Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op het weghalen en bewaren van goederen zoals bedoeld in artikel 48 en 49 van het Vlaams Woninghuurdecreet.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, artikel 41, 162 en 170, § 4;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;
Gelet op het Vlaams Woninghuurdecreet, artikel 48 en 49;
Gelet op de wet van 4 februari 2020 houdende boek 3 "Goederen" van het Burgerlijk Wetboek, artikel 3.58 tot en met 3.60;
Gelet op het Gerechtelijk Wetboek, artikel 1408 §1;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Overwegende dat de eigenaar verplicht is de redelijke kosten van bewaring, behoud en opsporing te vergoeden. Het lokaal bestuur heeft een retentierecht zolang deze verplichting niet is nagekomen;
Overwegende dat de gemeente de goederen die op de openbare weg geplaatst zijn ter uitvoering van vonnissen tot uitzetting en die de openbare weg belemmeren moet wegnemen en bewaren;
Overwegende dat het gerechtvaardigd is om een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven;
Overwegende dat de ontvangsten voorzien zijn in het meerjarenplan 2026-2031;
Artikel 1
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op het weghalen en bewaren van goederen zoals bedoeld in artikel 48 en 49 van het Vlaams Woninghuurdecreet;
Artikel 2
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de goederen of door zijn rechtverkrijgenden;
Artikel 3
Het bedrag van de belasting bedraagt:
Artikel 4
Het weghalen en bewaren van goederen zoals bepaald in artikel 1408§1 van het Gerechtelijk Wetboek wordt van deze belasting vrijgesteld;
Artikel 5
De belasting is contant betaalbaar bij het bij ophaling van de goederen, tegen afgifte van een betalingsbewijs. Bij gebreke aan betaling wordt de belasting ingekohierd en wordt ze een kohierbelasting en ingevorderd door de financieel directeur. De belasting is in dat geval eisbaar binnen de twee maand na de verzending van het aanslagbiljet;
Artikel 6
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en artikel 126 tot en met 175 van het uitvoeringsbesluit van dat wetboek van toepassing op de provincie- en gemeentebelastingen, voor zover ze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen;
Artikel 7
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen volgens de modaliteiten voorzien in artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Artikel 8
Dit besluit wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.