur worden gemachtigd de samenwerkingsovereenkomst te ondertekenen;
Artikel 3
Een afschrift van deze beslissing zal overgemaakt worden aan de provincie Vlaams-Brabant en de gemeente Meise.
De gemeenteraad gaat akkoord met de invoering van de uniforme GFT-afvalzak vanaf 1 januari 2026.
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur d.d. 22/12/2017, inzonderheid de bevoegdheden van de gemeenteraad, artikel 40 en 41;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Artikel 1
De gemeenteraad gaat akkoord met de invoering van de uniforme GFT-afvalzak vanaf 1 januari 2026;
Artikel 2
De gemeenteraad gaat akkoord dat de huidige gemeentelijke GFT-zakken nog mee worden opgehaald door Intradura tot 31 december 2026;
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit.
De gemeenteraad stelt de stedenbouwkundige verordening bijkomende normen inzake het uitrustingsniveau bij meergezinswoningen vast. De stedenbouwkundige verordening treedt in voege op 1 maart 2026.
Gelet op het Decreet lokaal bestuur d.d. 22 december 2017, inzonderheid de bevoegdheden van de gemeenteraad (artikel 40§3);
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, Titel II planning, Hoofdstuk III - Stedenbouwkundige verordeningen;
Artikel 1
De gemeenteraad stelt de stedenbouwkundige verordening bijkomende normen inzake het uitrustingsniveau bij meergezinswoningen, als bijlage, vast;
Artikel 2
De stedenbouwkundige verordening zal gepubliceerd worden op het DSI-loket en zo bezorgd worden aan de deputatie en de Vlaamse Regering;
Artikel 3
Na de schorsingstermijn van 45 dagen zal de verordening openbaar gepubliceerd worden zoals wettelijk voorzien;
Artikel 4
De stedenbouwkundige verordening zal slechts worden toegepast voor aanvragen die ingediend worden na de inwerkingtreding. De stedenbouwkundige verordening treedt in voege op 1 maart 2026.
De gemeenteraad keurt de ontwerpakte goed voor de gratis grondafstand van een strook grond gelegen aan de Drielindenbaan, gekadastreerd onder sectie K, deel van nummer 0020SP0000.
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, zoals gewijzigd;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018, zoals gewijzigd;
De bijgevoegde ontwerpakte, opgemaakt door Peers-Vandenbosch, notarissen te Vilvoorde met tussenkomst van Robbe Tack, notaris te Merchtem, voor de gratis grondafstand van een strook grond gelegen aan de Drielindenbaan, gekadastreerd onder sectie K, deel van nummer 0020SP0000 met een oppervlakte van 54 ca, wordt goedgekeurd.
De gemeenteraad keurt de ontwerpakte goed voor de gratis grondafstand van een strook grond gelegen aan de Brusselsesteenweg, gekadastreerd onder sectie A, deel van nummers 0150E2P0000 en 0150G2P0000.
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, zoals gewijzigd;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018, zoals gewijzigd;
De bijgevoegde ontwerpakte, opgemaakt door Robbe Tack, notaris te Merchtem, voor de gratis grondafstand van een strook grond gelegen aan de Brusselsesteenweg, gekadastreerd onder sectie A, deel van nummers 0150E2P0000 en 0150G2P0000 met een oppervlakte van 8 ca, wordt goedgekeurd.
De gemeenteraad neemt de beslissing om een gemeentelijk vrijwilligerskorps op te richten.
Gelet op het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 40, §1;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering 18 juli 2025 tot toekenning van een projectsubsidie aan Rode Kruis-Vlaanderen voor de ondersteuning van de gemeentelijke vrijwilligerskorpsen;
Artikel 1
De gemeenteraad beslist om een gemeentelijk vrijwilligerskorps op te richten;
Artikel 2
De gemeenteraad beslist tot aansluiting van het gemeentelijk vrijwilligerskorps bij het vrijwilligerskorpsmodel zoals beschreven in de conceptnota aan de Vlaamse Regering Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma "vrijwilligerskorpsen". Binnen dit model krijgt het gemeentelijk vrijwilligerskorps ondersteuning van Rode Kruis-Vlaanderen voor:
Artikel 3
Het vrijwilligerskorps zal minstens 10 leden en maximaal 80 leden omvatten. Als er meer dan 80 kandidaten zijn, beslist het college van burgemeester en schepenen wie er kan deel uitmaken van het vrijwilligerskorps. Hierbij wordt rekening gehouden met de noden van het korps zoals een heterogene samenstelling op basis van woonadres, leeftijd, kennis, …
Artikel 4
De gemeenteraad verleent de machtiging om een hulpvraag in de digitale crisistool te lanceren aan de burgemeester EN de noodplanningscoördinator;
Artikel 5
De gemeenteraad engageert zich om via de communicatiekanalen van de gemeente de werving van vrijwilligers te ondersteunen.
De gemeenteraad erkent 3Wplus in het kader van het decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten.
Gelet op het decreet lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van de buitenschoolse opvang en de afstemming tussen de buitenschoolse activiteiten;
Gelet op de conceptnota Decreet buitenschoolse opvang en activiteiten van 28 februari 2025;
De gemeenteraad erkent 3Wplus in het kader van het decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten
De gemeenteraad geeft zijn goedkeuring aan het huishoudelijk reglement van de ombudsdienst inschrijvingen centraal aanmeldregister.
Gelet op het decreet basisonderwijs (artikel 37/16 en artikel 37/33);
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering over het inschrijvingsrecht in het basisonderwijs en het secundair onderwijs, hoofdstuk 5, afdeling 1;
Gelet op de omzendbrief inschrijvingsrecht en aanmeldingsprocedures in het gewoon basisonderwijs voor het schooljaar 2023-2024 en volgende;
De gemeenteraad geeft zijn goedkeuring aan het huishoudelijk reglement van de ombudsdienst inschrijvingen centraal aanmeldregister.
De verzelfstandiging onder de vorm van een autonoom gemeentebedrijf in de legislatuur 2025-2030 wordt verdergezet.
Gelet op het decreet over het lokaal, artikel 40 en 41;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 227;
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing 26 oktober 2009 waarin de oprichting en de statuten van het Autonoom Gemeentebedrijf Merchtem, afgekort AGB Merchtem werden goedgekeurd;
Gelet op de goedkeuring van de gemeenteraadsbeslissing van 26 oktober 2009 door de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand op 5 februari 2010 en de publicatie van deze beslissing in het Belgisch Staatsblad van 25 februari 2010;
Gelet op het besluit van de raad van bestuur van het AGB Merchtem van 15 december 2025 houdende goedkeuring van het evaluatieverslag over de uitvoering van de beheersovereenkomst tussen de gemeente en het AGB Merchtem sinds de inwerkingtreding ervan;
Gelet op het document 'Merchtem AGB - decretaal evaluatieverslag' als bijlage bij dit besluit;
Artikel 1
De gemeenteraad neemt kennis van het document 'Merchtem AGB - decretaal evaluatieverslag' als bijlage bij dit besluit;
Artikel 2
De gemeenteraad neemt kennis van het advies van de raad van bestuur van het AGB Merchtem over de verderzetting van de verzelfstandiging onder de vorm van een autonoom gemeentebedrijf in de legislatuur 2025-2030;
Artikel 3
De verzelfstandiging onder de vorm van een autonoom gemeentebedrijf in de legislatuur 2025-2030 wordt verdergezet.
De aanpassing van de statuten van het AGB Merchtem wordt goedgekeurd.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 233;
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing 26 oktober 2009 waarin de oprichting en de statuten van het Autonoom Gemeentebedrijf Merchtem, afgekort AGB Merchtem werden goedgekeurd;
Gelet op de goedkeuring van de gemeenteraadsbeslissing van 26 oktober 2009 door de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand op 5 februari 2010 en de publicatie van deze beslissing in het Belgisch Staatsblad van 25 februari 2010;
Gelet op de statuten van het AGB Merchtem, zoals gewijzigd op 25 maart 2019;
Gelet op het besluit van de raad van bestuur van het AGB Merchtem van 15 december 2025 houdende advies over de aanpassing van de statuten van het AGB Merchtem;
Gelet op het document 'Analyse statuten AGB Merchtem' opgemaakt door Moore Public en GD&A advocaten als bijlage bij dit besluit;
Artikel 1
De statuten worden aangepast als volgt:
§1. Artikel 3 §1 wordt vervangen door 'De oprichtingsbeslissing en de statuten worden samen met het verslag over de voor- en nadelen van de externe verzelfstandiging gepubliceerd via een webtoepassing van de gemeente.';
§2. Artikel 5§3, derde alinea wordt vervangen door 'Het bedrijf kan, na machtiging door de Vlaamse Regering, in eigen naam en voor eigen rekening overgaan tot de onteigeningen die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van zijn doelstellingen.';
§3. Volgende §4 wordt toegevoegd aan artikel 5: '§4. Vanuit zijn taak voor de beleidsuitvoering kan het bedrijf ook betrokken worden bij de beleidsvoorbereiding. Het bedrijf mag zijn taken van gemeentelijk belang noch geheel, noch gedeeltelijk overdragen aan andere rechtspersonen, met behoud van de toepassing van andere wettelijke en decretale bepalingen.';
§4. Artikel 9§1, eerste alinea wordt vervangen door 'Na onderhandelingen sluit het bedrijf met de gemeente een beheersovereenkomst. Bij het onderhandelen over de beheersovereenkomst wordt de gemeente vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen en het bedrijf door de raad van bestuur. De beheersovereenkomst wordt, onder voorbehoud van de mogelijkheid tot verlenging, wijziging, schorsing en ontbinding, gesloten voor een periode die eindigt uiterlijk zes maanden na de volledige vernieuwing van de gemeenteraad.';
§5. Aan artikel 10 wordt volgende vierde alinea toegevoegd: 'Er zijn geen andere bestuursorganen met beslissingsbevoegdheid dan de in deze statuten vermelde bestuursorganen.';
§6. Aan artikel 19 wordt volgende vierde alinea toegevoegd: 'Het bedrijf bezorgt onmiddellijk na de behandeling ervan door de raad van bestuur zijn beleidsrapporten aan de gemeente, zodat ze kunnen worden bekendgemaakt op een webtoepassing van de gemeente.';
§7. Artikel 20, eerste alinea wordt vervangen door: 'De raad van bestuur is bevoegd voor alles wat niet uitdrukkelijk bij decreet, in deze statuten of in de beheersovereenkomst aan de gemeenteraad is voorbehouden, en is gemachtigd alle nuttige of noodzakelijke handelingen te verrichten om de doelstellingen van het bedrijf te verwezenlijken.';
§8. Artikel 22, tweede en derde alinea worden vervangen door: 'Het personeel van het bedrijf kan in statutair of contractueel verband worden aangesteld. De overeenstemmende rechtspositieregeling en deontologische code van het gemeentepersoneel zijn van toepassing op het personeel van het autonoom gemeentebedrijf. Het autonoom gemeentebedrijf stelt de afwijkingen op deze rechtspositieregeling vast, voor zover het specifieke karakter van het autonoom gemeentebedrijf dat verantwoordt. Het gemeentebedrijf bepaalt de rechtspositieregeling van de betrekkingen die niet bestaan binnen de gemeente. Behalve in geval van gemotiveerde afwijking kan geen enkel personeelslid van het bedrijf een jaarsalaris worden toegekend dat gelijk is aan of hoger is dan het jaarsalaris van de algemeen directeur van de gemeente. Artikel 185/1 van het Decreet over het Lokaal Bestuur is van toepassing bij de overdracht van personeel.';
§9. Volgende derde alinea wordt toegevoegd aan artikel 23: 'Het bedrijf sluit een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering af.';
§10. Volgend artikel 35bis Tarieven wordt toegevoegd: 'Het bedrijf stelt de tarieven en de tariefstructuren voor de prestaties die het levert, vast binnen de grenzen van de grondregels voor de tarifering, bepaald in de beheersovereenkomst. De maximumtarieven of de formules voor de berekening ervan die niet in de beheersovereenkomst zijn geregeld, worden ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.';
§11. Aan artikel 38 wordt volgende alinea toegevoegd: 'Als de toezichthoudende overheid geen besluit heeft verzonden over de goedkeuring van de jaarrekening binnen een termijn van honderdvijftig dagen, wordt ze geacht de jaarrekening goed te keuren. Deze termijn gaat in op de dag nadat de digitale rapportering aan de Vlaamse Regering is bezorgd en de gemeente de toezichthoudende overheid heeft ingelicht over de bekendmaking van de jaarrekening.';
§12. Artikel 40 wordt geschrapt;
Artikel 2
De gecoördineerde versie van de statuten als bijlage wordt goedgekeurd.
De gemeenteraad keurt het document 'Beheersovereenkomst tussen gemeente Merchtem en het autonoom gemeentebedrijf Merchtem in het licht van artikel 234 van het decreet over het lokaal bestuur' goed.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 234;
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing 26 oktober 2009 waarin de oprichting en de statuten van het Autonoom Gemeentebedrijf Merchtem, afgekort AGB Merchtem werden goedgekeurd;
Gelet op de goedkeuring van de gemeenteraadsbeslissing van 26 oktober 2009 door de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand op 5 februari 2010 en de publicatie van deze beslissing in het Belgisch Staatsblad van 25 februari 2010;
Gelet op de statuten van het AGB Merchtem, artikel 9;
Gelet op het besluit van de raad van bestuur van het AGB Merchtem van 15 december 2025 houdende goedkeuring van de beheersovereenkomst tussen de gemeente Merchtem en het AGB Merchtem;
Gelet op het document 'Beheersovereenkomst tussen gemeente Merchtem en het autonoom gemeentebedrijf Merchtem in het licht van artikel 234 van het decreet over het lokaal bestuur';
Het document 'Beheersovereenkomst tussen gemeente Merchtem en het autonoom gemeentebedrijf Merchtem in het licht van artikel 234 van het decreet over het lokaal bestuur' als bijlage bij dit besluit wordt goedgekeurd.
Gemeente Merchtem gaat akkoord met de verlenging van projectvereniging IGS NOORDRAND periode 2027-2032 en met een jaarlijkse cofinanciering voor de bovenlokale cultuurwerking van gemeente Merchtem van euro 4.000 (basisbedrag) + euro 0,25/inwoner (jaarlijks geïndexeerd).
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, deel 3, titel 3 betreffende de intergemeentelijke samenwerking in het bijzonder;
Gelet op het Vlaamse decreet Bovenlokale Cultuurwerking van 15 juni 2018 en het uitvoeringsbesluit van 26 oktober 2018, met wijziging van 8 maart 2024;
Gelet op de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 21 maart 2019 betreffende de toetreding tot de projectvereniging Noordrand;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 27 mei 2019 betreffende de toetreding tot de projectvereniging Noordrand;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 27 november 2023 betreffende de verlenging van de projectvereniging tot 31 december 2026;
Gemeente Merchtem gaat akkoord met de verlenging van projectvereniging IGS NOORDRAND periode 2027-2032 en met een jaarlijkse cofinanciering voor de bovenlokale cultuurwerking van gemeente Merchtem van euro 4.000 (basisbedrag) + euro 0,25/inwoner (jaarlijks geïndexeerd).
Goedkeuring wedstrijdreglement Merchtemse Kiekjes vanaf 1 januari 2026.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 23 oktober 2017 houdende reglement Merchtemse Kiekjes 2017-2018;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 18 december 2023 houdende reglement Merchtemse Kiekjes 2023;
Artikel 1 – organisatie
Het lokaal bestuur van Merchtem organiseert de fotowedstrijd Merchtemse Kiekjes met als doel foto’s te verzamelen die bruikbaar zijn in de gemeentelijke media met het accent op toerisme.
Artikel 2 – periode
De jaarlijks weerkerende wedstrijd start op 19 december om middernacht. De inzendingen worden afgesloten 31 augustus 2024 om middernacht. Vanaf 2024 zal de nieuwe editie jaarlijks starten op de dag van de prijsuitreiking eind september.
De jaarlijks weerkerende wedstrijd start op 1 januari jaar X om 00u en eindigt op 31 december jaar X 24u. De inzendingen worden afgesloten 31 januari jaar X+1 om middernacht. De prijsuitreiking vindt plaats in voorjaar jaar X+1.
Artikel 3 – deelnemers
Iedere inwoner van Merchtem kan gratis deelnemen aan deze fotowedstrijd, uitgezonderd de leden van de jury. De juryleden krijgen enkel de foto’s te zien, niet de eraan gelinkte namen noch (e-mail)adressen.
Wanneer een deelnemer op het moment van de deelname minderjarig is, dan dient deze over de uitdrukkelijke goedkeuring van zijn ouders of voogd te beschikken. Deze goedkeuring moet op eenvoudig verzoek van de organisatie worden voorgelegd.
Artikel 4 – wedstrijdcategorieën
Het college van burgemeester en schepenen kiest in samenspraak met de cultuurambtenaar en de communicatieambtenaar 2 drie thema’s uit.
Elke deelnemer mag per thema maximaal 3 foto’s inzenden voor één categorie gekozen uit techniciteit, originaliteit of jeugd (jonger dan 21 jaar bij de start van de fotowedstrijd).
Elke deelnemer mag per thema maximaal 3 foto’s inzenden.
Artikel 5 – foto’s
Er kan enkel worden deelgenomen met digitale beelden.
De ingezonden foto’s mogen niet extreem gemanipuleerd/bewerkt worden en moeten afkomstig zijn van één beeld. Montages van verschillende beelden in één foto zijn niet toegelaten.
Alle foto’s dienen genomen te zijn tijdens de wedstrijdperiode op het grondgebied van de gemeente Merchtem. Er zal een jurering van de foto’s genomen vanaf 19 december 2023 plaatsvinden. Na de jurering midden september 2024 (datum te bepalen) loopt d wedstrijd gewoon verder en zal er één keer per jaar gejureerd worden, telkens over de foto’s van het volledige jaar.
Merchtem moet op een herkenbare manier in beeld gebracht worden.
Het lokaal bestuur kan op generlei wijze aansprakelijk worden gesteld voor de eisen en/of klachten van personen die op de ingezonden beelden zijn afgebeeld. De deelnemers dragen de volle verantwoordelijkheid voor hun ingezonden beelden, zowel op het vlak van het recht op privacy als op vlak van auteursrechten. Door de inzending verklaart de deelnemer dat de personen die op de beelden voorkomen geen bezwaar hebben tegen publicatie. Aan de deelnemer wordt dus uitdrukkelijk gevraagd om de toestemming te vragen van de mensen die hij of zij fotografeert alsook de toestemming te vragen aan de eigenaars, huurders en/of gebruikers van gebouwen en installaties die worden gefotografeerd. De deelnemer moet houder zijn van het auteursrecht op elk door hem of haar ingezonden beeld, hetgeen wil zeggen dat de deelnemer de foto zelf heeft genomen.
De jury heeft het recht om foto’s te weigeren indien:
Artikel 6 – inzenden
Deelnemen aan de wedstrijd kan enkel via de daartoe voorziene weblink op www.merchtem.be. Om deel te nemen moeten de beelden worden opgeladen via het daartoe voorziene digitale wedstrijdformulier.
Artikel 7 – inzendingen
De inzendingen worden na afsluiting van de wedstrijdperiode beoordeeld door een onafhankelijke jury die wordt samengesteld door het college van burgemeester en schepenen en bestaat uit een bestuurslid van de Merchtemse fotoclub, een kenner op het gebied van fotografie van buiten de gemeente en een persoon met artistiek inzicht die geen fotograaf is uit personeelsleden van het lokaal bestuur met ervaring inzake fotografie, leden van de cultuurraad, eventueel aangevuld met externen. Deze jury beoordeelt de inzendingen op compositie, beeldsterkte, balans, esthetiek, originaliteit en conformiteit aan het wedstrijdreglement.
Indien geen van de inzendingen voldoet aan de verwachtingen van de jury kan de organisatie beslissen de wedstrijd af te sluiten zonder aanduiding van een laureaat. De jury kan ook beslissen om in een bepaalde categorie geen winnaar aan te duiden en/of ereplaatsen toe te kennen.
Naast de professionele jurering zal er ook een beoordeling van het publiek voorzien worden. Alle deelnemende foto’s die conform het wedstrijdreglement zijn, zullen op de Facebook-pagina van het lokaal bestuur Merchtem worden geplaatst, waarna er gedurende één week kan worden gestemd door het grote publiek.
Artikel 8 – prijzen
De totale prijzenpot bedraagt 1 650 euro aan waardebonnen (Ne Merchtemse Shopper).
Per thema en per categorie wordt een prijs toegekend aan het eerste, tweede en derde beeld uit de rangschikking. Per deelnemer kan slechts één juryprijs worden toegekend. Indien meerdere foto’s in de winnende rangschikking door dezelfde deelnemers werden gemaakt, gaat de prijs naar de volgende deelnemer in de rangschikking.
De eerst gerangschikte deelnemer ontvangt een waardebon ter waarde van 100 euro.
De tweede gerangschikte deelnemer ontvangt een waardebon ter waarde van 75 euro.
De derde gerangschikte deelnemer ontvangt een waardebon ter waarde van 50 euro.
Er wordt een publieksprijs uitgereikt in twee categorieën: volwassenen en jeugd. Binnen deze twee categorieën wordt er een prijs toegekend aan het eerste, tweede en derde beeld uit de rangschikking. Per deelnemer kan slechts één publieksprijs worden toegekend. Indien meerdere foto’s in de winnende rangschikking door dezelfde deelnemers werden gemaakt, gaat de prijs naar de volgende deelnemer in de rangschikking.
Er wordt een publieksprijs uitgereikt gebaseerd op de beoordeling van het publiek conform het wedstrijdreglement.
De eerst gerangschikte deelnemer ontvangt een waardebon ter waarde van 75 euro.
De tweede gerangschikte deelnemer ontvangt een waardebon ter waarde van 50 euro.
De derde gerangschikte deelnemer ontvangt een waardebon ter waarde van 25 euro.
De winnende deelnemer ontvangt een waardebon ter waarde van 100 euro.
Iedere deelnemer aan de fotowedstrijd ontvangt bovendien een cadeaubon van 15 euro die kan gebruikt worden om een foto te laten afdrukken een afdruk op forexbord van een gekozen ingediende foto in formaat A3.
Artikel 9 – bekendmaking
De winnaars van de fotowedstrijd worden bekendgemaakt tijdens de prijsuitreiking eind september. De deelnemers worden persoonlijk uitgenodigd.
Artikel 10 – copyright
Door deel te nemen aan de wedstrijd aanvaardt de deelnemer dat alle beelden rechtenvrij mogen worden gebruikt door het gemeentebestuur in al zijn publicaties, informatiekanalen en tijdens evenementen. Het auteursrecht van de foto blijft bij de fotograaf.
Artikel 11 – persoonlijke gegevens
Overeenkomstig de bepalingen van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, worden de gegevens van de deelnemers opgenomen in een bestand. Het gemeentebestuur zal die gegevens uitsluitend gebruiken in het kader van deze wedstrijd.
Artikel 12 – aanvaarding
Door deelname verklaart de deelnemer zich onder voorbehoud akkoord met alle bepalingen van dit reglement en met elke beslissing die door de jury of de organisatie wordt genomen.
Artikel 13 – betwistingen
De jury oordeelt over betwistingen die niet worden geregeld door dit reglement.
Artikel 14 – Slotbepalingen
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Alle voorgaande reglementen worden door dit reglement opgeheven.
Vastgesteld bij besluit door de gemeenteraad op 15 december 2025.
Het herwerkt huishoudelijk reglement van speelpleinwerking Wiebeltje wordt goedgekeurd.
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 10 december 2013 betreffende het huishoudelijk reglement van speelpleinwerking Wiebeltje;
Gelet op het collegebesluit van 28 augustus 2025 betreffende de wijziging van het huishoudelijk reglement van speelpleinwerking Wiebeltje;
Gelet op het advies van de jeugdraad van 24 september 2025 betreffende de wijziging van het huishoudelijk reglement van speelpleinwerking Wiebeltje;
Gelet op het advies van de welzijnsraad van 25 september 2025 betreffende de wijziging van het huishoudelijk reglement van speelpleinwerking Wiebeltje;
Gelet op het collegebesluit van 2 oktober 2025 betreffende het advies van de welzijnsraad in verband met het huishoudelijk reglement van speelpleinwerking Wiebeltje;
Gelet op het collegebesluit van 20 november 2025 betreffende de dagprijs van speelpleinwerking Wiebeltje;
Artikel 1
De gemeenteraad geeft zijn goedkeuring aan het herwerkte huishoudelijk reglement van speelpleinwerking Wiebeltje.
Artikel 2
Dit huishoudelijk reglement treedt in werking na de kerstvakantie 2025-2026. Alle voorgaande huishoudelijke reglementen worden door dit huishoudelijk reglement opgeheven.
Goedkeuring convenant vzw Toerisme Vlaams-Brabant voor een periode van 6 jaar en start op 1 januari 2026.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Artikel 1
De convenant betreffende de toeristische werking als bijlage van dit besluit zoals voorgesteld door vzw Toerisme Vlaams-Brabant wordt goedgekeurd;
Artikel 2
De convenant wordt afgesloten voor een periode van 6 jaar en start op 1 januari 2026;
Artikel 3
De nodige kredieten zullen voorzien worden.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
De wijzigingen in de statuten van de jeugdraad worden goedgekeurd.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 304;
Gelet op het decreet van 23 november 2023 houdende het jeugd- en kinderrechtenbeleid en de ondersteuning van het jeugdwerk (Jeugddecreet van 23 november 2023);
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 24 februari 2022 houdende oprichting gemeentelijke adviesraden 2025-2030;
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing d.d. 13 november 2018 betreffende de goedkeuring van de statuten van de gemeentelijke jeugdraad Merchtem;
Gelet op het advies van de jeugdraad d.d. 24 september 2025 betreffende de wijziging van de statuten van de gemeentelijke jeugdraad Merchtem;
1. ERKENNING, DOELSTELLING EN ZETEL.
Artikel 1 – Erkenning
Met het oog op de organisatie van het overleg en de inspraak bij de voorbereiding en de uitvoering van het jeugdbeleid, inzonderheid de opmaak en de uitvoering van het gemeentelijk jeugdbeleidsplan en het meerjarenplan, erkent de gemeenteraad van Merchtem een gemeentelijke jeugdraad, hierna jeugdraad genoemd.
Artikel 2 – Doelstellingen
De jeugdraad heeft als doelstellingen:
Artikel 3 – Zetel
De jeugdraad heeft zijn zetel in het gemeentehuis van Merchtem, Nieuwstraat 1 – 1785 Merchtem.
2. STRUCTUUR & SAMENSTELLING
Artikel 4 – De algemene vergadering
De algemene vergadering van de jeugdraad is een half open vergadering en is samengesteld uit stemgerechtigde en niet stemgerechtigde leden.
Artikel 5 – Lidmaatschap van de algemene vergadering
Alle Merchtemse kinderen en jongeren, ouder dan 16 jaar, kunnen deelnemen aan de algemene vergadering van de jeugdraad. Enkel de eerste twee geregistreerde deelnemers hebben stemrecht zoals beschreven in artikel 4.
Leden van de algemene vergadering die een jeugdwerkinitiatief vertegenwoordigen. Zij zijn verantwoordelijk voor een goede communicatie tussen de jeugdraad en het jeugdwerkinitiatief.
Artikel 6 – Einde lidmaatschap van de algemene vergadering
Het persoonlijk lidmaatschap van de jeugdraad wordt automatisch beëindigd op het moment dat men de leeftijd van 30 jaar bereikt. Deze regel geldt niet voor de schepen van jeugd of de afgevaardigde van de gemeentelijke jeugddienst. Het lidmaatschap kan beëindigd worden door kennisgeving van het jeugdwerkinitiatief aan de afgevaardigde van de gemeentelijke jeugddienst.
Indien leden van de algemene vergadering (of het dagelijks bestuur) zich kandidaat stellen voor politieke verkiezingen wordt het lidmaatschap automatisch 4 maanden voorafgaand aan de datum van de verkiezingen geschorst. Zich na de verkiezingen opnieuw engageren bij de jeugdraad is mogelijk, indien voldaan wordt aan alle geldende voorwaarden.
Artikel 7 – Afgevaardigden uit het jeugdwerk in de algemene vergadering
De afgevaardigden van de erkende jeugdwerkinitiatieven worden aan het begin van ieder werkjaar schriftelijk meegedeeld aan de afgevaardigde van de gemeentelijke jeugddienst.
Artikel 8 – Plaatsvervangers voor de algemene vergadering
Indien een effectief lid niet kan komen neemt een plaatsvervanger het stemrecht over. Het effectief lid verwittigt de afgevaardigde van de gemeentelijke jeugddienst en geeft de naam van de plaatsvervanger door.
Artikel 9
Niemand mag in de jeugdraad worden geweigerd omwille van ideologische en filosofische redenen, op voorwaarde dat zij de principes en de regels van de democratie aanvaarden.
Alle leden verklaren zich individueel en namens hun vereniging akkoord met de principes van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind.
De mandaten in de jeugdraad zijn onbezoldigd.
Artikel 10 – Voorbereiding van de algemene vergadering
De algemene vergadering van de jeugdraad wordt voorbereid door het dagelijks bestuur. Leden van de algemene vergadering kunnen vooraf extra punten doorgeven of deze tijdens de vergadering op een gepast tijdstip ter sprake brengen.
De vergadering wordt voorgezeten door de voorzitter of door een vervanger uit het dagelijks bestuur die de taken van de voorzitter overneemt.
Artikel 11 – Bijeenroepen van de algemene vergadering
De algemene vergadering kan bijeengeroepen worden:
Artikel 12 – Stemming
Een stemming is enkel geldig als meer dan de helft van de stemgerechtigde leden aanwezig is op de vergadering. De beslissingen van de jeugdraad worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen. Bij staking is de stem van het bestuur doorslaggevend. Elk lid mag een geheime stemming eisen.
Artikel 13 – Geheime stemming
Indien een lid van de algemene vergadering een geheime stemming eist, dient men als volgt te werk te gaan.
Artikel 14 – Samenstelling van het dagelijks bestuur
Het dagelijks bestuur bestaat uit minimum 3 en maximum 10 personen, verkozen door de algemene vergadering uit de leden die kandidaat zijn voor een bestuursmandaat. Alle Merchtemse kinderen en jongeren kunnen lid worden van het dagelijks bestuur. Kandidatuur kan aan de afgevaardigde van de gemeentelijke jeugddienst bezorgd worden. Het nieuwe bestuur wordt steeds voorgedragen op de eerste algemene vergadering van het werkjaar en gestemd door de algemene vergadering. Het dagelijks bestuur kiest de voorzitter uit zijn leden.
Artikel 15 – Werkgroepen
De algemene vergadering kan tijdelijke werkgroepen oprichten indien het noodzakelijk zou blijken. Elk lid van de jeugdraad kan deelnemen aan een werkgroep, alsook alle geïnteresseerde jongeren.
Artikel 16 – Politieke onafhankelijkheid
De jeugdraad is als erkende gemeentelijke adviesraad van a politieke strekking. Gelet op het jeugddecreet van 23 november 2023, hoofdstuk 9 (lokaal jeugdbeleid) en het besluit tot uitvoering van het Jeugddecreet van 23 november 2023, hoofdstuk 9 (lokaal jeugdbeleid), is een politiek mandaat niet verenigbaar met het stemgerechtigd lidmaatschap van de jeugdraad.
Een politiek engagement is wel verenigbaar met het lidmaatschap van de jeugdraad, maar moet meegedeeld worden aan de algemene vergadering. Indien een lid van het bestuur zich engageert voor een politieke partij kan de algemene vergadering vragen om opnieuw te stemmen over het bestuurslid in kwestie.
Voor de regeling tijdens de verkiezingen, zie artikel 6, einde lidmaatschap.
3. AFSPRAKENNOTA
Artikel 17
De jeugdraad kan een afsprakennota opstellen in overleg met het college. In deze afsprakennota zal vastgelegd worden waarover de jeugdraad advies wenst te geven, hoe dat zal gebeuren en op welke manier het college op de adviezen zal antwoorden.
4. ONDERSTEUNING
Artikel 18
Het gemeentebestuur zal de jeugdraad ondersteunen door op de gemeentelijke begroting jaarlijks een budget voor de financiering van de werking op te nemen. De controle op de aanwending van het budget zal gebeuren door het college van burgemeester en schepenen.
De gemeentelijke diensten voorzien administratieve en logistieke ondersteuning, alsook een of meerdere ambtenaren voor het bijwonen van de vergadering van de jeugdraad en het secretariaat ervan waar te nemen.
Artikel 19 – Geldigheid statuten
Eerder uitgebrachte statuten vervallen bij ingang van deze geactualiseerde versie, goedgekeurd door de Gemeenteraad van 15 december 2025.
Het aangepaste reglement op de inname openbaar domein wordt goedgekeurd.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, artikel 41 en 162;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op de nieuwe gemeentewet, artikel 135;
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
Gelet op het ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende het signaleren van werken en verkeersbelemmeringen op de openbare weg;
Artikel 1
Het gemeenteraadsbesluit van 28 maart 2022 houdende het reglement op de inname van het openbaar domein wordt met ingang van 1 januari 2026 opgeheven;
Artikel 2 - Toepassingsgebied
Tenzij de ingebruikname reeds aanleiding geeft tot de toepassing van een andere gemeenteverordening, of toegestaan is in het kader van een concessie of een contract, dient er voorafgaandelijk een vergunning aangevraagd te worden voor:
Artikel 3 - Aanvraagprocedure
De aanvrager is gehouden uiterlijk 5 werkdagen vóór de inname van het openbaar domein, hiervoor digitaal via het softwareprogramma Eaglebe een vergunning te vragen bij het lokaal bestuur en alle hiervoor noodzakelijke gegevens te verstrekken;
Indien de ingebruikname meer dan 24 uur bedraagt en op een gewestweg gebeurt dient de aanvrager voorafgaand aan de ingebruikname tevens een vergunning van het Agentschap Wegen en verkeer (AWV) te bekomen en deze voor te leggen bij de aanvraag;
Bij de inname van een gewestweg zal ook het tarief, zoals bepaald door het AWV, van toepassing zijn;
ledere aanpassing van de vergunning, bvb. verlenging van de termijn of aanpassing van de oppervlakte, dient uiterlijk 3 werkdagen - behoudens overmacht - voor de aanpassing aangevraagd te worden;
Artikel 4 - Vergunning
Na goedkeuring van de inname wordt aan de aanvrager een vergunning afgeleverd voor de privatisering van het openbaar domein;
Het door de bezetting ingenomen deel wordt gesignaleerd overeenkomstig het ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende het signaleren van werken en verkeersbelemmeringen op de openbare weg. In het geval van een bezetting van de openbare weg dient een door het lokaal bestuur goedgekeurd signalisatieplan in het bezit te zijn vóór daadwerkelijke inname;
De vergunninghouder kan voor de signalisatie van de inname parkeerverbodsborden uitlenen van het lokaal bestuur volgens de bepalingen van het gemeenteraadsbesluit op het gebruik van gemeentelijke materialen;
Artikel 5 – De inname
Er dient door de vergunninghouder - in de mate van het mogelijke - een veilige doorgang voor de zwakke weggebruikers voorzien te worden ofwel op het voet- en/of fietspad ofwel via een duidelijk aangeduid, verlicht en afgeschermd noodvoetpad op de rijweg;
De vergunningverlenende overheid kan te allen tijde bijkomende maatregelen nemen omwille van verkeerstechnische redenen of als de veiligheid van de weggebruikers in het gedrang kan komen;
De vergunningverlenende overheid kan de vergunning steeds eenzijdig wijzigen of herroepen. In beide gevallen wordt de vergunninghouder hiervan op de hoogte gebracht via een aangetekende brief waarin er een termijn voor wijziging wordt gesteld of de verwijdering van de inrichting wordt opgelegd. De vergunninghouder dient binnen gestelde termijn de inrichting te wijzigen of het openbaar domein in de oorspronkelijke staat te herstellen bij een opgelegde verwijdering. De vergunninghouder kan geen aanspraak maken op enige vergoeding en dient zelf in te staan voor de kosten verbonden aan deze beslissing;
Artikel 6 – Teruggave in oorspronkelijke staat
Het openbaar domein wordt beschouwd als vooraf zijnde in goede staat, tenzij de aanvrager vóór de inname het tegenovergestelde bewijst. Daartoe kan de aanvrager voor zijn rekening vooraf en aan de hand van foto’s een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken;
Bij de beëindiging van de inname van het openbaar domein wordt het lokaal bestuur uitgenodigd om na te gaan of het openbaar domein door de inname beschadigd is. Indien er beschadigingen als gevolg van de inname worden vastgesteld, wordt de vergunninghouder aangetekend uitgenodigd om de gebreken te herstellen binnen een termijn van 1 maand;
Indien er na deze termijn nog steeds gebreken overblijven worden de herstellingen uitgevoerd door het lokaal bestuur of door een door het bestuur aangestelde aannemer op kosten van de vergunninghouder;
Artikel 7 – Procedure bij gebrek aan aanvraag
Indien er geen aanvraag wordt gedaan zal de politie of de beëdigde ambtenaar vaststelling doen, teneinde de materialen en machines, waarmee het openbaar domein zonder vergunning werd ingenomen, te laten verwijderen of een correcte vergunning op te maken. De kosten om de niet vergunde inname te verwijderen vallen volledig ten laste van de personen die het openbaar domein hebben ingenomen, en dit bovenop een eventuele GAS-boete;
De periode dat de niet vergunde inname van het openbaar domein heeft bestaan, zal ook aangerekend worden conform het bedrag van een verlenging zoals voorzien in het gemeenteraadsbesluit houdende belasting op de inname van het openbaar domein;
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026 en wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op de inname van het openbaar domein.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, artikel 41, 162 en 170, § 4;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Gelet op het gemeentelijk reglement op de inname van het openbaar domein;
Artikel 1
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op de inname van het openbaar domein;
Artikel 2
De belasting op de inname van het openbaar domein is verschuldigd door de fysieke persoon of de rechtspersoon die het openbaar domein in gebruik neemt;
Artikel 3
De belasting wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 4
Zijn vrijgesteld van de belasting:
Artikel 5
De belasting wordt vooraf of bij de afgifte van de (verlenging van de) vergunning betaald;
Indien de inname van het openbaar domein vroeger beëindigd wordt dan voorzien in de vergunning, wordt de verschuldigde belasting herberekend volgens de bepalingen voorzien in artikel 3 van dit besluit, mits de diensten van het lokaal bestuur daarvan vooraf op de hoogte werden gebracht. De teveel betaalde belasting wordt desgevallend terugbetaald binnen de 30 dagen na de beëindiging van de inname;
Artikel 6
Bij gebreke van betaling wordt de belasting ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De belasting is in dat geval eisbaar binnen de twee maanden na het toezenden van het aanslagbiljet;
Artikel 7
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen volgens de modaliteiten voorzien in artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Artikel 8
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en artikelen 126 tot en met 175 van het uitvoeringsbesluit van dat wetboek van toepassing op de provincie- en gemeentebelastingen, voor zover ze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen;
Artikel 9
Dit besluit wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Het gewijzigde reglement speelstraten als bijlage bij dit besluit wordt goedgekeurd.
Gelet op de nieuwe gemeentewet, artikel 135 zoals gewijzigd;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur, artikel 40 en 41 zoals gewijzigd;
Gelet op de wet betreffende de politie op het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk Besluit van 16 maart 1968;
Gelet op het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
Gelet op het Koninklijk Besluit van 12 maart 2023 tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
Gelet op het Ministerieel Besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad d.d. 9 november 2009 houdende de goedkeuring van het reglement speelstraten;
Het gewijzigde reglement speelstraten als bijlage bij dit besluit wordt goedgekeurd.
De gemeenteraad gaat akkoord met de samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Wemmel en de gemeente Merchtem.
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 255 betreffende intergemeentelijke samenwerking;
Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;
Artikel 1
De gemeenteraad gaat akkoord met een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Wemmel en de gemeente Merchtem aangaande het gezamenlijk gebruik van de jaarlijkse licentie AutoTicket (InTouch Solutions) voor de verwerking van GAS-boetes;
Artikel 2
De gemeenteraad gaat akkoord dat de gemeente Merchtem gebruik maakt van de bestaande licentie van de gemeente Wemmel betreffende AutoTicket snelheid (1-10 camera's) voor de verwerking van vaststellingen van 1 verplaatsbare snelheidscamera binnen de politiezone AMOW;
Artikel 3
De jaarlijkse licentiekosten ten bedrage van €14.397,10 incl. btw worden gelijkmatig verdeeld tussen de gemeenten Wemmel en Merchtem, zijnde €7.198,55 incl. btw per gemeente per jaar. De prijzen worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex.
Artikel 4
De gemeente Merchtem zal jaarlijks, na facturatie door InTouch Solutions aan de gemeente Wemmel, haar aandeel van €7.198,55 incl. btw overmaken aan de gemeente Wemmel binnen een termijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur, die de gemeente Wemmel de gemeente Merchtem bezorgt. De prijzen worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex.
Artikel 5
Het samenwerkingsakkoord gaat in op hetzelfde moment dat de beslissing van de gemeenteraad dd. 20 oktober 2025 betreffende bijzondere politieverordening over de beperkte snelheidsovertredingen van kracht ging, zijnde 1 november 2025. Het samenwerkingsakkoord heeft een looptijd gelijk aan de duur van de licentieovereenkomst met InTouch Solutions. De licentieovereenkomst van dit jaar zal pro rata gefactureerd worden voor de resterende looptijd.
Artikel 6
Beide partijen kunnen het samenwerkingsakkoord opzeggen met een opzegtermijn van 6 maanden, met dien verstande dat de opzeg enkel kan ingaan bij het einde van een licentiejaar.
Artikel 7
Bij beëindiging van de samenwerking door één van beide partijen, dient de opzeggende partij de licentiekosten van het lopende jaar volledig te dragen indien de andere partij de licentie niet alleen wenst verder te zetten.
Artikel 8
Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met het uitvoeren van huidige beslissing.
Er wordt van 1 januari 2026 tot 31 december 2031 een belasting gevestigd op de afgifte van een uitbatingsvergunning en een jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, artikel 41, 162 en 170, § 4;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op artikel 135 van de nieuwe gemeentewet;
Gelet op de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in de handel, ambacht en dienstverlening, zoals gewijzigd;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 26 april 2021 houdende uitbatingsreglement voor bepaalde inrichtingen;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 24 april 2024 houdende toevoeging aan uitbatingsreglement voor bepaalde inrichtingen goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 26 april 2021;
Artikel 1
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op de afgifte van een uitbatingsvergunning en een jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning;
Artikel 2
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Artikel 3
§1. De éénmalige belasting op de afgifte van een uitbatingsvergunning bedraagt 6.000,00 euro voor de afgifte van een uitbatingsvergunning;
§2. De jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning bedraagt 1.500,00 euro voor het hebben van een uitbatingsvergunning op 1 januari van het aanslagjaar;
§3. De in §1 en §2 vermelde tarieven worden gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de volgende formule: [huidig tarief] x consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / consumptieprijsindexcijfer van de maand december 2020;
Artikel 4
De jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning wordt niet opgelegd in het jaar van de afgifte van de uitbatingsvergunning;
De jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning is ondeelbaar: de stopzetting of vermindering van de uitbating, het verval van rechtswege, de administratieve schorsing of intrekking van de uitbatingsvergunning of de tijdelijke of definitieve sluiting van de inrichting tijdens het aanslagjaar kan niet leiden tot een vermindering of kwijtschelding van de belasting;
Artikel 5
§ 1. De belasting op de afgifte van een uitbatingsvergunning is verschuldigd door de uitbater op wiens naam de uitbatingsvergunning wordt toegekend;
§ 2. De jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning is verschuldigd door de houder van de uitbatingsvergunning op 1 januari van het aanslagjaar;
Artikel 6
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen;
Artikel 7
De kohieren worden ingevorderd door de financieel directeur volgens de vigerende wetgeving;
De belasting is eisbaar binnen de twee maanden na het toezenden van het aanslagbiljet;
Artikel 8
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4 ,6 tot 9 bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen;
Artikel 9
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen volgens de modaliteiten voorzien in artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Artikel 10
Dit besluit wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op het weghalen en bewaren van goederen zoals bedoeld in artikel 48 en 49 van het Vlaams Woninghuurdecreet.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, artikel 41, 162 en 170, § 4;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;
Gelet op het Vlaams Woninghuurdecreet, artikel 48 en 49;
Gelet op de wet van 4 februari 2020 houdende boek 3 "Goederen" van het Burgerlijk Wetboek, artikel 3.58 tot en met 3.60;
Gelet op het Gerechtelijk Wetboek, artikel 1408 §1;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Artikel 1
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op het weghalen en bewaren van goederen zoals bedoeld in artikel 48 en 49 van het Vlaams Woninghuurdecreet;
Artikel 2
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de goederen of door zijn rechtverkrijgenden;
Artikel 3
Het bedrag van de belasting bedraagt:
Artikel 4
Het weghalen en bewaren van goederen zoals bepaald in artikel 1408§1 van het Gerechtelijk Wetboek wordt van deze belasting vrijgesteld;
Artikel 5
De belasting is contant betaalbaar bij het bij ophaling van de goederen, tegen afgifte van een betalingsbewijs. Bij gebreke aan betaling wordt de belasting ingekohierd en wordt ze een kohierbelasting en ingevorderd door de financieel directeur. De belasting is in dat geval eisbaar binnen de twee maand na de verzending van het aanslagbiljet;
Artikel 6
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en artikel 126 tot en met 175 van het uitvoeringsbesluit van dat wetboek van toepassing op de provincie- en gemeentebelastingen, voor zover ze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen;
Artikel 7
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen volgens de modaliteiten voorzien in artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Artikel 8
Dit besluit wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven op het afleveren door het gemeentebestuur van administratieve stukken.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, artikel 41, 162 en 173;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op de wet van 25 maart 2003 tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen en van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
Gelet op de wet van 21 december 2013 houdende het consulair wetboek;
Gelet op het decreet van 5 april 2019 houdende de tegemoetkoming in de schade die aangericht is door rampen in het Vlaamse Gewest;
Gelet op het koninklijk besluit van 25 maart 2003 betreffende de identiteitskaarten, zoals gewijzigd;
Gelet op het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, zoals gewijzigd;
Gelet op het koninklijk besluit van 25 maart 2003 betreffende de identiteitskaarten, zoals gewijzigd;
Gelet op het ministerieel besluit van 20 juli 2005 tot bepaling van de betalingswijze van de in het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs bepaalde retributies;
Gelet op de omzendbrief van 8 december 2023 houdende implementatie elektronische verblijfsdocumenten voor vreemdelingen jonger dan 12 jaar;
Artikel 1
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven op het afleveren van administratieve stukken door het lokaal bestuur;
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke- of rechtspersoon aan wie het stuk wordt afgeleverd;
Artikel 3
Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld als volgt:
a) Op de identiteitskaarten/verblijfskaarten en papieren verblijfsdocumenten
b) Op de afgifte van reispaspoorten, reisdocumenten vluchtelingen/staatlozen/vreemdelingen:
c) Op de afgifte van rijbewijzen in kaartmodel: 7 euro;
d) Op de afgifte van internationale rijbewijzen: 7 euro;
e) Op de afgifte van trouwboeken - één exemplaar: 50 euro (duplicaat: 30 euro);
f) Huwelijksceremonie inclusief trouwboekje/receptie:
g) Wettelijk samenwonen:
h) Op de afgifte van slachtbewijzen: 15 euro;
i) Vlaggen:
j) Kostprijs hoesje identiteitskaart: 0,25 euro;
k) Pasfoto’s: digitale pasfoto’s gratis; foto’s pasfotocabine : 8 euro per 6 foto’s;
Bovenop de gemeentelijke retributie zal bij het afleveren van de administratieve stukken steeds de door andere overheidsdiensten aan het gemeentebestuur opgelegde kostprijs integraal doorgerekend worden;
Artikel 4
Zijn van de retributie vrijgesteld:
Artikel 5
De retributie moet contant betaald worden bij de aanvraag. De verzendingskosten voor het rechtstreeks afleveren van administratieve stukken aan particulieren zijn terugvorderbaar.
Artikel 6
Bij gebrek aan betaling in der minne, zal de retributie burgerrechtelijk ingevorderd worden voor wat betreft het betwiste gedeelte. De invordering van het niet-betwiste gedeelte zal door middel van een dwangbevel, voorzien in artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur, geschieden;
Artikel 7
Dit besluit wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op de voor de bestemmelingen kosteloze huis-aan-huis verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken met handelskarakter.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, artikel 41, 162 en 170, § 4;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;
Gelet op het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, zoals gewijzigd;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 17 december 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Artikel 1
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op de voor de bestemmelingen kosteloze huis-aan-huis verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken met handelskarakter;
Artikel 2
Onder verspreiding aan huis wordt verstaan het op het grondgebied van de gemeente (of een deel daarvan) achterlaten van drukwerk zonder adressering in de brievenbussen en zonder initiatief van de bestemmeling;
Onder drukwerk met handelskarakter wordt verstaan elke publicatie die er toe strekt bekendheid te geven aan commerciële activiteiten, handelszaken en merknamen, en die erop gericht is de potentiële klant er toe te bewegen gebruik te maken van de diensten en/of producten van de adverteerder;
Voor de toepassing van dit reglement wordt beschouwd als “niet-geadresseerd drukwerk” ieder drukwerk dat niet wordt besteld in een omslag met vermelding van de naam en het adres van de bestemmeling en dat niet op onuitwisbare manier de naam en het adres van de bestemmeling vermeldt;
Artikel 3
De belasting wordt vastgesteld op:
Het open geplooide reclamedrukwerk dat groter is dan 1 A4 (29,6 cm x 21 cm) wordt aanzien als meerbladig reclamedrukwerk;
Artikel 4
Vrijstelling van belasting wordt verleend als:
Artikel 5
De belasting is verschuldigd door de uitgever. De drukker en de verdeler zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting. Wanneer de uitgever, drukker en verdeler niet gekend zijn, is de belasting verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersonen onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem, de reclame wordt gevoerd;
Artikel 6
De belastingplichtige is gehouden binnen de 14 dagen na de verspreiding aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen, meer bepaald een specimen van het te verspreiden drukwerk en een verklaring van het aantal exemplaren;
Voor de periodieke verspreiding mag de aangifte bij voorbaat gedaan worden voor een periode van hoogstens 12 maanden;
Artikel 7
Bij gebrek aan aangifte binnen de termijn als vermeld in artikel 6, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd;
Artikel 8
De overeenkomstig artikel 7 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 100%. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd. In afwijking van voorgaand lid, wordt de belastingplichtige bij een eerste overtreding nog belast volgens artikel 3 van dit reglement;
Artikel 9
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat periodiek vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen;
Artikel 10
De kohieren worden ingevorderd door de financieel directeur volgens de vigerende wetgeving;
De belasting is eisbaar binnen de twee maanden na het toezenden van het aanslagbiljet;
Artikel 11
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4 ,6 tot 9 bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen;
Artikel 12
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen volgens de modaliteiten voorzien in artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Artikel 13
Dit besluit wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op de onbebouwde bouwgronden en kavels die voorkomen in het gemeentelijk register van onbebouwde percelen.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, artikel 41, 162 en 170, § 4;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;
Gelet op het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, zoals gewijzigd, hierna afgekort als DGPB, artikel 1.2, 1.2.5 en 3.2.5 tot en met 3.2.16;
Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, artikel 4.3.5., §2, 5.6.1. en 5.6.6.;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020 tot codificatie van de decreten betreffende het Vlaams Woonbeleid (Vlaamse Codex Wonen van 2021), zoals gewijzigd;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Artikel 1 - Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Artikel 2 - Belastbare grondslag
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op de onbebouwde bouwgronden en kavels die voorkomen in het gemeentelijk register van onbebouwde percelen;
Artikel 3 - Belastingplichtige
§1. De activeringsheffing is verschuldigd door de persoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van de bouwgrond of kavel. Indien er een recht van opstal of erfpacht bestaat, is de activeringsheffing verschuldigd door de erfpachter of de opstalhouder;
§2. Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde activeringsheffing;
Artikel 4 - Berekening van de belasting
§1. Het bedrag van de belasting op de onbebouwde bouwgronden en kavels die voorkomen in het gemeentelijk register van onbebouwde percelen wordt vastgesteld op 25,00 euro per strekkende meter;
§2. Indien een perceel paalt aan twee of meer straten zal de grootste perceellengte langsheen één van die straten als berekeningsgrondslag in aanmerking komen. Indien het een hoekperceel betreft, wordt de langste perceellengte evenwijdig met de openbare weg in aanmerking genomen, vermeerderd met de helft van de afgesneden of afgeronde hoek;
§3. De minimale aanslag bedraagt 250,00 euro per kavel of bouwgrond;
De belastbare lengte wordt steeds in volle meter uitgedrukt. De gedeelten kleiner dan de halve meter worden weggelaten; de gedeelten gelijk aan of boven een halve meter worden aangerekend als volle meter;
Artikel 5 - Vrijstelling
§1. Van de activeringsheffing zijn vrijgesteld:
§2. Een vrijstelling beperkt tot 1 onbebouwde bouwgrond in woongebied of 1 onbebouwde kavel per kind wordt tevens toegekend aan ouders met kinderen die al dan niet ten laste zijn. Deze vrijstelling wordt toegekend indien het kind op 1 januari van het aanslagjaar voldoet aan beide hiernavolgende voorwaarden:
§3. De activeringsheffing wordt niet geheven op percelen die voldoen aan de hiernavolgende voorwaarden:
De vrijstelling, vermeld in §3, geldt slechts voor een straatbreedte van ten hoogste 30 m;
§4. De activeringsheffing wordt niet geheven op bouwgronden en kavels die tijdens het aanslagjaar niet voor bebouwing kunnen worden bestemd:
§5. Een vrijstelling wordt verleend aan de houders van een in laatste administratieve aanleg verleende omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, en dit gedurende 5 jaren, te rekenen vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op de afgifte van de vergunning in laatste administratieve aanleg, respectievelijk, wanneer de verkaveling werken omvat, vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar van afgifte van het attest, vermeld in artikel 4.2.16, §2 VCRO, desgevallend voor die fase van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarvoor het attest verleend wordt;
Artikel 6
De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, voor 31 maart van het belastingjaar moet worden teruggestuurd;
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden, uiterlijk op 31 maart van het belastingjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijk gegevens ter beschikking te stellen;
Artikel 7
Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 6 vastgestelde termijn of bij onvolledig, onjuist of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve ingekohierd volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt onverminderd het recht van bezwaar en beroep;
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekend het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting;
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen ingaand de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen;
Artikel 8
De overeenkomstig artikel 7 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag van 250,00 euro. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd;
Artikel 9 - Inkohiering
De activeringsheffing wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van Burgemeester en Schepenen;
Artikel 10 - Betaling van de heffing
De kohieren worden ingevorderd door de financieel directeur volgens de vigerende wetgeving;
De activeringsheffing moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet;
Artikel 11
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4 ,6 tot en met 9bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot en met 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover ze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen;
Artikel 12 - Bezwaar en beroep tegen de aanslag
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen volgens de modaliteiten voorzien in artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Artikel 13
Dit besluit wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de niet-bebouwde gronden, gelegen in een gebieden bestemd voor industrie volgens het plannenregister en palend aan een openbare weg die voldoende is uitgerust zoals bepaald in artikel 5.6.2. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, artikel 41, 162 en 170, § 4;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;
Gelet op het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en in het bijzonder artikel 143;
Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, artikel 5.6.2;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de niet-bebouwde gronden, gelegen in een gebieden bestemd voor industrie volgens het plannenregister en palend aan een openbare weg die voldoende is uitgerust zoals bepaald in artikel 5.6.2. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
Als niet-bebouwde grond wordt beschouwd elke grond waarop de oprichting van een voor industrie bestemd gebouw niet is aangevat op 1 januari van het belastingjaar;
Artikel 2
De belasting is verschuldigd door de eigenaar op 1 januari van het belastingjaar;
In geval van overdracht onder levenden, wordt de hoedanigheid van eigenaar beoordeeld op de datum van de authentieke akte tot vaststelling van de overdracht;
Indien er een erfpacht of opstalrecht bestaat, is de erfpachter of opstalhouder de belasting verschuldigd;
In geval van mede-eigendom, is ieder mede-eigenaar belastingschuldig voor zijn wettelijk deel;
Artikel 3
De belasting wordt vastgesteld op 25,00 euro per strekkende meter lengte van de grond palende aan de weg, met een minimum van 250,00 euro; elk gedeelte van een meter wordt als een volle meter beschouwd;
Wanneer een grond aan verscheidene wegen paalt, is de langste perceellengte langs één van deze wegen de grondslag van de belastingberekening;
Wanneer een grond begrepen is in een afgesneden hoek, gevormd door twee wegen, is de belastbare lengte gelijk aan de langste van de rechte perceellengten, vermeerderd met de helft van de afgesneden hoek;
Artikel 4
Van de belasting zijn vrijgesteld:
De belasting wordt niet geheven op de gronden waarop krachtens waarop krachtens een overheidsbeslissing niet mag worden gebouwd, op bedrijventerreinen die door de overheid worden ontwikkeld, of op gronden die werkelijk voor land- en tuinbouw worden gebruikt;
De vrijstelling voor gronden die werkelijk voor land- of tuinbouw worden gebruikt, geldt slechts indien deze gronden volledig en het hele jaar met dat oogmerk aangewend worden;
Artikel 5
De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, vóór de erin vermelde vervaldatum moet worden teruggestuurd;
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden, uiterlijk op 31 maart van het belastingjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen;
Artikel 6
Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 5 vastgestelde termijn of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belasting ambtshalve ingekohierd volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep;
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting;
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen ingaand de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen;
Artikel 7
De overeenkomstig artikel 6 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag van 250,00 EUR. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd;
Artikel 8
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen;
Artikel 9
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet;
Artikel 10
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen volgens de modaliteiten voorzien in artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Artikel 11
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII,(Vestiging en Invordering van de belastingen) hoofdstukken 1 (algemene bepalingen), 3 onderzoek en controle), 4 bewijsmiddelen van de administratie, 6 tot en met 9bis (aanslagtermijn, rechtsmiddelen, invordering van de belasting waaronder de nalatigheids- en moratoriumintrest; rechten en voorrechten van de schatkist,) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek (betreft o.m. de verjaring en de vervolgingen) van toepassing voor zover zij met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen;
Artikel 12
Dit besluit wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie gevestigd op:
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, artikel 41, 162 en 173;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op het decreet van 5 april 1994 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, artikel 16.6.3. §2;
Gelet op het decreet van 23 december 2011 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen, artikel 12 §1 en artikel 26;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA);
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Hoofdstuk 1. De retributie op de verkoop van afvalzakken
Artikel 1
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven op de verkoop van afvalzakken;
Artikel 2
De uniforme restafvalzakken zijn verkrijgbaar in drie formaten en de prijs bedraagt:
Deze prijzen worden jaarlijks automatisch geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex, met referentiejaar (“jaar 0”) gelijk aan 1 januari 2026. De aangepaste prijzen worden vastgesteld met twee cijfers na de komma en afgerond naar het dichtstbijzijnde eurocent volgens de gangbare afrondingsregels. De nieuwe tarieven treden automatisch in werking op 1 januari van het daaropvolgende jaar;
Eventuele door de hogere overheid opgelegde milieu- of andere heffingen met betrekking tot de afvalverwerking worden automatisch doorgerekend in de prijs van de afvalzakken, met ingang van 1 januari van het jaar volgend op de invoering van de heffing;
Artikel 3
De uniforme GFT-zakken zijn verkrijgbaar in drie formaten en de prijs bedraagt:
Deze prijzen worden jaarlijks automatisch geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex, met referentiejaar (“jaar 0”) gelijk aan 1 januari 2026. De aangepaste prijzen worden vastgesteld met twee cijfers na de komma en afgerond naar het dichtstbijzijnde eurocent volgens de gangbare afrondingsregels. De nieuwe tarieven treden automatisch in werking op 1 januari van het daaropvolgende jaar;
Eventuele door de hogere overheid opgelegde milieu- of andere heffingen met betrekking tot de afvalverwerking worden automatisch doorgerekend in de prijs van de afvalzakken, met ingang van 1 januari van het jaar volgend op de invoering van de heffing;
Artikel 4
De uniforme PMD-zakken zijn verkrijgbaar in twee formaten en de prijs bedraagt:
Artikel 5
Luierzakken zijn verkrijgbaar aan 0,35 euro/zak;
Artikel 6
De hondenpoepzakken worden gratis ter beschikking gesteld aan de inwoners van de gemeente op de snelloketten van het lokaal bestuur;
Artikel 7
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de afvalzakken en eisbaar bij de aankoop van de afvalzakken;
Artikel 8
Het gemeenteraadsbesluit van 29 november 2021 houdende retributie op de verkoop van afvalzakken wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026;
Hoofdstuk 2. De retributie op het gebruik van een sorteerstraat
Artikel 9
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven op het gebruik van een sorteerstraat;
Artikel 10
De prijs voor het deponeren van restafval in een sorteerstraat bedraagt:
Deze prijzen worden jaarlijks automatisch geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex, met referentiejaar (“jaar 0”) gelijk aan 1 januari 2026. De aangepaste prijzen worden vastgesteld met twee cijfers na de komma en afgerond naar het dichtstbijzijnde eurocent volgens de gangbare afrondingsregels. De nieuwe tarieven treden automatisch in werking op 1 januari van het daaropvolgende jaar;
Eventuele door de hogere overheid opgelegde milieu- of andere heffingen met betrekking tot de afvalverwerking worden automatisch doorgerekend in de prijs van de afvalzakken, met ingang van 1 januari van het jaar volgend op de invoering van de heffing;
Artikel 11
De prijs voor het deponeren van GFT-afval in een sorteerstraat bedraagt:
Deze prijzen worden jaarlijks automatisch geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex, met referentiejaar (“jaar 0”) gelijk aan 1 januari 2026. De aangepaste prijzen worden vastgesteld met twee cijfers na de komma en afgerond naar het dichtstbijzijnde eurocent volgens de gangbare afrondingsregels. De nieuwe tarieven treden automatisch in werking op 1 januari van het daaropvolgende jaar;
Eventuele door de hogere overheid opgelegde milieu- of andere heffingen met betrekking tot de afvalverwerking worden automatisch doorgerekend in de prijs van de afvalzakken, met ingang van 1 januari van het jaar volgend op de invoering van de heffing;
Artikel 12
De prijs voor het deponeren van PMD-afval in een sorteerstraat bedraagt:
Artikel 13
De retributie is verschuldigd door de gebruiker van de sorteerstraat en moet op voorhand betaald worden door storting van een tegoed op de elektronische identiteitskaart. Zonder voldoende tegoed kan er geen gebruik worden gemaakt van de sorteerstraat;
Artikel 14
Het gemeenteraadsbesluit van 20 oktober 2025 houdende retributie op het gebruik van sorteerstraten wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026;
Hoofdstuk 3. De retributie op het gebruik van het recyclagepark
Artikel 15
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie gevestigd op het deponeren van afvalstoffen op het betalend gedeelte van het recyclagepark, gebaseerd op het aangevoerd gewicht van de afvalfracties;
Artikel 16
De retributie is verschuldigd door elke bezoeker die fracties aanbrengt op het betalende gedeelte van het recyclagepark en wordt vastgesteld op 0,16 euro per kg;
Artikel 17
De retributie moet betaald worden bij het verlaten van het betalende gedeelte van het recyclagepark door de persoon of rechtspersoon welke van dit deel van het recyclagepark gebruik wenst te maken;
Artikel 18
De bezoeker dient de retributie te betalen voor volgende fracties:
Artikel 19
Volgende afvalstoffen worden vrijgesteld van elke retributie voor zover ze selectief worden ingezameld en enkel voor huishoudelijke hoeveelheden: AEEA, KGA, PMD (aangeboden in een gemeentelijke PMD-zak), hol glas, papier en karton, batterijen, printerafval, textiel, kringloopgoederen, huishoudelijke en niet-huishoudelijke verlichtingsapparatuur en lampen, motorolie, frituurolie –en vet, luierzakken, autobanden van particulieren, asbestafval (eerste 200 kg per jaar per gezin indien apart aangeleverd - verplicht goed te verpakken zodat stofvorming of breuken worden vermeden), snoeihout (eerste 200 kg per jaar per gezin indien apart aangeleverd), schroot en metaal, onbehandelde kurken, propere plastic schroefdopjes, zuiver piepschuim, plastics voor perscontainer, folies, GFT- en restafval (in gemeentelijke zakken);
Snoeihout is hout dat vrijkomt bij het snoeien en verhakseld kan worden (niet: boomwortels, rozelaars, bloemen, grasmaaisel, hakvuil en materialen die niet kunnen verhakseld worden en in de GFT-zak kunnen)
Wat betreft het huis-aan-huis snoeihout samen met het GFT is de richtlijn betreft de dikte maximaal 5,0 cm;
Artikel 20
Het gemeenteraadsbesluit van 29 november 2021 houdende retributie op het gebruik van het recyclagepark geldend vanaf 1 mei 2020 wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026;
Hoofdstuk 4. De retributie voor het afleveren van asbestafvalverpakking
Artikel 21
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031, een retributie geheven op het afleveren van asbestafvalverpakking op het recyclagepark of via het snelloket van het lokaal bestuur;
Artikel 22
Volgende types van verpakking worden afgeleverd:
Artikel 23
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de asbestafvalverpakking en eisbaar bij de aankoop van deze asbestafvalverpakking;
Artikel 24
Het bedrag van de retributie wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 25
De retributie voor het afleveren van de asbestafvalverpakking wordt betaald aan de betaalzuil van het recyclagepark of aan het snelloket via bancontact;
Artikel 26
Het gemeenteraadsbesluit van 23 augustus 2021 houdende het gemeentelijk reglement voor het afleveren van asbestophaling huis-aan-huis - vanaf najaar 2021 wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026;
Hoofdstuk 5. De retributie op de inzameling van landbouwafval
Artikel 27
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie gevestigd op de inzameling van landbouwafval;
Artikel 28
De retributie bedraagt:
en is verschuldigd door de landbouwer die het landbouwafval aanbiedt;
Artikel 29
De retributie is contant betaalbaar na weging op het containerpark;
Hoofdstuk 6. De retributie op het opruimen van sluikstorten
Artikel 30
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031, een retributie geheven op het ambtshalve opruimen van sluikstorten (zwerfvuil) door of in opdracht van het lokaal bestuur;
Artikel 31
De retributie is verschuldigd door iedere persoon die afvalstoffen achterlaat, opslaat of stort op openbare en private wegen, plaatsen en terreinen op een wijze die niet overeenstemt met het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen;
Artikel 32
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 33
De retributie is contant betaalbaar of na toezending van een factuur of schuldvordering;
Hoofdstuk 7. Gemeenschappelijke bepalingen
Artikel 34
Bij gebrek aan betaling in der minne zal de retributie ingevorderd worden volgens de modaliteiten bepaald in artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur voor wat betreft het niet betwiste gedeelte. De retributie zal burgerrechtelijk ingevorderd worden voor wat betreft het betwiste gedeelte;
Artikel 35
Deze verordening wordt aan de opdrachthoudende vereniging Intradura bezorgd;
Artikel 36
Dit besluit wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt er een retributie gevestigd op het advies door het toegankelijkheidsbureau Inter in het kader van de Vlaamse stedenbouwkundige verordening betreffende toegankelijkheid voor publiek toegankelijke gebouwen.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, artikel 41, 162 en 173;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening betreffende toegankelijkheid van 5 juni 2009 en zijn latere wijzigingen;
Gelet op het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en zijn latere wijzigingen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en zijn bijlagen en zijn latere wijzigingen;
Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn latere wijzigingen;
Artikel 1
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie gevestigd op het advies door het toegankelijkheidsbureau Inter in het kader van de Vlaamse stedenbouwkundige verordening betreffende toegankelijkheid voor publiek toegankelijke gebouwen;
Artikel 2
Het bedrag van de retributie is afhankelijk van het aangevraagde project:
Artikel 3
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die de vergunning aanvraagt;
Artikel 4
De retributie is contant betaalbaar of na toezending van een factuur of schuldvordering;
Artikel 5
Bij gebrek aan betaling in der minne, zal de retributie burgerrechtelijk worden ingevorderd voor wat betreft het betwiste gedeelte. De invordering van het niet-betwist gedeelte zal door middel van een dwangbevel, voorzien in artikel 177 van het decreet lokaal bestuur, geschieden;
Artikel 6
Dit besluit wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Het gemeenteraadsbesluit van 27 januari 2014 houdende het retributiereglement buitenschoolse kinderopvang wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41,
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 27 januari 2014 houdende het retributiereglement buitenschoolse kinderopvang;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 20 oktober 2025 houdende vaststelling tarieven Buitenschoolse Opvang en Activiteiten;
Artikel 1
Het gemeenteraadsbesluit van 27 januari 2014 houdende het retributiereglement buitenschoolse kinderopvang wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026;
Artikel 2
De groene betaalkaarten met openstaande saldi kunnen tot en met 31 maart 2026 binnengebracht worden bij de dienst onderwijs en zullen worden terugbetaald.
Aan de belasting op grondgebonden bescheiden wordt de aanvraag tot vrijgavebesluit toegevoegd ten bedrage van 500 euro dossierkost opstartfase en bovenop de dossierkost opstartfase 3.500 euro dossierkost wanneer het dossier voorlopig is vastgesteld door de gemeenteraad.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, artikel 41, 162 en 170, § 4;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 31 maart 2025 houdende de belasting op grondgebonden bescheiden;
Artikel 1
Aan het gemeenteraadsbesluit van 31 maart 2025 houdende de belasting op grondgebonden bescheiden wordt volgend artikel 3 bis toegevoegd:
Artikel 3 bis
Voor de aanvraag tot vrijgavebesluit wordt volgende belasting aangerekend:
Artikel 2
In artikel 7 van het gemeenteraadsbesluit van 31 maart 2025 houdende de belasting op grondgebonden bescheiden wordt 'belastingplichtige' geschrapt en vervangen door 'belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger';
Artikel 3
Het gecoördineerd besluit houdende de belasting op grondgebonden bescheiden als bijlage bij dit besluit wordt goedgekeurd;
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026 en wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
De raad keurt de aanvullende belasting op de personenbelasting (2026) goed.
Gelet op artikel 170, §4, van de Grondwet;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op de artikelen 464 tot en met 470/2 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992;
Artikel 1
Voor het aanslagjaar 2026 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar;
Artikel 2
De belasting wordt vastgesteld op 7,1 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aanslagjaar voorafgaande jaar;
Artikel 3
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen;
Artikel 4
Deze verordening wordt naar de toezichthoudende overheid gezonden.
De raad keurt de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing - aanslagjaar 2026 goed.
Gelet op artikel 170, §4, van de Grondwet;
Gelet op artikel 464/1, 1°, van het Wetboek Inkomstenbelastingen van 10 april 1992;
Gelet op het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
Gelet op het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit;
Gelet op het decreet van 18 november 2016 houdende de vernieuwde taakstelling en gewijzigde financiering van de provincies;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Artikel 1
Voor het aanslagjaar 2026 worden ten bate van de gemeente 850 opcentiemen geheven op de onroerende voorheffing;
Artikel 2
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst;
Artikel 3
De toezichthoudende overheid wordt van de bekendmaking op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2028, een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, artikel 41, 162 en 173;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2017 houdende het gemeentelijk reglement tot goedkeuring van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen;
Artikel 1
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2028, een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.
Permanente nutsvoorzieningen omvatten:
Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.
De retributie is verschuldigd door de eigenaar van de nutsvoorziening.
Artikel 3
De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voetpaden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.
Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.
De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de gemeente.
Artikel 4
Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3m² wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1,00 euro per op het grondgebied van de gemeente aanwezig aansluitingspunt.
Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,5 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de gemeente.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Artikel 5
Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dat kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de gemeente.
Artikel 6
De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.
Artikel 7
Bij gebrek aan betaling in der minne zal de retributie ingevorderd worden volgens de modaliteiten bepaald in artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur voor wat betreft het niet betwiste gedeelte. De retributie zal burgerrechtelijk ingevorderd worden voor wat betreft het betwiste gedeelte.
Artikel 8
Dit besluit wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Het meerjarenplan 2026-2031 Gemeente en OCMW Merchtem wordt goedgekeurd voor het gedeelte Gemeente Merchtem goed;
Gelet op het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids-en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (BVR BBC);
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids-en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC).
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 Gemeente en OCMW Merchtem, zoals bijgevoegd als bijlage, wordt goedgekeurd voor het gedeelte Gemeente Merchtem;
Artikel 2
Deze beslissing wordt aan de toezichthoudende overheid verzonden.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 Gemeente en OCMW Merchtem voor het onderdeel OCMW Merchtem, goed.
Gelet op het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids-en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (BVR BBC);
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids-en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC).
Artikel 1
Er wordt kennis genomen van de beslissing van de raad inzake de goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031 Gemeente en OCMW Merchtem voor het onderdeel OCMW Merchtem;
Artikel 2
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 Gemeente en OCMW Merchtem voor het onderdeel OCMW Merchtem, goed;
Artikel 3
Deze beslissing wordt aan de toezichthoudende overheid verzonden.
Het meerjarenplan 2026-2031 van het AGB Merchtem wordt goedgekeurd door de gemeenteraad.
Gelet op artikel 37 van de statuten van het Autonoom Gemeentebedrijf Merchtem;
Gelet op het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids-en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen (BVR BBC);
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids-en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen (MB BBC);
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 van het AGB Merchtem wordt goedgekeurd door de gemeenteraad.
Artikel 2
Deze beslissing wordt aan de toezichthoudende overheid verzonden.
Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkraad St.-Antonius Bollebeek wordt gunstig geadviseerd.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, inzonderheid artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
Gelet op het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, inzonderheid de artikelen 54 en 55;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006, gewijzigd op 27 juni 2008, houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale kerkbesturen van de erkende erediensten, inzonderheid artikel 39 tot en met artikel 44;
Gelet op de omzendbrief BB-2013/01 van het kabinet van de Vlaamse Minister van Binnenlands Bestuur dd. 1 maart 2013 betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst;
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkraad St.-Antonius Bollebeek wordt gunstig geadviseerd.
Artikel 2
Een afschrift van deze beslissing zal overgemaakt worden aan:
Het meerjarenplan 2026-2031 van kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Peizegem wordt gunstig geadviseerd.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, inzonderheid de artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
Gelet op het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, inzonderheid de artikelen 45 tot en met 50/1;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006, gewijzigd op 27 juni 2008 en op 14 december 2012, houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale kerkbesturen van de erkende erediensten, inzonderheid artikel 6 tot en met artikel 25;
Gelet op de omzendbrief BB-2013/01 van 1 maart 2013 betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst;
Gelet op de omzendbrief KBBJ/ABB 2023/1 van 9 juni 2023 betreffende beslissingen tijdens het jaar van de gemeenteraads-, stadsdistrictsraads-, provincieraadsverkiezingen en de verkiezingen van de raad voor maatschappelijk welzijn tot aan de installatie van de nieuwe raden en het gebruik van informatiemiddelen tijdens de hele bestuursperiode;
Gelet op het besluit van 18 oktober 2025 van de kerkraad Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Peizegem waarbij het meerjarenplan 2026-2031 werd goedgekeurd;
Gelet op het positief advies van het erkend representatief orgaan van 6 november 2025;
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 van kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Peizegem wordt gunstig geadviseerd.
Artikel 2
Tegen deze beslissing kan binnen een termijn van 30 dagen beroep ingesteld worden bij de provinciegouverneur, Provincieplein 1, 3010 Leuven.
Artikel 3
Volgende instanties worden op de hoogte gebracht van deze beslissing:
Het meerjarenplan 2026-2031 O.L.Vrouw ter Noodt Merchtem wordt gunstig geadviseerd.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, inzonderheid de artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
Gelet op het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, inzonderheid de artikelen 45 tot en met 50/1;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006, gewijzigd op 27 juni 2008 en op 14 december 2012, houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale kerkbesturen van de erkende erediensten, inzonderheid artikel 6 tot en met artikel 25;
Gelet op de omzendbrief BB-2013/01 van 1 maart 2013 betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst;
Gelet op de omzendbrief KBBJ/ABB 2023/1 van 9 juni 2023 betreffende beslissingen tijdens het jaar van de gemeenteraads-, stadsdistrictsraads-, provincieraadsverkiezingen en de verkiezingen van de raad voor maatschappelijk welzijn tot aan de installatie van de nieuwe raden en het gebruik van informatiemiddelen tijdens de hele bestuursperiode;
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 O.L.Vrouw ter Noodt Merchtem wordt gunstig geadviseerd.
Artikel 2
Tegen deze beslissing kan binnen een termijn van 30 dagen beroep ingesteld worden bij de provinciegouverneur, Provincieplein 1, 3010 Leuven.
Artikel 3
Volgende instanties worden op de hoogte gebracht van deze beslissing:
Het meerjarenplan 2026-2031 kerkraad Ossel wordt gunstig geadviseerd.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, inzonderheid de artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
Gelet op het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, inzonderheid de artikelen 45 tot en met 50/1;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006, gewijzigd op 27 juni 2008 en op 14 december 2012, houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale kerkbesturen van de erkende erediensten, inzonderheid artikel 6 tot en met artikel 25;
Gelet op de omzendbrief BB-2013/01 van 1 maart 2013 betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst;
Gelet op de omzendbrief KBBJ/ABB 2023/1 van 9 juni 2023 betreffende beslissingen tijdens het jaar van de gemeenteraads-, stadsdistrictsraads-, provincieraadsverkiezingen en de verkiezingen van de raad voor maatschappelijk welzijn tot aan de installatie van de nieuwe raden en het gebruik van informatiemiddelen tijdens de hele bestuursperiode;
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 kerkraad Ossel wordt gunstig geadviseerd.
Artikel 2
Tegen deze beslissing kan binnen een termijn van 30 dagen beroep ingesteld worden bij de provinciegouverneur, Provincieplein 1, 3010 Leuven.
Artikel 3
Volgende instanties worden op de hoogte gebracht van deze beslissing:
De gemeenteraad keurt de prijssubsidiefactor 2026, ten voordele van het Autonoom Gemeentebedrijf Merchtem, goed.
Gelet op het Decreet over het lokaal bestuur;
Gelet op de Circulaire 2022/C/100 van 13 oktober 2022 betreffende de btw-regeling die van toepassing is op autonome gemeentebedrijven;
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het prijssubsidiereglement, vermeld in artikel 2 van huidige beslissing, ten voordele van het Autonoom Gemeentebedrijf Merchtem goed.
Artikel 2
PRIJSSUBSIDIEREGLEMENT 2026 AGB
Het AGB heeft haar inkomsten en uitgaven geraamd voor het kalenderjaar 2026 (zie bijlage raming opbrengsten en kosten boekjaar 2026). Op basis van deze ramingen heeft het AGB vastgesteld dat voor het kalenderjaar 2026 de inkomsten uit toegangsgelden sportinfrastructuur minstens 494.029,84 euro excl. BTW dienen te bedragen om economisch rendabel te zijn.
Om economisch rendabel te zijn wenst het AGB vanaf 1 januari 2026 de voorziene toegangsprijzen (inclusief 6 % btw) voor de sportinfrastructuur te vermenigvuldigen met een factor 9,98.
De gemeenteraad erkent dat het AGB, op basis van deze ramingen, de voorziene toegangsprijzen (inclusief 6% btw) voor sporthallen zou moeten vermenigvuldigen met een factor 9,98 om economisch rendabel te zijn.
Het gemeentebestuur wenst de toegangsgelden te beperken opdat de sportinfrastructuur toegankelijk is voor iedereen. Het gemeentebestuur verbindt er zich toe om voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 deze beperkte toegangsgelden te subsidiëren middels de toekenning van prijssubsidies.
De waarde van de prijssubsidie toegekend door het gemeentebestuur voor toegangsgelden voor de sportinfrastructuur bedraagt de prijs (inclusief 6% btw) die de bezoeker voor recht op toegang betaalt, vermenigvuldigd met een factor 8,98.
De bedragen van de prijssubsidies uitgedrukt in euro zijn opgenomen in bijlage 3, welke integrerend deel uitmaakt van deze beslissing.
De gesubsidieerde toegangsgelden (inclusief 6% btw) kunnen steeds geherevalueerd worden in het kader van een periodieke evaluatie van de totale exploitatieresultaten van het AGB. In de mate er een prijssubsidieaanpassing noodzakelijk is zal het gemeentebestuur deze steeds documenteren. De bedragen van de prijssubsidies kunnen slechts tweemaal per jaar worden herzien en kunnen uitsluitend van toepassing zijn voor toekomstige diensten.
Het AGB moet op de 15de werkdag van elk kwartaal aan het gemeentebestuur een overzicht bezorgen van de werkelijk gefactureerde bedragen tijdens het voorbije kwartaal tot de sportinfrastructuur welke het bedrag aan te betalen prijssubsidies dient te bevatten. De afrekening van deze prijssubsidies zal gebeuren middels de uitreiking van een debet nota die het AGB uitreikt aan het gemeentebestuur. Het gemeentebestuur dient deze debet nota te betalen aan het AGB binnen de 30 werkdagen na ontvangst.
Het gemeentebestuur vestigt de aandacht erop dat de prijssubsidies deel uitmaken van de maatstaf van heffing en derhalve op de factuur dienen te worden vermeld wanneer de uitreiking van een btw-factuur verplicht is.
Een nieuw prijssubsidiereglement geldig vanaf 2026 zal worden onderhandeld tussen het gemeentebestuur en het AGB vóór 31 december 2025.
De prijssubsidie wordt verleend zolang het beschikbare krediet toereikend is. Vanaf het ogenblik dat het beschikbare krediet is uitgeput, wordt de prijssubsidie nul voor nieuwe prestaties. Dit moet waarborgen dat de gemeente geen subsidies verschuldigd is, die niet in het meerjarenplan van de gemeente zijn gebudgetteerd.
De gemeenteraad keurt het reglement betreffende toekenning feestcheque goed.
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur, inzonderheid artikels 2 en 40;
Artikel 1
Onder de hierna vermelde voorwaarden wordt een gemeentelijke toelage verleend voor activiteiten die de sociale contacten binnen een straat, een duidelijk afgebakend gedeelte ervan, een plein of een buurt (wijkbuurten) bevorderen;
Artikel 2
Dit reglement voorziet een tussenkomst voor straatfeesten. Uitgesloten zijn privé-feesten en activiteiten met winstoogmerk. Deze vorm van toelage is niet cumuleerbaar met enige andere toelage van de gemeente Merchtem voor hetzelfde evenement. Elke straat, gedeelte ervan, plein of buurt kan slechts één keer per kalenderjaar een toelage bekomen;
Artikel 3
De initiatiefnemers moeten wonen in de betrokken straat of plein;
Artikel 4
Het ingediende project moet zich richten tot alle inwoners van de bedoelde straat, gedeelte ervan, plein of buurt;
Artikel 5
Elke aanvraag moet gericht worden aan het gemeentebestuur en omvat
Deze aanvraag dient ten laatste 2 weken voor het evenement en uiterlijk op 15 december van het lopende jaar ingediend te zijn;
Artikel 6
Het toelagebedrag wordt vastgelegd op 300,00 euro en is bedoeld om de basisorganisatiekosten te helpen dragen en om het sociaal contact tussen de bewoners te bevorderen. De toelage kan nooit meer dan de effectieve kosten dekken. Voor een buurtfeest met meer dan 100 deelnemers, wordt een dubbele feestcheque toegekend, zijnde 600,00 euro;
Artikel 7
Voor de uitbetaling van de toelagen dienen de organisatoren de nodige documenten tot staving van de activiteiten aan het gemeentebestuur over te maken (uitnodigingen, affiches, rekeningen, foto's, ...).
Artikel 8
De toelage wordt uitbetaald binnen de perken van de goedgekeurde budgetten;
Artikel 9
Deze beslissing vervangt de gemeenteraadsbeslissing van 27 mei 2019 houdende de toekenning van feestcheques en treedt in werking vanaf 1 januari 2026.
De gemeenteraad neemt kennis van de brief van Agentschap Binnenlands Bestuur, afdeling lokale financiën, m.b.t. de goedkeuring van de meerjarenplanaanpassing 9 2020 2025.
Ter kennis genomen.
De gemeenteraad keurt de actualisering van de uurtarieven van Haviland goed, zoals voorgesteld op de raad van bestuur dd. 13 oktober 2025. De nieuwe tarieven treden in werking op 1 januari 2026 en zijn van toepassing op alle nieuwe contracten die worden afgesloten en op de contracten van onbepaalde duur.
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur dd. 22 december 2017, inzonderheid artikel 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de actualisering van de uurtarieven van Haviland goed, zoals voorgesteld op de raad van bestuur dd. 13 oktober 2025. De nieuwe tarieven treden in werking op 1 januari 2026 en zijn van toepassing op alle nieuwe contracten die worden afgesloten en op de contracten van onbepaalde duur;
Artikel 2
De gemeenteraad keurt de gewijzigde samenwerkingsovereenkomsten van onbepaalde duur met Haviland, overeenkomstig het bijgevoegde addendum, goed;
Artikel 3
Het College van Burgemeester en Schepenen wordt gelast met de uitvoering van deze beslissing;
Artikel 4
De nodige kredieten zullen voorzien worden in de eerstvolgende aanpassing van het meerjarenplan.
De gemeenteraad keurt het reglement 'Opname van leegstaande woningen en gebouwen' goed.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, artikel 41, 162 en 170, § 4;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;
Gelet op Boek 2, Deel 2, Titel 3, artikels 2.9 - 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
Gelet op Boek 2. Deel 2. Titel 4 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 betreffende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid. Onder artikel 2.14 staat leegstaande gebouwen en woningen opsporen, registreren en aanpakken opgenomen als basisinitiatief;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 29 september 2025 houdende het verderzetten van de deelname aan de Interlokale Vereniging “Woonwinkel West-Brabant;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 20 december 2021 houdende een gemeentelijk reglement opname van leegstaande woningen en gebouwen;
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het onderstaande reglement opname van leegstaande woningen en gebouwen goed;
Artikel 2 - Begripsomschrijvingen
Artikel 3 - Leegstandsregister
§1. De administratie houdt een register bij van leegstaande woningen en gebouwen;
§2. In het leegstandsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
Artikel 4 - Vaststelling van leegstand
§1. Een gebouw wordt als leegstaand beschouwd wanneer meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden;
Een woning wordt als leegstaand beschouwd wanneer deze niet wordt aangewend in overeenstemming met de woonfunctie gedurende een termijn van minstens twaalf opeenvolgende maanden;
§2. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerd opnameattest. Dit attest bevat minstens één foto en een vermelding van de indicaties die de leegstand staven. De datum van het opnameattest geldt als datum van de vaststelling van de leegstand en als opnamedatum in het register;
§3. De leegstand wordt beoordeeld op basis van minstens één objectieve indicatie uit onderstaande lijst:
§4. Een woning of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen kan ook worden opgenomen in het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen;
§5. Register tweede verblijven en register leegstaande woningen en gebouwen kunnen niet gecombineerd worden. Bij twijfel of onvoldoende bewijzen zal de administratie de woning opnemen in het register van leegstaande woningen en gebouwen;
§6. Een woning dat opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen, kan niet worden opgenomen in het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen. Omgekeerd kan dit wel, een woning die opgenomen wordt in het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen, kan nadien ook opgenomen worden in de gewestelijke inventaris van ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen;
§7. Assistentiewoningen worden juridisch niet als afzonderlijke woningen beschouwd. Ze kunnen enkel als leegstaand worden geregistreerd als meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte van het gebouw niet gebruikt wordt volgens de functie van het gebouw;
Artikel 5 - Kennisgeving van de opname
§1. Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister;
§2. De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan de verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opnameattest betrekking heeft;
Artikel 6 - Beroep tegen de opname
§1. Het beroepschrift moet minstens de volgende gegevens bevatten:
§2. De houder van het zakelijk recht of zijn vertegenwoordiger dient beroep in tegen de opname in het register van leegstaande woningen en gebouwen binnen een termijn van dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de beveiligde zending over de opname in het leegstandsregister;
§3. Het beroepschrift is onontvankelijk als het niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in §1. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §2 niet verstreken is. Dan vervalt het eerste beroep;
§4. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. De beslissing wordt genomen op basis van de stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een beslissing op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de administratie. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd, of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek;
§5. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroep en betekent de beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de indiening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend;
§6. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het leegstandsregister;
Artikel 7 - Schrapping uit het leegstandsregister
§1. De administratie kan op eigen initiatief een woning of gebouw uit het leegstandsregister schrappen;
§2. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als de houder van het zakelijk recht of zijn vertegenwoordiger bewijst dat:
§3. Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt wanneer een houder van het zakelijk recht bewijst dat:
§4. De schrapping uit het leegstandsregister geldt met terugwerkende kracht vanaf de eerste dag waarop de woning of het gebouw overeenkomstig de functie werd gebruikt, of vanaf de datum waarop het puin volledig werd geruimd na sloop;
§5. De loutere voorlegging van een (handels)huurovereenkomst kan niet volstaan als bewijs voor de beëindiging van de leegstand van een gebouw of woning, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft over de effectieve benutting van het gebouw of de woning;
§6. De houder van het zakelijk recht of zijn vertegenwoordiger kan via het e-loket of via het meldingsformulier een schrapping aanvragen. De schrappingsaanvraag bevat:
§7. De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister. Bij bewoning dient het effectief gebruik te worden aangetoond door een inschrijving van minstens zes opeenvolgende maanden in het bevolkingsregister. Indien dit onvoldoende blijkt, bij niet-occasioneel gebruik, ander gebruik of bij sloop kan de administratie een aanvullend feitenonderzoek uitvoeren.
§8. Als datum van het schrappingsverzoek geldt de datum van de melding via het e-loket of de datum van ontvangst van het meldingsformulier;
§9. De administratie neemt een beslissing binnen een termijn van negentig dagen na de ontvangst van het verzoek en brengt de verzoeker op de hoogte van de beslissing met een beveiligde zending. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het leegstandsregister;
§10. Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 6. Dezelfde termijnen en procedures gelden;
Artikel 8 - Overgangsbepaling
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en heft op en vervangt vanaf die dag het gemeenteraadsbesluit van 20 december 2021 houdende het reglement opname leegstandsregister woningen en gebouwen. Woningen en gebouwen die voor 1 januari 2026 zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister, blijven opgenomen met behoud van hun opnamedatum. Deze opname blijft rechtsgeldig en vormt de basis van de toepassing van dit reglement, tenzij de eigenaar aantoont dat de woning of het gebouw niet langer leegstaat volgens de bepalingen van dit reglement;
Artikel 9 - Bekendmaking
Dit besluit wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het leegstandsregister.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, artikel 41, 162 en 170, § 4;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;
Gelet op Boek 2, Deel 2, Titel 3, artikels 2.9 - 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
Gelet op Boek 2. Deel 2. Titel 4 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 betreffende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid. Onder artikel 2.14 staat leegstaande gebouwen en woningen opsporen, registreren en aanpakken opgenomen als basisinitiatief;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 29 september 2025 houdende het verderzetten van de deelname aan de Interlokale Vereniging 'Woonwinkel West-Brabant';
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van heden houdende het gemeentelijk reglement opname van leegstaande woningen en gebouwen;
Artikel 1 - Begripsomschrijvingen
De begripsomschrijvingen opgenomen in artikel 1 van het reglement opname leegstandsregister woningen en gebouwen zijn van toepassing;
Artikel 2 - Belastbaar voorwerp en belastingtermijn
§1. Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het leegstandsregister. De belasting is voor het eerst verschuldigd op het ogenblik dat de woning of het gebouw twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het leegstandsregister;
§2. Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit het leegstandsregister, blijft de belasting verschuldigd bij elke verjaardag van de opname;
§3. De belasting op tweede verblijven en de belasting op leegstaande woningen en gebouwen kunnen niet gecombineerd worden. Bij twijfel of onvoldoende bewijzen beslist de financiële dienst dat de belasting op leegstaande woningen en gebouwen van toepassing is op basis van objectieve gegevens;
Artikel 3 - Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
§2. Bij mede-eigendom wordt de leegstandsbelasting pro rata verdeeld volgens het eigendomsdeel, maar alle mede-eigenaars zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het volledige bedrag. Een mede-eigenaar met een persoonsgebonden vrijstelling is vrijgesteld van betaling; de overige mede-eigenaars blijven hoofdelijk aansprakelijk voor het resterende bedrag;
§3. In geval van overdracht van het zakelijk recht informeert de verkoper of diens notaris de verkrijger van het zakelijk recht vooraf dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister. De verkoper of diens notaris stelt de administratie binnen twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte via beveiligde zending in kennis van de overdracht. De kennisgeving bevat minstens de volgende gegevens:
De belastingplicht gaat over op de nieuwe houder vanaf de datum van de akte;
Bij ontbreken van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd;
Er wordt geen rekening gehouden met de tussen partijen gesloten overeenkomst over de verschuldigde belasting;
Artikel 4 - Tarief van de belasting
§1. De belasting bedraagt:
§2. Wanneer een vrijstelling van de leegstandsbelasting wordt toegekend, wordt bij het verstrijken van de vrijstellingsperiode opnieuw gekeken naar het totaal aantal opeenvolgende maanden dat het gebouw of de woning in het leegstandsregister is opgenomen;
§3. Indien er een overdracht is van het zakelijk recht, vervalt het aantal termijnen dat de woning of een gebouw in het leegstandsregister staat. Op basis van artikel 9, §3, 1° kan de nieuwe houder van het zakelijk recht een vrijstelling aanvragen voor het eerste jaar dat volgt op het verkrijgen van het zakelijk recht. Vanaf het tweede jaar zal de nieuwe houder zakelijk recht voor het eerst worden belast;
Artikel 5 - Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat periodiek vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen;
Artikel 6 - Wijze van inning
De kohieren worden ingevorderd door de financieel directeur volgens de vigerende wetgeving;
De belasting is eisbaar binnen de twee maanden na het toezenden van het aanslagbiljet;
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen volgens de modaliteiten voorzien in artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Artikel 8 - Vrijstellingen
§1. Een belastingplichtige die in aanmerking komt voor een vrijstelling overeenkomstig dit reglement, wordt aangemoedigd om uiterlijk twee maanden voor de verjaardag van de opname in het leegstandsregister een gemotiveerde aanvraag in te dienen. Dit kan via het e-loket of via het meldingsformulier, dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website. De aanvraag moet schriftelijk, ondertekend en gemotiveerd zijn, en vergezeld gaan van de nodige bewijsstukken;
§2. Een vrijstelling moet jaarlijks worden aangevraagd;
§3. Persoonsgebonden vrijstellingen:
Van de belasting op leegstaande woningen en gebouwen is vrijgesteld:
§4. Gebouw- of woning gebonden vrijstellingen:
Van de belasting op leegstaande woningen en gebouwen is vrijgesteld een woning of gebouw dat:
Artikel 9 - Overgangsbepalingen
§1. Voor de bepaling van het belastingtarief wordt verdergegaan op het aantal jaren dat de woning of het gebouw is opgenomen in het leegstandsregister, ongeacht of er een vrijstelling van toepassing is. Deze regeling is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2026;
§2. De houder zakelijk recht die onder een vorig reglement een vrijstelling heeft bekomen, moet als hij nog steeds voldoet aan de voorwaarden van artikel 8 van dit reglement een nieuwe vrijstelling aanvragen volgens de bepalingen van dit reglement;
§3. Bij vrijstellingen waarvoor een maximaal aantal verleningen is vastgelegd, worden ook de vrijstellingen meegeteld die in het verleden zijn toegekend onder eerdere leegstandsreglementen;
Artikel 10 - Bekendmaking
Dit besluit wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
De gemeenteraad wenst deel uit te maken van de Interlokale Vereniging “Woonwinkel West-Brabant” en keurt het bijgevoegd subsidiedossier goed.
Gelet op de artikels 40 en 41 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB);
Gelet op de Vlaamse Codex Wonen 2021;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2025 tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex van 2021, wat betreft het lokaal woonbeleid;
Gelet op het principieel akkoord van het college van burgemeester en schepenen van 12 maart 2025 tot deelname intergemeentelijk samenwerkingsproject Wonen van 3Wplus 2026-2031;
Gelet op de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 18 september 2025 over de verderzetting van de deelname aan de interlokale vereniging Woonwinkel West-Brabant. Het voorstel van het subsidiedossier 2026 – 2031 en de kennisname van de verwachte subsidies en begroting.
Artikel 1
De gemeenteraad wenst deel uit te maken van de Interlokale Vereniging “Woonwinkel West-Brabant” en keurt het bijgevoegd subsidiedossier goed;
Artikel 2
De gemeenteraad keurt de nieuwe statuten van de Interlokale vereniging “Woonwinkel West-Brabant” goed, dewelke in werking treden op 1 januari 2026;
Artikel 3
De gemeenteraad neemt kennis van de voorlopige begroting in bijlage, de mogelijke subsidies van de Vlaamse Overheid en voorziet de nodige kredieten in de begrotingsjaren 2026-2031 voor de gemeentelijke bijdragen verbonden aan de werking van de interlokale vereniging “Woonwinkel West-Brabant” om de gestelde woonbeleidsdoelstellingen te verwezenlijken;
Artikel 4
Uiterlijk op 30 september 2025 dient Woonwinkel West-Brabant de subsidieaanvraag voor de periode 2026-2031 in. De gemeenteraadsbeslissingen aangaande de goedkeuring van het subsidiedossier van elke deelnemende gemeente en een ondertekend exemplaar van de statuten worden bijgevoegd bij de subsidieaanvraag.
De gemeenteraad keurt het reglement 'Opname van leegstaande woningen en gebouwen' en het opnameattest goed.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, artikel 41, 162 en 170, § 4;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;
Gelet op boek 2, Deel 2, Titel 4, artikels 2.15 - 2.20 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
Gelet op boek 2. Deel 2. Titel 4 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 betreffende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid. Onder artikel 2.14 staat verwaarloosde gebouwen en woningen opsporen, registreren en aanpakken opgenomen als basisinitiatief;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 29 september 2025 houdende het verderzetten van de deelname aan de Interlokale Vereniging “Woonwinkel West-Brabant”.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt onderstaand reglement Opname van verwaarloosde woningen en gebouwen goed.
Artikel 2
De gemeenteraad keurt het opnameattest (in bijlage) met indicaties die de verwaarlozing vaststellen goed.
Artikel 3 - Begripsomschrijvingen
Artikel 4 - Verwaarlozingsregister
§1. De administratie houdt een register bij van verwaarloosde woningen en gebouwen;
§2. In het verwaarlozingsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
Artikel 5 - Vaststelling van verwaarlozing
§1. Een gebouw of een woning wordt als verwaarloosd beschouwd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten. Op basis van het opnameattest wordt geoordeeld hoeveel indicaties van verwaarlozing aanwezig zijn;
Als 3 of meer gebreken van categorie I (klein gebrek) of minstens 1 gebrek van categorie II (ernstig gebrek) aanwezig zijn, is er sprake van verwaarlozing;
§2. Een verwaarloosde woning of gebouw wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister aan de hand van een genummerd opnameattest. Dit attest bevat minstens één foto en een opsomming van alle gebreken die aanleiding geven tot de opname in het verwaarlozingsregister. De datum van het opnameattest geldt als datum van de vaststelling van de verwaarlozing en als opnamedatum in het register;
§3. Een woning of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijke leegstandsregister, kan ook opgenomen worden in het gemeentelijk verwaarlozingsregister, en omgekeerd;
§4. Een woning dat opgenomen is in het gemeentelijk register tweede verblijven, kan ook opgenomen worden in het gemeentelijk verwaarlozingsregister, en omgekeerd;
§5. Een woning dat opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen, kan eveneens worden opgenomen in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd;
Artikel 6 - Kennisgeving van de opname
§1. Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister;
§2. De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan de verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opnameattest betrekking heeft;
Artikel 7 - Beroep tegen de opname
§1. Het beroepschrift moet minstens de volgende gegevens bevatten:
§2. De houder van het zakelijk recht of zijn vertegenwoordiger dient beroep in tegen de opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen binnen een termijn van dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de beveiligde zending over de opname in het verwaarlozingsregister;
§3. Het beroepschrift is onontvankelijk als het niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in §1. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §2 niet verstreken is. Dan vervalt het eerste beroep;
§4. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. De beslissing wordt genomen op basis van de stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een beslissing op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de administratie. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd, of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek;
§5. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroep en betekent de beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de indiening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend;
§6. Als de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het verwaarlozingsregister;
Artikel 8 - Schrapping uit het verwaarlozingsregister
§1. De administratie kan op eigen initiatief een woning of gebouw uit het verwaarlozingsregister schrappen;
§2. Een woning of gebouw wordt uit het verwaarlozingsregister geschrapt als de houder van het zakelijk recht of zijn vertegenwoordiger bewijst dat:
§3. De houder van het zakelijk recht of zijn vertegenwoordiger kan via het e-loket of het meldingsformulier een schrapping aanvragen. De schrappingsaanvraag bevat:
§5. Als datum van het schrappingsverzoek geldt de datum van de melding. Deze geldt eveneens als datum waarop de woning of het gebouw uit het verwaarlozingsregister wordt geschrapt;
§6. De administratie neemt een beslissing binnen een termijn van negentig dagen na de ontvangst van het verzoek en brengt de verzoeker op de hoogte van de beslissing met een beveiligde zending. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het verwaarlozingsregister;
§7. Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht of zijn vertegenwoordiger beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 6. Dezelfde termijnen en procedures gelden;
Artikel 9 - Overgangsbepaling
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en heft op en vervangt vanaf die dag het gemeentelijk reglement betreffende opname register verwaarloosde woningen en gebouwen van 20 december 2021. Woningen en gebouwen die voor 1 januari 2026 zijn opgenomen in het gemeentelijk verwaarlozingsregister, blijven opgenomen met behoud van hun opnamedatum. Deze opname blijft rechtsgeldig en vormt de basis van de toepassing van dit reglement, tenzij de eigenaar aantoont dat de woning of het gebouw niet langer verwaarloosd is volgens de bepalingen van dit reglement;
Artikel 10 - Bekendmaking
Dit besluit wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op de woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het verwaarlozingsregister.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, artikel 41, 162 en 170, § 4;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;
Gelet op boek 2, Deel 2, Titel 4, artikels 2.15 - 2.20 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 over het register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
Gelet op boek 2. Deel 2. Titel 4 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 betreffende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid. Onder artikel 2.14 staat verwaarloosde gebouwen en woningen opsporen, registreren en aanpakken opgenomen als basisinitiatief;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 29 september 2025 houdende het verderzetten van de deelname aan de Interlokale Vereniging “Woonwinkel West-Brabant”;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van heden houdende het gemeentelijk reglement opname van verwaarloosde woningen en gebouwen;
Artikel 1 - Begripsomschrijvingen
De begripsomschrijvingen opgenomen in artikel 1 van het reglement opname verwaarlozingsregister woningen en gebouwen zijn van toepassing;
Artikel 2 - Belastbaar voorwerp en belastingtermijn
§1. Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op de woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het verwaarlozingsregister. De belasting is voor het eerst verschuldigd op het ogenblik dat de woning of het gebouw twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het verwaarlozingsregister;
§2. Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit het verwaarlozingsregister, blijft elk aanslagjaar de belasting verschuldigd;
§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht van de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw;
§2. Bij mede-eigendom wordt de verwaarlozingsbelasting pro rata verdeeld volgens het eigendomsdeel, maar alle mede-eigenaars zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het volledige bedrag. Een mede-eigenaar met een persoonsgebonden vrijstelling is vrijgesteld van betaling; de overige mede-eigenaars blijven hoofdelijk aansprakelijk voor het resterende bedrag;
§3. In geval van overdracht van het zakelijk recht informeert de verkoper of diens notaris de verkrijger van het zakelijk recht vooraf dat het goed is opgenomen in het verwaarlozingsregister. De verkoper of diens notaris stelt de administratie binnen twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte via beveiligde zending in kennis van de overdracht. De kennisgeving bevat minstens de volgende gegevens:
De belastingplicht gaat over op de nieuwe houder vanaf de datum van de akte;
Bij ontbreken van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd;
Er wordt geen rekening gehouden met de tussen partijen gesloten overeenkomst over de verschuldigde belasting;
§1. De belasting bedraagt:
§2. Het aantal termijnen dat een woning of een gebouw in het verwaarlozingsregister staat vervalt bij de overdracht van het zakelijk recht over het gebouw of de woning;
§3. Wanneer een vrijstelling van de verwaarlozingsheffing wordt toegekend, wordt bij het verstrijken van de vrijstellingsperiode opnieuw gekeken naar het totaal aantal opeenvolgende maanden dat het gebouw of de woning in het verwaarlozingsregister is opgenomen;
Artikel 5 - Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat periodiek vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen;
Artikel 6 - Wijze van inning
De kohieren worden ingevorderd door de financieel directeur volgens de vigerende wetgeving;
De belasting is eisbaar binnen de twee maanden na het toezenden van het aanslagbiljet;
Artikel 7 - Bezwaarprocedure
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen volgens de modaliteiten voorzien in artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Artikel 8 - Vrijstellingen
§1. Een belastingplichtige die in aanmerking komt voor een vrijstelling overeenkomstig dit reglement, wordt aangemoedigd om uiterlijk twee maanden voor de verjaardag van de opname in het verwaarlozingsregister een gemotiveerde aanvraag in te dienen. Dit kan via het e-loket of via het meldingsformulier, dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website. De aanvraag moet schriftelijk, ondertekend en gemotiveerd zijn, en vergezeld gaan van de nodige bewijsstukken;
§2. Een vrijstelling moet jaarlijks, worden aangevraagd;
§3. Persoonsgebonden vrijstelling:
De belastingplichtige die minder dan één jaar houder is van het zakelijk recht op de woning of het gebouw, is vrijgesteld voor de eerste belastingaanslag die volgt op het verkrijgen van dat zakelijk recht. Deze vrijstelling moet worden aangetoond met een attest van de notaris of de notariële akte waaruit de datum van verwerving blijkt;
§4. Gebouw- of woning gebonden vrijstellingen:
Van de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen is vrijgesteld een woning of gebouw dat:
§1. Voor de bepaling van het belastingtarief wordt verdergegaan op het aantal maanden dat de woning of het gebouw is opgenomen in het verwaarlozingsregister, ongeacht of er een vrijstelling van toepassing is. Deze regeling is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2026;
§2. De houder zakelijk recht die onder een vorig reglement een vrijstelling heeft bekomen, moet als hij nog steeds voldoet aan de voorwaarden van artikel 8 van dit reglement een nieuwe vrijstelling aanvragen volgens de bepalingen van dit reglement;
§3. Bij vrijstellingen waarvoor een maximaal aantal verlengingen is vastgelegd, worden ook de vrijstellingen meegeteld die in het verleden zijn toegekend onder eerdere verwaarlozingsreglementen;
Artikel 10 - Bekendmaking
Dit besluit wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op de tweede verblijven.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, artikel 41, 162 en 170, § 4;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;
Gelet op de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Artikel 1
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op de tweede verblijven;
Artikel 2 - Begripsomschrijvingen
Artikel 3 - Uitzonderingen
§1. Worden niet beschouwd als een tweede verblijf:
Artikel 4 - Aangifteplicht
§1. De belastingplichtige ontvangt jaarlijks van het gemeentebestuur een herinnering tot het indienen van de aangifte van het tweede verblijf;
§2. Het niet-ontvangen van een herinnering ontslaat de belastingplichtige niet van de verplichting om spontaan aangifte te doen;
§3. De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger dient jaarlijks, uiterlijk op 1 juni van het aanslagjaar, de aangifte van het tweede verblijf in via het e-loket of met het aangifteformulier dat beschikbaar wordt gesteld op de gemeentelijke website;
§4. De administratie kan bijkomende bewijsstukken opvragen en/of een controle ter plaatse uitvoeren;
§5. Bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn, of ingeval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve gevestigd mits inachtneming van de in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 voorziene bepalingen;
§6. De tweede verblijven worden bijgehouden in een gemeentelijk register;
Artikel 5 - Belastingplichtige
§1. De belasting is éénmalig en voor het volledige jaar verschuldigd per woning zonder inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister of waarvoor nog geen aanvraag tot inschrijving is ingediend en die effectief wordt gebruikt op 1 januari van het aanslagjaar;
§2. De belasting is verschuldigd door diegene die op 1 januari van het aanslagjaar op het adres van het tweede verblijf niet in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister is ingeschreven voor het hoofdverblijf en:
§3. Bij betwisting over het gebruik van het tweede verblijf is de belasting verschuldigd door de houder van het zakelijk recht op 1 januari van het aanslagjaar;
§4. Bij mede-eigendom wordt de belasting pro rata verdeeld volgens het eigendomsaandeel, maar alle mede-eigenaars zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de volledige belasting;
§4. Bij verkoop in de loop van het jaar is de belasting ondeelbaar en is de belasting verschuldigd door de eigenaar van het zakelijk recht op 1 januari van het aanslagjaar;
Artikel 6 - Tarief van de belasting
§1. De belasting bedraagt: € 1.500 per jaar en per tweede verblijf;
§2. Ontvangt de houder van het zakelijk recht een vrijstelling op basis van artikel 11 dan wordt de belasting berekend op basis van het aantal volledige maanden dat de woning niet gebruikt werd als opvanglocatie. Aantal maanden dat de woning niet gebruikt werd als opvanglocatie ÷ 12 × € 1.500;
Artikel 7 - Belastingverhoging
§1. In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting zoals vermeld in artikel 4§5 van dit reglement, wordt de belasting verhoogd:
Artikel 8 - Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat periodiek vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen;
Artikel 9 - Wijze van inning
De kohieren worden ingevorderd door de financieel directeur volgens de vigerende wetgeving;
De belasting is eisbaar binnen de twee maanden na het toezenden van het aanslagbiljet;
Artikel 10 - Bezwaarprocedure
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen volgens de modaliteiten voorzien in artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Artikel 11 - Vrijstelling
§1. Een tweede verblijf dat tijdelijk wordt gebruikt als opvanglocatie voor personen in acute noodsituaties kan in aanmerking komen voor een vrijstelling, mits aan de voorwaarden wordt voldaan:
§2. De vrijstelling geldt uitsluitend voor de maanden waarin de woning daadwerkelijk als opvanglocatie werd gebruikt. Voor de overige maanden waarin blijft de belasting op tweede verblijven van toepassing;
§3. De vrijstelling moet jaarlijks worden aangevraagd;
§4. De vrijstelling kan worden aangevraagd via het e-loket of via het meldingsformulier, dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website. De aanvraag moet schriftelijk, ondertekend en gemotiveerd zijn, en vergezeld gaan van de nodige bewijsstukken, zoals attesten van erkende instellingen, verslagen van hulpdiensten of gemeentelijke diensten. Een verklaring op eer volstaat niet als bewijs;
Artikel 12 - Bekendmaking
Dit besluit wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
De gemeenteraad keurt het gemeentelijk reglement 'Beperkte geldigheidsduur conformiteitsattesten' goed.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 16 november 2018 over het lokaal woonbeleid;
Gelet op de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
Gelet op het uitvoeringsbesluit Vlaamse Codex Wonen van 2021;
Gelet op de beslissing Vlaamse Regering van 8 december 2023 over de minimale energienorm voor woningen;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 29 september 2025 houdende het verderzetten van de deelname aan de Interlokale Vereniging “Woonwinkel West-Brabant;
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 24 november 2020 over beperkte geldigheidsduur conformiteitsattesten;
Gelet op het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 20 november 2025 over beperkte geldigheidsduur conformiteitsattesten.
Artikel 1
De gemeenteraad beslist om de geldigheidsduur van het conformiteitsattest als volgt te beperken:
Indien minstens twee van de bovenstaande situaties (punten 1 t.e.m. 3) gelijktijdig van toepassing zijn, wordt de geldigheidsduur van het conformiteitsattest beperkt tot maximaal drie jaar;
In alle andere gevallen blijft de standaard geldigheidsduur van het conformiteitsattest behouden op tien jaar;
Artikel 2 - Bezwaarprocedure
Tegen beslissingen over de geldigheidsduur van het conformiteitsattest kan de houder van het zakelijk recht binnen 30 dagen na kennisgeving schriftelijk bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het college neemt binnen 60 dagen na ontvangst van het bezwaar een gemotiveerde beslissing;
Artikel 3 - Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en vervangt vanaf die datum het gemeentelijk reglement betreffende conformiteitsattest beperkte duurtijd van 24 november 2020;
Conformiteitsattesten die onder de voorgaande reglementen werden afgeleverd met een beperkte geldigheidsduur, blijven geldig zolang zij voldoen aan de voorwaarden van artikel 3.9 van de Vlaamse Codex Wonen 2021;
Artikel 4 - Bekendmaking
Dit besluit wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Het college van burgemeester en schepenen legt aan de gemeenteraad het gemeentelijk reglement 'Beperkte geldigheidsduur conformiteitsattesten' voor.
Gelet op artikel 40 en 41 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen met latere wijzigingen;
Gelet op de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
Gelet op het uitvoeringsbesluit Vlaamse Codex Wonen van 2021;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2023 over de minimale energienorm voor woningen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2023 over de vergoeding van het conformiteitsonderzoek;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 29 september 2025 houdende het verderzetten van de deelname aan de Interlokale Vereniging “Woonwinkel West-Brabant;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van heden houdende het gemeentelijk reglement beperkte geldigheidsduur conformiteitsattesten
Gelet op het afsprakenkader van 20 februari 2020 over het onderzoeken van woningen die te huur worden aangeboden aan de woonmaatschappij (rechtsopvolger van het sociaal verhuurkantoor) door een eigenaar met het oog op nieuwe inhuurname;
Artikel 1
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven op het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek op verzoek.
Artikel 2 - Begripsomschrijvingen
Artikel 3: Toepassingsgebied vergoeding
Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een vergoeding gevraagd voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek, op verzoek, dat verloopt volgens de procedure vermeld in artikel 3.3 van de Vlaamse Codex Wonen;
§1. Er wordt een vergoeding gevraagd voor conformiteitsonderzoeken in volgende gevallen:
§2. In volgende gevallen is de houder van het zakelijk recht vrijgesteld van de vergoeding vermeld in artikel 4:
Artikel 4 - Vergoedingsplichtige
De vergoeding is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht of de rechtspersoon die als houder van het zakelijk recht of onderverhuurder een woning verhuurt of te huur of ter beschikking stelt, zoals vermeld in artikel 3.7, §1 van de Vlaamse Codex Wonen.
Artikel 5 - Tarief
De vergoeding wordt vastgesteld op 200 euro per entiteit en per conformiteitsonderzoek zoals voorzien in artikel 3 over het toepassingsgebied;
Voor gebouwen met meerdere entiteiten wordt de vergoeding vastgesteld op maximum 1500 euro per gebouw;
Deze bedragen wordt jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de volgende formule:
nieuw bedrag = basisbedrag x aangepaste gezondheidsindex / gezondheidsindex van november 2023 (basisjaar 2013).
Het geïndexeerde bedrag wordt steeds naar beneden afgerond tot het dichtstbijzijnde gehele getal.
Artikel 6 - Inning
De vergoeding wordt betaald voor het uitvoeren van het onderzoek. De betaling voor het conformiteitsonderzoek dient binnen 14 dagen na ontvangst van de factuur te gebeuren, door overschrijving op het rekeningnummer van het gemeentebestuur zoals vermeld op de factuur. Bij niet betaling wordt er geen onderzoek uitgevoerd;
Bij elk nieuw onderzoek onder het toepassingsgebied opgenomen onder artikel 3, is de vergoeding verschuldigd;
Artikel 7 - Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026. Voor alle conformiteitsonderzoeken die plaatsvinden vanaf de inwerkingtreding van dit reglement, zijn de bepalingen van dit reglement van toepassing, ongeacht of de aanvraag of procedure reeds voor deze datum werd opgestart.
Artikel 8
Dit besluit wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
De voorzitter sluit de zitting op 16/12/2025 om 00:05.
Namens de gemeenteraad,
Namens Gemeenteraad,
Chris Van den Bossche
Algemeen directeur
Nathalie Hellinckx
Schepen-Voorzitter