Er wordt van 1 januari 2026 tot 31 december 2031 een belasting gevestigd op de afgifte van een uitbatingsvergunning en een jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, artikel 41, 162 en 170, § 4;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op artikel 135 van de nieuwe gemeentewet;
Gelet op de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in de handel, ambacht en dienstverlening, zoals gewijzigd;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 26 april 2021 houdende uitbatingsreglement voor bepaalde inrichtingen;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 24 april 2024 houdende toevoeging aan uitbatingsreglement voor bepaalde inrichtingen goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 26 april 2021;
Overwegende dat de volgende inrichtingen een uitbatingsvergunning nodig hebben:
Overwegende dat deze inrichtingen zorgen voor overlast, hinder, sluikstorten, vervuiling, verkeersproblemen en verhoogde veiligheidsrisico’s;
Overwegende dat de uitbatingsvergunning daarom wordt gekoppeld aan twee belastingen:
Overwegende dat de ontvangsten voorzien zijn in het meerjarenplan 2026-2031;
Artikel 1
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op de afgifte van een uitbatingsvergunning en een jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning;
Artikel 2
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Artikel 3
§1. De éénmalige belasting op de afgifte van een uitbatingsvergunning bedraagt 6.000,00 euro voor de afgifte van een uitbatingsvergunning;
§2. De jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning bedraagt 1.500,00 euro voor het hebben van een uitbatingsvergunning op 1 januari van het aanslagjaar;
§3. De in §1 en §2 vermelde tarieven worden gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de volgende formule: [huidig tarief] x consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / consumptieprijsindexcijfer van de maand december 2020;
Artikel 4
De jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning wordt niet opgelegd in het jaar van de afgifte van de uitbatingsvergunning;
De jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning is ondeelbaar: de stopzetting of vermindering van de uitbating, het verval van rechtswege, de administratieve schorsing of intrekking van de uitbatingsvergunning of de tijdelijke of definitieve sluiting van de inrichting tijdens het aanslagjaar kan niet leiden tot een vermindering of kwijtschelding van de belasting;
Artikel 5
§ 1. De belasting op de afgifte van een uitbatingsvergunning is verschuldigd door de uitbater op wiens naam de uitbatingsvergunning wordt toegekend;
§ 2. De jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning is verschuldigd door de houder van de uitbatingsvergunning op 1 januari van het aanslagjaar;
Artikel 6
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen;
Artikel 7
De kohieren worden ingevorderd door de financieel directeur volgens de vigerende wetgeving;
De belasting is eisbaar binnen de twee maanden na het toezenden van het aanslagbiljet;
Artikel 8
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4 ,6 tot 9 bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen;
Artikel 9
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen volgens de modaliteiten voorzien in artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Artikel 10
Dit besluit wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.