Terug
Gepubliceerd op 16/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

ma 15/12/2025 - 20:30

Belasting op de uitbatingsvergunningen

Aanwezig: Nathalie Hellinckx, Schepen-Voorzitter
Maarten Mast, Burgemeester
David De Valck, Dirk Blomme, Steven Elpers, Reinhoud De Bosscher, Schepenen
Joris Verspecht, Lien Casier, Toon Luypaert, Toon Dours, Jean De Block, Stefaan Van Den Eynde, Luc Robberechts, Luc Vrijders, Michiel De Potter, Ana Lara Valdes, Marieke Vrydag, Simon Graind'Orge, Martine Devis, Niki De Proft, Tim De Ridder, Wim Gerarts, Nathalie Vyt, Jeannine Van de Vreken, Lieven Vanderstappen, Raadsleden
Chris Van den Bossche, Algemeen directeur

Er wordt van 1 januari 2026 tot 31 december 2031 een belasting gevestigd op de afgifte van een uitbatingsvergunning en een jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning.

regelgeving

Gelet op de gecoördineerde Grondwet, artikel 41, 162 en 170, § 4;

Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;

Gelet op artikel 135 van de nieuwe gemeentewet;

Gelet op de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in de handel, ambacht en dienstverlening, zoals gewijzigd;

Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;

Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;

Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 26 april 2021 houdende uitbatingsreglement voor bepaalde inrichtingen;

Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 24 april 2024 houdende toevoeging aan uitbatingsreglement voor bepaalde inrichtingen goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 26 april 2021;

omschrijving/overwegende

Overwegende dat de volgende inrichtingen een uitbatingsvergunning nodig hebben:

  • belwinkel;
  • CBD-winkel;
  • nachtwinkel;
  • shishabar;
  • de in openlucht gelegen opslagplaatsen voor schroot, voertuigen buiten gebruik, autowrakken of rijklare tweedehandsvoertuigen (niet voor garagehouders die als hoofdbezigheid de verkoop van nieuwe voertuigen heeft);
  • massagesalons, met uitzondering van:
    • massagesalons waar enkel massages worden gegeven door professionele zorgverleners of instellingen, die geneeskundige verzorging verlenen en die beschikken over een visum van de FOD Volksgezondheid, zoals artsen, kinesisten of diëtisten;
    • massagesalons waar alle werkzame masseurs/Masseuses zijn aangesloten bij:
      • de Belgische Massagefederatie (BMF);
      • de Belgische Beautyfederatie (BBF);
      • de Beroepsvereniging van Reflexologisten België (BEVO);
    • massagesalons waar massages worden gegeven die vallen onder de menselijke gezondheidszorg en de maatschappelijke dienstverlening. Dit zijn ziekenhuizen, verpleeginstellingen, podologie-, pedicure-, ergotherapeutische activiteiten. NACE-BEL code 86909 (overige menselijke gezondheidszorg) valt niet onder de vrijstelling;
    • massagesalons waar massages gegeven worden door niet-conventionele geneeskundigen die lid zijn van een bij KB erkende beroepsvereniging zoals chiropractors, acupuncturisten, osteopaten, homeopaten,...;
    • massagesalons die beschikken over een vergunning in het kader van het decreet van 5 februari 2016 betreffende toeristische logies, of een milieuvergunning klasse 1 of 2 voor rubriek 32.8 (baden en waterrecreatie) volgens de Vlarem-regelgeving;

Overwegende dat deze inrichtingen zorgen voor overlast, hinder, sluikstorten, vervuiling, verkeersproblemen en verhoogde veiligheidsrisico’s;

Overwegende dat de uitbatingsvergunning daarom wordt gekoppeld aan twee belastingen:

  • een éénmalige belasting op de afgifte van een uitbatingsvergunning;
  • een jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning;
financiële impact

Overwegende dat de ontvangsten voorzien zijn in het meerjarenplan 2026-2031;

Publieke stemming
Aanwezig: Nathalie Hellinckx, Maarten Mast, David De Valck, Dirk Blomme, Steven Elpers, Reinhoud De Bosscher, Joris Verspecht, Lien Casier, Toon Luypaert, Toon Dours, Jean De Block, Stefaan Van Den Eynde, Luc Robberechts, Luc Vrijders, Michiel De Potter, Ana Lara Valdes, Marieke Vrydag, Simon Graind'Orge, Martine Devis, Niki De Proft, Tim De Ridder, Wim Gerarts, Nathalie Vyt, Jeannine Van de Vreken, Lieven Vanderstappen, Chris Van den Bossche
Voorstanders: Nathalie Hellinckx, Maarten Mast, David De Valck, Dirk Blomme, Steven Elpers, Reinhoud De Bosscher, Joris Verspecht, Lien Casier, Toon Luypaert, Toon Dours, Jean De Block, Stefaan Van Den Eynde, Luc Robberechts, Luc Vrijders, Michiel De Potter, Ana Lara Valdes, Marieke Vrydag, Simon Graind'Orge, Martine Devis, Niki De Proft, Tim De Ridder, Wim Gerarts, Nathalie Vyt, Jeannine Van de Vreken, Lieven Vanderstappen
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
besluit

Artikel 1

Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op de afgifte van een uitbatingsvergunning en een jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning;

Artikel 2

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

  1. Uitbatingsvergunning: de vergunning die wordt afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen in het kader van het uitbatingsreglement voor bepaalde inrichtingen;
  2. Afgifte van een uitbatingsvergunning: de eerste toekenning van een uitbatingsvergunning voor een bepaalde belastingplichtige voor een uitbating van een inrichting. Een hernieuwing van een uitbatingsvergunning geldt niet als een afgifte van een uitbatingsvergunning;
  3. Inrichting, zoals beschreven in het uitbatingsreglement voor bepaalde inrichtingen: een plaats die men geografisch gezien kan identificeren door een adres en die voor de consument toegankelijk is;
  4. Uitbater: de natuurlijke persoon of personen, de feitelijke vereniging of de rechtspersoon voor wiens rekening en risico de inrichting wordt uitgebaat;

Artikel 3

§1. De éénmalige belasting op de afgifte van een uitbatingsvergunning bedraagt 6.000,00 euro voor de afgifte van een uitbatingsvergunning;

§2. De jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning bedraagt 1.500,00 euro voor het hebben van een uitbatingsvergunning op 1 januari van het aanslagjaar;

§3. De in §1 en §2 vermelde tarieven worden gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de volgende formule: [huidig tarief] x consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / consumptieprijsindexcijfer van de maand december 2020;

Artikel 4

De jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning wordt niet opgelegd in het jaar van de afgifte van de uitbatingsvergunning;

De jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning is ondeelbaar: de stopzetting of vermindering van de uitbating, het verval van rechtswege, de administratieve schorsing of intrekking van de uitbatingsvergunning of de tijdelijke of definitieve sluiting van de inrichting tijdens het aanslagjaar kan niet leiden tot een vermindering of kwijtschelding van de belasting;

Artikel 5

§ 1. De belasting op de afgifte van een uitbatingsvergunning is verschuldigd door de uitbater op wiens naam de uitbatingsvergunning wordt toegekend;

§ 2. De jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning is verschuldigd door de houder van de uitbatingsvergunning op 1 januari van het aanslagjaar;

Artikel 6

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen;

Artikel 7

De kohieren worden ingevorderd door de financieel directeur volgens de vigerende wetgeving;

De belasting is eisbaar binnen de twee maanden na het toezenden van het aanslagbiljet;

Artikel 8

Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4 ,6  tot 9 bis  van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen;

Artikel 9

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen volgens de modaliteiten voorzien in artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;

Artikel 10

Dit besluit wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.