Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op de onbebouwde bouwgronden en kavels die voorkomen in het gemeentelijk register van onbebouwde percelen.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, artikel 41, 162 en 170, § 4;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;
Gelet op het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, zoals gewijzigd, hierna afgekort als DGPB, artikel 1.2, 1.2.5 en 3.2.5 tot en met 3.2.16;
Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, artikel 4.3.5., §2, 5.6.1. en 5.6.6.;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020 tot codificatie van de decreten betreffende het Vlaams Woonbeleid (Vlaamse Codex Wonen van 2021), zoals gewijzigd;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Overwegende dat de gemeente het wenselijk acht om potentiële woonlocaties vrij te maken en om grondspeculatie tegen te gaan;
Overwegende dat het wenselijk is om realiseerbare onbebouwde gronden en onbebouwde kavels te activeren in de gemeente;
Overwegende dat de invoering van een activeringsheffing de gemeente toelaat om de eigenaars van die gronden en kavels daartoe aan te sporen;
Overwegende dat het gerechtvaardigd is om een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven;
Overwegende dat de ontvangsten voorzien zijn in het meerjarenplan 2026-2031;
Artikel 1 - Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Artikel 2 - Belastbare grondslag
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op de onbebouwde bouwgronden en kavels die voorkomen in het gemeentelijk register van onbebouwde percelen;
Artikel 3 - Belastingplichtige
§1. De activeringsheffing is verschuldigd door de persoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van de bouwgrond of kavel. Indien er een recht van opstal of erfpacht bestaat, is de activeringsheffing verschuldigd door de erfpachter of de opstalhouder;
§2. Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde activeringsheffing;
Artikel 4 - Berekening van de belasting
§1. Het bedrag van de belasting op de onbebouwde bouwgronden en kavels die voorkomen in het gemeentelijk register van onbebouwde percelen wordt vastgesteld op 25,00 euro per strekkende meter;
§2. Indien een perceel paalt aan twee of meer straten zal de grootste perceellengte langsheen één van die straten als berekeningsgrondslag in aanmerking komen. Indien het een hoekperceel betreft, wordt de langste perceellengte evenwijdig met de openbare weg in aanmerking genomen, vermeerderd met de helft van de afgesneden of afgeronde hoek;
§3. De minimale aanslag bedraagt 250,00 euro per kavel of bouwgrond;
De belastbare lengte wordt steeds in volle meter uitgedrukt. De gedeelten kleiner dan de halve meter worden weggelaten; de gedeelten gelijk aan of boven een halve meter worden aangerekend als volle meter;
Artikel 5 - Vrijstelling
§1. Van de activeringsheffing zijn vrijgesteld:
§2. Een vrijstelling beperkt tot 1 onbebouwde bouwgrond in woongebied of 1 onbebouwde kavel per kind wordt tevens toegekend aan ouders met kinderen die al dan niet ten laste zijn. Deze vrijstelling wordt toegekend indien het kind op 1 januari van het aanslagjaar voldoet aan beide hiernavolgende voorwaarden:
§3. De activeringsheffing wordt niet geheven op percelen die voldoen aan de hiernavolgende voorwaarden:
De vrijstelling, vermeld in §3, geldt slechts voor een straatbreedte van ten hoogste 30 m;
§4. De activeringsheffing wordt niet geheven op bouwgronden en kavels die tijdens het aanslagjaar niet voor bebouwing kunnen worden bestemd:
§5. Een vrijstelling wordt verleend aan de houders van een in laatste administratieve aanleg verleende omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, en dit gedurende 5 jaren, te rekenen vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op de afgifte van de vergunning in laatste administratieve aanleg, respectievelijk, wanneer de verkaveling werken omvat, vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar van afgifte van het attest, vermeld in artikel 4.2.16, §2 VCRO, desgevallend voor die fase van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarvoor het attest verleend wordt;
Artikel 6
De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, voor 31 maart van het belastingjaar moet worden teruggestuurd;
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden, uiterlijk op 31 maart van het belastingjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijk gegevens ter beschikking te stellen;
Artikel 7
Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 6 vastgestelde termijn of bij onvolledig, onjuist of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve ingekohierd volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt onverminderd het recht van bezwaar en beroep;
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekend het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting;
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen ingaand de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen;
Artikel 8
De overeenkomstig artikel 7 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag van 250,00 euro. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd;
Artikel 9 - Inkohiering
De activeringsheffing wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van Burgemeester en Schepenen;
Artikel 10 - Betaling van de heffing
De kohieren worden ingevorderd door de financieel directeur volgens de vigerende wetgeving;
De activeringsheffing moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet;
Artikel 11
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4 ,6 tot en met 9bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot en met 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover ze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen;
Artikel 12 - Bezwaar en beroep tegen de aanslag
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen volgens de modaliteiten voorzien in artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Artikel 13
Dit besluit wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.