Terug
Gepubliceerd op 31/03/2026

Besluit  Gemeenteraad

ma 30/03/2026 - 20:00

Gemeentelijk reglement op de begraafplaatsen en de lijkbezorging

Aanwezig: David De Valck, Voorzitter gemeenteraad wnd.
Maarten Mast, Burgemeester
Dirk Blomme, Steven Elpers, Nathalie Hellinckx, Reinhoud De Bosscher, Schepenen
Joris Verspecht, Lien Casier, Toon Luypaert, Toon Dours, Jean De Block, Luc Robberechts, Luc Vrijders, Michiel De Potter, Ana Lara Valdes, Marieke Vrydag, Simon Graind'Orge, Martine Devis, Niki De Proft, Tim De Ridder, Wim Gerarts, Nathalie Vyt, Jeannine Van de Vreken, Lieven Vanderstappen, Raadsleden
Chris Van den Bossche, Algemeen directeur
Verontschuldigd: Stefaan Van Den Eynde, Voorzitter gemeenteraad

De gemeenteraad keurt het gemeentelijk reglement op de begraafplaatsen en de lijkbezorging goed.

regelgeving

Gelet op de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging;

Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;

Gelet op het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en lijkbezorging, zoals gewijzigd;

Gelet op het het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;

Gelet op het decreet van 9 februari 2024 tot wijziging van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging;

Gelet op de omzendbrief BA-2006/03 van 10 maart 2006 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten;

Gelet op de omzendbrief BB 2008/05 van 27 juni 2008 betreffende wijziging van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, bij het decreet van 18 april 2008;

Gelet op het gemeentelijk reglement op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 25 oktober 2004, aangevuld met het gemeentelijk reglement op de begraafplaatsen en de lijkbezorging van 28 februari 2005.

omschrijving/overwegende

Overwegende dat de gemeentelijke begraafplaatsen onderworpen zijn aan het gezag van de politie en het toezicht van de gemeentelijke overheden die ervoor moeten zorgen dat er geen wanorde heerst, dat er geen handelingen verricht worden die strijdig zijn met de aan de overledenen verschuldigde eerbied en dat er geen opgravingen gebeuren zonder dat daartoe verlof werd verleend;

Overwegende dat de gemeenteraad de uitoefening moet regelen van ieders recht om, tenzij de overledene anders heeft beschikt of zijn verwanten zich ertegen verzetten, op het graf van zijn verwante of vriend een grafteken te doen plaatsen;

Overwegende dat de gemeenteraad alles regelt wat betrekking heeft op de afmetingen van de graftekens en de aard van de te gebruiken materialen; 

Overwegende dat nabestaanden van personen begraven in niet-geconcedeerde grond vaak de wens hebben om deze om te vormen naar een concessie;

Overwegende dat het verlenen van concessies vóór het overlijden beslag legt op de beschikbare ruimte;

Overwegende dat een begraafplaats wordt aanzien als een ontmoetingsplaats waar nabestaanden maximaal toegang tot de begraafplaatsen moeten hebben;

Overwegende dat nabestaanden de grond en beplanting bij de graven onvoldoende onderhouden en door een verbod op het gebruik van pesticiden, de reglementering betreffende de beplanting bij en op graven dient aangepast te worden;

Overwegende dat het decreet van 9 februari 2024 bepalingen wijzigt, waardoor de gemeenteraad extra mogelijkheden kan voorzien in de lokale reglementering;

Publieke stemming
Aanwezig: David De Valck, Maarten Mast, Dirk Blomme, Steven Elpers, Nathalie Hellinckx, Reinhoud De Bosscher, Joris Verspecht, Lien Casier, Toon Luypaert, Toon Dours, Jean De Block, Luc Robberechts, Luc Vrijders, Michiel De Potter, Ana Lara Valdes, Marieke Vrydag, Simon Graind'Orge, Martine Devis, Niki De Proft, Tim De Ridder, Wim Gerarts, Nathalie Vyt, Jeannine Van de Vreken, Lieven Vanderstappen, Chris Van den Bossche
Voorstanders: Maarten Mast, David De Valck, Dirk Blomme, Steven Elpers, Nathalie Hellinckx, Reinhoud De Bosscher, Joris Verspecht, Lien Casier, Toon Luypaert, Toon Dours, Jean De Block, Luc Robberechts, Luc Vrijders, Michiel De Potter, Ana Lara Valdes, Marieke Vrydag, Simon Graind'Orge, Martine Devis, Niki De Proft, Tim De Ridder, Wim Gerarts, Nathalie Vyt, Jeannine Van de Vreken, Lieven Vanderstappen
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
besluit

Hoofdstuk 1 : BEGRIPSOMSCHRIJVING

Artikel 1. 

In dit reglement hebben onderstaande benamingen de ernaast vermelde betekenis :

  • Asurn : gesloten vaas waarin de as van de overledene wordt bewaard
  • Begraving : is het begraven van stoffelijke overschotten, het bijzetten en begraven van asurnen, de verstrooiing van de as op een strooiweide
  • Begraafplaatsverantwoordelijke : personeelslid van de gemeente Merchtem die belast is met de begraving van het stoffelijk overschot
  • Behoeftige : persoon wiens behoeftigheid wordt vastgesteld door het OCMW op grond van een sociaal onderzoek
  • Bewaartermijn : vroeger grafrust genoemd, maar aangezien de burgemeester ook tijdens de eerste tien jaar kan ontgraven, heeft grafrust een andere betekenis
  • Columbarium : bovengrondse constructie met afgesloten vakken, ook nissen genoemd, specifiek gebouwd voor het bewaren van asurnen.
  • Columbariumnis : een apart afgesloten vak (nis) in een columbarium
  • Concessie : een tijdelijk en betalend gebruiksrecht van een perceel of een nis op de begraafplaats
  • Concessiehouder : de persoon die de concessie aanvraagt
  • Gezelschapsdier : Elk dier dat tam is en traditioneel in huis wordt gehouden voor gezelschap of voor emotionele steun
  • Grafrust : of beter omschreven : bewaartermijn : de periode dat het stoffelijk overschot in de laatste rustplaats moeten blijven liggen
  • Grafkelder : afgesloten ondergrondse constructie waarvoor een concessie werd verleend tot het doen begraven van stoffelijke resten en asurnen
  • Kinderperk  : een zone op de begraafplaats exclusief bestemd voor het begraven van kinderen tot de leeftijd van ongeveer 12 jaar
  • Niet-geconcedeerde begravingen : begravingen in volle grond graf of nis (kosteloos) met een minimumtermijn van 10 jaar
  • Ontgraving : verwijderen van een stoffelijk overschot uit een graf of het wegnemen van een asurne uit een graf of columbariumnis
  • Personen niet vreemd aan de gemeente : personen die ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters van de gemeente op het ogenblik van de aanvraag, ook diegenen die om redenen van ouderdom, medische of van psychiatrische behandeling elders ingeschreven zijn of personen die minimum 25 jaar gedomicilieerd zijn/waren in Merchtem of meer dan de helft van hun leven (of hun samenwonende partner)'
  • Personen vreemd aan de gemeente : personen die niet zijn ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente op het ogenblik van de aanvraag, en die niet voldoen aan de voorwaarden voor een verminderd concessietarief ('om redenen van ouderdom, medische of psychiatrische behandeling elders ingeschreven zijn of personen die  met uitzondering van redenen van ouderdom, medische of psychiatrische behandeling ingeschreven zijn in een andere gemeente of personen die minimum 25 jaar gedomicilieerd zijn in Merchtem of meer dan de helft van hun leven (of hun samenwonende partner)'
  • Sterrenregister : register voor het registreren van stil geboren kinderen ongeacht de zwangerschapsduur of van kinderen die kort na de geboorte overleden zijn
  • Sterretjesweide : een zone op de begraafplaats voor het begraven van stoffelijke overschotten of asurnen van foetussen, doodgeboren kindjes of kindjes die kort na de geboorte overleden zijn
  • Strooiweide : het perceel op de begraafplaats dat gebruikt wordt voor de uitstrooiing van de as van de overledene
  • Urnenkelder : afgesloten ondergrondse constructie voor het begraven van de asurne(s) (geconcedeerd perceel - kelder, 2 personen)
  • Urneveld : is een ondergrondse begraafruimte voor urnen (niet-geconcedeerd perceel, gratis, 1 persoon)
  • Verstrooien/uitstrooien : verspreiden van de as op de strooiweide
  • Volle grond : begraven in de aarde
  • Wilsbeschikking : Schriftelijke kennisgeving aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente van de overledene met betrekking tot de wijze van teraardebestelling en uitvaartritueel.

Hoofdstuk 2 : ALGEMEENHEDEN

Artikel 2. Delegatie college van burgemeester en schepenen

Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om de concessies alsook de hernieuwingen te verlenen ingevolge de vastgestelde tarieven, voorzien in het retributiereglement.

Het college van burgemeester en schepenen wordt eveneens gemachtigd om de concessies te beëindigen bij toepassing van een procedure van verwaarlozing en/ of naar aanleiding van een aanvraag tot een voortijdige beëindiging van de concessie.

Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van onderhavig reglement.

Artikel 3. Locaties begraafplaatsen

In de gemeente Merchtem kan op de hiernavolgende begraafplaatsen begraven worden : 

  • Begraafplaats Merchtem centrum : Brusselsesteenweg 63
  • Begraafplaats Peizegem : Leireken 139
  • Begraafplaats Brussegem : Brusselsesteenweg 348
  • Begraafplaats Hamme : Lindestraat 105

Artikel 4. Toegankelijkheid begraafplaatsen

De gemeentelijke begraafplaatsen zijn alle dagen voor het publiek toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang.

Artikel 5. Begravingen - inrichting en beheer

Een gemeente biedt alle vormen van lijkbezorging aan die bepaald zijn in het decreet, behalve de verstrooiing van de as op de territoriale zee, die grenst aan het grondgebied van België.

Iedere begraafplaats beschikt over vollegrondsgraven, grafkelders, een urneveld, urnenkelders, een columbarium en een strooiweide.

Op de begraafplaats van Merchtem en Peizegem is een sterretjesweide en kinderperk voorzien. Er zal ook gefaseerd een sterretjesweide en kinderperk aangelegd worden op de begraafplaatsen Brussegem en Hamme.

Op de begraafplaats van Merchtem wordt een nieuwe strooiweide voorzien gelet op de beperkte capaciteit van de huidige strooiweide. Vanaf het ogenblik dat de nieuwe strooiweide in gebruik wordt genomen, gebeuren geen uitstrooiingen meer op de oude strooiweide maar blijft de oude strooiweide behouden in de bestaande toestand. De communicatie van de ingebruikname van de nieuwe strooiweide zal gebeuren via de aanplakking aan de ingang van het kerkhof evenals aan de oude en de nieuwe strooiweide. 

Enkel de begraafplaatsverantwoordelijke is bevoegd om de as uit te strooien, de kist of de asurn in de grond, de grafkelder, de urnenkelder of de columbariumnis te plaatsen, een graf te delven voor begravingen of plaatsing in volle grond en deze terug te vullen, bestaande grafkelders en urnenkelders de openen en te sluiten, de columbariumnis te openen, de asurn te plaatsen en de columbariumnis af te sluiten.

De toewijzing van graven (plaats en volgorde) gebeurt volgens plan in chronologische volgorde per type begraving. De aanvaarding tot begraving vermeldt het voorziene begravingstype op de begraafplaats en tevens de afgesproken datum en uur van de begraving (in overleg met de begrafenisondernemer).

Het is niet mogelijk om een concessie te nemen zonder dat er een overlijden is aangegeven voor begraving, tenzij bij het overlijden van een persoon, op dat ogenblik meerdere concessie worden aangekocht (cfr. art. 18).

Hoofdstuk 3 : LIJK- EN ASBEZORGING

Artikel 6. Aangifte en vaststelling

Elk overlijden op het grondgebied van de gemeente dient binnen de 2 werkdagen aangegeven te worden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. 

Degenen die voor de begraving instaan, regelen met het gemeentebestuur de formaliteiten betreffende de begraving. Bij ontstentenis hiervan, wordt door het gemeentebestuur het nodige gedaan op kosten van de nalatenschap behoudens vaststelling van behoeftigheid.

Het gemeentebestuur voorziet op behoorlijke wijze in de lijkbezorging van de behoeftigen. Het stoffelijk overschot van de behoeftige wordt kosteloos en op behoorlijke wijze gekist en begraven op een niet-geconcedeerd perceel of uitgestrooid op de strooiweide. Indien de behoeftige een laatste wilsbeschikking inzake de wijze van lijkbezorging en of ritueel, heeft, dan moet deze worden gerespecteerd. De kosten die hieruit voortvloeien zijn ten laste van de gemeente waar de overledene ingeschreven is in het bevolkings-, het vreemdelingen-  of wachtregister, behoudens verhaal op erfgenamen en/of afstammingen met onderhoudsplicht. Zowel voor de plechtigheid als voor de kist wordt rekening gehouden met het redelijkheidsbeginsel en wordt niet voor het duurste materiaal gekozen.

Bij het bezorgen van de stoffelijke overschotten op de gemeentelijke begraafplaats moeten de gemeentelijke diensten ten minste 2 werkdagen vooraf verwittigd zijn van het type begraving, dat vermeldt of het gaat over een begraving, een bijzetting in het columbarium of een uitstrooiing. Deze verplichting rust bij de naaste verwanten of de gemachtigde (begrafenisondernemer).

Vanaf 1 januari 2026 worden alle overlijdens binnen het Vlaamse Gewest, verplicht verwerkt via de toepassing eLys.

Artikel 7. Termijn afgifte toestemming tot begraving/crematie

Het gemeentebestuur verleent, na vervulling van de wettelijke formaliteiten, toelating tot begraving/crematie. Begravingen mogen alleen doorgaan op de gemeentelijke begraafplaatsen. Asurnen kunnen onder bepaalde voorwaarden ter beschikking gesteld worden van de nabestaanden voor bewaring, begraving of uitstrooiing elders dan de begraafplaats. Uitstrooiing van de as in de Belgische territoriale zee is eveneens mogelijk.

7.1 Wachttermijn van 24 uur

De ambtenaar van de burgerlijke stand (of zijn gemachtigde) kan de toestemming tot begraving/crematie pas verlenen 24 uur na de ontvangst van de aanvraag tot toestemming tot begraving/crematie.

Bij gewelddadige dood of andere omstandigheden kan de ambtenaar van de burgerlijke stand  pas toestemming tot begraving/crematie verlenen nadat de procureur des Konings heeft laten weten dat hij zich niet verzet tegen de begraving/crematie;

Het gemeentebestuur beslist in elk geval over dag en uur van de begraving, op voorstel van de begrafenisondernemer. 

7.2 Bevoegdheid tot verlenen van de toestemming tot begraving/crematie

- overlijden in het Vlaamse Gewest : de ambtenaar van de burgerlijke stand (of zijn gemachtigde) van de gemeente waar het overlijden is vastgesteld, verleent kosteloze toestemming tot begraving/crematie;

- overlijden in een gemeente van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, het Franse taalgebied of het Duitse taalgebied : de machtiging van de bevoegde overheid in dat taalgebied geldt als toestemming tot begraving/crematie;

- overlijden in het buitenland : de procureur des Konings van het arrondissement van de begraafplaats of van de hoofdverblijfplaats van de overledene verleent de toestemming tot begraving/crematie. 

De toestemming tot begraving of crematie kan pas verleend worden nadat de procureur des Konings heeft laten weten dat hij er zich niet tegen verzet.

7.3 Weigering van de toestemming tot begraving

De ambtenaar van de burgerlijke stand weigert de toestemming tot begraving in 2 situaties :

- de overledene heeft in de laatste wilsbeschikking een andere wijze van lijkbezorging kenbaar gemaakt. De laatste wilsbeschikking moet opgesteld zijn toen de persoon daar nog bekwaam voor was. 

- de ambtenaar van de burgerlijke stand (of zijn gemachtigde) heeft kennis gekregen van het verzoek dat een belanghebbende heeft ingediend bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg over het verlenen of weigeren van de toestemming tot begraving/crematie. 

7.4 Bevoegdheid tot verlenen van de toestemming tot crematie

De aanvrager voegt het overlijdensattest/medische attest bij de aanvraag tot crematie. In dat attest vermeldt de behandelende arts of de arts die het overlijden heeft vastgesteld, dat het overlijden te wijten is aan één van de volgende oorzaken : een natuurlijke oorzaak, een gewelddadige oorzaak; een verdachte oorzaak, een niet vast te stellen oorzaak.

De ambtenaar van de burgerlijke stand (of zijn gemachtigde) levert een toestemming tot crematie af indien het gaat over een natuurlijk overlijden en er geen tegenstrijdigheden zijn betreffende de laatste wilsbeschikking.

De ambtenaar van de burgerlijke stand stuurt in twee situaties het dossier door naar de procureur des Konings van het arrondissement :

- Omstandigheden wettigen het vermoeden van een gewelddadige, een verdachte, een niet vast te stellen oorzaak van overlijden;

- De beëdigde arts kan niet bevestigen dat er geen tekens of aanwijzingen zijn van een gewelddadige, een verdachte of een niet vast te stellen oorzaak van overlijden. 

Artikel 8. Termijnen - tijdstippen begraving

Voor een begraving, bijzetting of uitstrooiing in de gemeente Merchtem, levert de gemeente een aanvaardingsbewijs af dat de begraving op ons grondgebied mag plaats vinden op de aangevraagde begraafplaats, begravingstype en de voorgestelde datum en uur. 

Tussen de dag van het overlijden en de dag van de begrafenis, de bijzetting in een columbarium of de verstrooiing van de as, mogen niet meer dan 6 dagen liggen, zaterdagen, zondagen en feestdagen niet meegerekend. Bij tussenkomst van het parket begint de termijn te lopen vanaf de dag van de toestemming tot begraving. Bij overlijden in het buitenland kan door de repatriëring de termijn uitzonderlijk verlengd worden. In bepaalde omstandigheden en mits voorlegging van de bewijsstukken, kan de burgemeester een uitzondering toestaan op deze termijn. 

Er zijn geen vaste uren bepaald waarbinnen begraven/bijgezet/uitgestrooid kan worden. Dit gebeurt steeds in onderling overleg met de begrafenisondernemer, de dienst burgerzaken en de dienst uitvoering. 

Op zondagen en wettelijke feestdagen zijn geen begravingen mogelijk.  Op 11 juli, 2 november, 15 november en 26 december worden begravingen toegestaan. 

Afwijkingen kunnen in uitzonderlijke omstandigheden (openbare gezondheid, veiligheid, openbare orde, gemotiveerde aanvraag) toegestaan worden door de burgemeester. 

Hoofdstuk 4 : KISTING EN VERVOER

Artikel 9. Kisting

Tot kisting mag slechts worden overgegaan nadat het overlijden werd vastgesteld door de ambtenaar van de burgerlijke stand, na vaststelling van het overlijden door de behandelende geneesheer of arts die het overlijden heeft vastgesteld of, wanneer het overlijden te wijten is aan een niet-natuurlijke doodsoorzaak na vrijgave van het lichaam door de procureur des Konings. De burgemeester of zijn gemachtigde mag de kisting bijwonen.

Een persoon wordt begraven in een kist of in een lijkwade. Een kist/lijkwade moet beantwoorden aan de voorwaarden bepaald in het uitvoeringsbesluit van 21/10/2005.

Het gebruik van doodskisten, foedralen, lijkwaden, producten en procedés die de natuurlijke en normale ontbinding van het lijk of de crematie beletten, is verboden. 

Een balseming of enige andere conserverende behandeling, voorafgaand aan de kisting, kan in de door de Vlaamse regering bepaalde gevallen toegelaten worden (deze gevallen zijn opgenomen in de artikelen 25,26 en 27 van het besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004, tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria).

Behalve om te voldoen aan een gerechtelijke beslissing mag de kist na de kisting niet meer geopend worden.

Voor de kisting van lijken geldt de regelgeving van het gewest tot het grondgebied waarvan de gemeente, waar de overledene zijn woonplaats had, behoort.

Artikel 10. Vervoer van stoffelijke overschotten 

Het toezicht op lijkstoeten berust bij de gemeenteoverheid, die ervoor zorgt dat ze ordelijk, welvoeglijk en met de aan de doden verschuldigde eerbied verlopen. 

10.1 Vervoer van niet-gecremeerde stoffelijke overschotten binnen het Vlaamse Gewest

Van zodra de geneesheer die het overlijden heeft vastgesteld en bevestigd heeft dat het om een natuurlijke doodsoorzaak gaat en dat er geen gevaar is voor de volksgezondheid, kan het stoffelijke overschot of de asurn vrij vervoerd worden binnen het Vlaamse Gewest.

Het gemeentebestuur verleent, na vervulling van de wettelijke formaliteiten, toelating tot begraving of crematie. Begravingen mogen alleen doorgaan op de gemeentelijke begraafplaatsen. Asurnen kunnen onder bepaalde voorwaarden ter beschikking gesteld worden van de nabestaanden voor bewaring, begraving of uitstrooiing elders dan de begraafplaats.

Niet gecremeerde stoffelijke overschotten kunnen zowel individueel als gezamenlijk vervoerd worden met een lijkwagen of op een andere passende wijze die veilig, hygiënisch en respectvol voor de overledene(n) is. Zo kan een niet-gecremeerd stoffelijk overschot in een speciaal daarvoor uitgeruste uitvaartbus vervoerd worden, of kunnen niet- gecremeerde stoffelijke overschotten gezamenlijk vervoerd worden. 

10.2 Vervoer van niet-gecremeerde stoffelijke overschotten naar het Brusselse Hoofdstedelijke of het Waalse Gewest

Overlijdens in een gemeente van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, het Franse taalgebied of het Duitse taalgebied : de machtiging van de bevoegde overheid in dat taalgebied geldt als toestemming tot begraving.

10.3 Vervoer van niet-gecremeerde stoffelijke overschotten naar het buitenland

Voor de kisting en het vervoer van niet gecremeerde stoffelijke overschotten naar het buitenland wordt een onderscheid gemaakt tussen :

- kisting en vervoer binnen de Benelux (KB van 8 maart 1967)

- kisting en vervoer van of naar een van de landen die gebonden zijn door de overeenkomst van Straatsburg (overeenkomst van 26 oktober 1973, goedgekeurd bij de wet van 20 augustus 1981);

- kisting en vervoer tussen België en Frankrijk (overeenkomst van Straatsburg, goedgekeurd bij de wet van 7 april 2023);

- Kisting en vervoer naar een ander land (besluit van de regent van 20 juni 1947 betreffende het vervoer van stoffelijke overschotten). 

10.4 Vervoer van gecremeerde lijken (as)

Het vervoer van gecremeerde lijken (as) is vrij, doch dient met respect en eerbied te gebeuren volgens de regels van de welvoeglijkheid. 

Hoofdstuk 5. MORTUARIUM

Artikel 11. Mortuaria - algemeen

De mortuaria dienen voor :

1. het bewaren in afwachting van de begraving, van de gevonden lijken die nog dienen geïdentificeerd te worden:

2. het ontvangen van het stoffelijk overschot van overleden personen die niet kunnen bewaard worden op de plaats van overlijden of hun woonplaats;

3. het opnemen van lijken waarop ingevolge rechterlijke beslissing een lijkschouwing moet worden verricht;

4. het bewaren van stoffelijke overschotten voor vrijwaring van de openbare gezondheid;

5. het bewaren van lijken waarvan de overbrenging is gevraagd door de familie of, bij ontstentenis van elke belanghebbende, na machtiging van het gemeentebestuur.

Hoofdstuk 6.  BEGRAVINGEN, BIJZETTINGEN EN UITSTROOIINGEN - ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 12. Begraafplaatsen : gerechtigden

12.1 Op de begraafplaatsen kunnen met of zonder concessie begraven worden :

1. de persoon die op de datum van overlijden in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente Merchtem is ingeschreven, ongeacht de gemeente van overlijden;

2. de persoon die om reden van ouderdom, medische of psychiatrische behandeling verblijft in een zorgvoorziening, of die, onafhankelijk van zijn wil of om reden van ouderdom, verzorging van derden behoeft en te dien einde zijn intrek heeft genomen bij verwanten tot en met de 2de graad, in het bevolkingsregister van een andere gemeente werd ingeschreven;

3. de persoon en/of wettelijke partner die minimum 25 jaar gedomicilieerd was in Merchtem of meer dan de helft van zijn leven in Merchtem woonachtig was of zijn wettelijke of feitelijk samenwonende partner. 

Personen vermeld onder 1-2-3 worden als 'persoon niet vreemd aan de gemeente' beschouwd en hebben de keuze

- zonder concessie begraven te worden (gratis);

- of mits het nemen van een concessie het tarief van 'persoon niet vreemd aan de gemeente' betalen. 

Het college van burgemeester en schepenen kan in uitzonderlijke gevallen afwijkingen toestaan (aantoonbare bijzondere band met de gemeente) op basis van een gemotiveerde aanvraag en gemotiveerde beslissing. 

12.2 Op de begraafplaatsen kunnen met concessie begraven of bijgezet worden :

Elke andere persoon op voorwaarde dat wordt ingestemd met een concessie aan het tarief van 'persoon vreemd aan de gemeente' conform her retributiereglement voor grafconcessies, op graf- en urnenkelders en columbariumnissen, mits betaling van de retributie voor personen vreemd aan de gemeente. 

Artikel 13.  Wijze van begraving en asbezorging en aanwezigheid rouwenden

Bij het bezorgen van de stoffelijke overschotten op de gemeentelijke begraafplaats :

- moeten de gemeentelijke diensten ten minste twee werkdagen vooraf verwittigd zijn van het type begraving, dat vermeldt of het gaat over een begraving, een bijzetting in het columbarium of een uitstrooiing. Deze verplichting rust bij de naaste verwanten of de gemachtigde (begrafenisondernemer).

- rijdt de lijkwagen of ander passend voertuig op de begraafplaats tot aan de begroetingsplaats, waar de familie de laatste begroeting aan de overledene kan brengen. De rouwenden zijn gerechtigd bij het gehele verloop van de begrafenis aanwezig te zijn.

De volgorde en de plaats van begraving worden vastgesteld het één graf na het ander, in orde van aankomst op de begraafplaats. De graven worden genummerd en gekoppeld aan een digitaal begraafplaatsenregister. Er zijn percelen voorzien voor begraving in volle grond, grafkelders, kindergraven, columbariumnissen (concessie), columbariumnissen (kosteloos), begraving op het urneveld (kosteloos), urnenkelder (concessie), begraving op de sterretjesweide of verstrooiing op de strooiweide. 

Behalve hetgeen voorzien is in de reglementen op de grafconcessies, heeft elke teraardebestelling plaats in een afzonderlijk graf. De burgemeester mag echter toestaan de lijken van moeder en doodgeboren kind in hetzelfde graf te plaatsen.  

Hoofdstuk 7 : NIET-GECONCEDEERDE GRAVEN (vollegrondsgraven)

Artikel 14. Begraving op niet-geconcedeerde percelen

Voor niet-geconcedeerde graven (vollegrondsgraven) is er een bewaartermijn van minstens 10 jaar. 

- de begraving gebeurt in volle grond in één kuil voor 1 stoffelijk overschot van een persoon 

- de begraving gebeurt  in volle grond in het urnenveld voor 1 asurn van een gecremeerd persoon

- de bijzetting gebeurt in een columbariumnis voor 1 asurn van een gecremeerd persoon

- de uitstrooiing van de as op de daartoe bestemde strooiweide van de begraafplaats van een gecremeerd persoon

Een niet-geconcedeerde begraving wordt enkel toegelaten op percelen bestemd voor begraving in volle grond. 

Voor de bijbegraving van de asurn van een reeds overleden echtgenoot/partner/persoon die een feitelijk gezin vormde verwijzen wij naar hoofdstuk 9.

Voor de bijbegraving van een gezelschapsdier verwijzen wij naar hoofdstuk 10. 

Artikel 15. Ontruiming van niet-geconcedeerde graven

Wanneer niet-geconcedeerde percelen moeten ontruimd worden, zal een afschrift van de beslissing tot ontruiming gedurende 1 jaar bekendgemaakt worden aan het betrokken graf/nis en/of nabijheid van het te ontruimen perceel en aan de ingang van de begraafplaats. 

De belanghebbenden zullen, te rekenen vanaf de datum van de bekendmaking, beschikken over een termijn van 1 jaar om de graftekens weg te nemen. Na die termijn worden zij van ambtswege verwijderd, en worden ze eigendom van de gemeente. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de bestemming van deze materialen. 

Artikel 16. Mogelijkheid retroactieve thuisbewaring as

Tijdens de periode van bekendmaking van de procedure van ontruiming kan een aanvraag tot retroactieve thuisbewaring van een urne uit een niet-geconcedeerde nis of niet-geconcedeerd perceel op het urneveld worden aangevraagd. De aanvraag dient schriftelijk te worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen door de overlevende echtgeno(o)t(e) of samenlevende partner en de bloedverwanten tot de 1ste graad. De aanvraag dient schriftelijk te worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen door de overlevende echtgeno(o)t(e) of de samenlevende partner en de bloedverwanten tot de 1ste graad.

Artikel 17. Mogelijkheid omvorming tot concessie

Tijdens de periode van bekendmaking van de procedure van ontruiming kan een aanvraag ingediend worden om de niet-geconcedeerde begraving om te vormen naar een concessie. Bij de omvorming van een niet-geconcedeerde begraving van stoffelijke overschotten naar een concessie dienen de nabestaanden zelf in te staan voor het aanstellen van een gespecialiseerde firma die de stoffelijke overschotten overplaatst naar een perceel bestemd voor concessies en dragen zij hiervan alle kosten. De kosten voor het verplaatsen van het grafmonument vallen eveneens ten laste van de aanvrager. De burgemeester moet toelating tot ontgraven verlenen. Tevens dient een retributie betaald te worden op grafconcessies, op graf- en urnenkelders en op columbariumnissen, evenals  een belasting op het verwijderen van urnen uit een graf op het urneveld, urnenkelder of columbarium en op de opgraving van stoffelijke overschotten uit graven en grafkelders. De verplaatsing van een stoffelijk overschot kan worden aangevraagd door de overlevende echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende partner en of een bloed-of aanverwant tot de 2de graad.

Het tarief van de concessie wordt, overeenkomstig de modaliteiten van het retributiereglement, betaald vooraleer de omzetting wordt uitgevoerd. Na betaling wordt de toelating tot ontgraving verleend, waarna de ontgraving kan gebeuren. De gemeente is niet verantwoordelijk voor enige schade, aangebracht door de ontgraving en herbegraving (noch voor schade aan de eigen zerk, noch voor schade aan zerken van derden).

Hoofdstuk 8. GECONCEDEERDE BEGRAVINGEN

Artikel 18. Concessies - mogelijkheden

Op elk van de vier gemeentelijke begraafplaatsen mogen tijdelijke concessies voor 50 jaar toegestaan worden. Ook voor de hernieuwing van een concessie bedraagt de termijn 50 jaar. 

De concessies worden enkel toegestaan op de plaatsen die daarvoor aangewezen zijn op de begraafplaatsen. In geen geval mag er een concessie worden verleend op een plaats die bestemd is voor niet-geconcedeerde percelen. 

De begraving van een stoffelijk overschot, de begraving van een asurn en de bijzetting van een asurn in een columbariumnis kunnen het voorwerp uitmaken van een concessie.

De aanvraag van een concessie dient schriftelijk te gebeuren op een daartoe bestemd formulier te verkrijgen bij de dienst burgerzaken van het gemeentebestuur. 

De gemeenteraad stelt de duur, het verschuldigde bedrag en de voorwaarden voor het toekennen van de concessie vast.

Een concessie neemt een aanvang op datum van de begraving.

Een concessie kan aangevraagd worden door één of meer natuurlijke personen of door een rechtspersoon.

De persoon met wie de overledene een feitelijk gezin vormde kan een concessie aanvragen. Dit begrip kan met alle middelen worden aangetoond.

De concessiehouder beschikt over het exclusieve recht om te bepalen wie gebruik kan maken van een concessie.

De concessies en hernieuwingen van concessies worden verleend door het college van burgemeester en schepenen, waarvan de gemeenteraad daartoe zijn bevoegdheid overdraagt.

Grafconcessie :

De begraving gebeurt in de door de gemeente geleverde en geplaatste grafkelder met 2 vakken, voorzien voor 1 lichaam per vak. Elk vak in een grafkelder kan ook dienstig zijn voor het begraven van 1 lijkkist of 1 asurn. Evenwel mogen er per vak meerdere asurnen worden geplaatst, mits voorafgaandelijk voor elke 2 bijkomende urnen het op dat ogenblik toepasselijk tarief bijbetaald wordt. In een vak waarin zich reeds 1 lijkkist bevindt, mag geen asurn worden bijgeplaatst, of omgekeerd.

Urnenkelder :

De bijzetting gebeurt in een door de gemeente geplaatste urnenkelder, waarin maximum 2 urnen met assen van personen kunnen bijgezet worden. 

Concessie columbariumnis

De bijzetting gebeurt in een door de gemeente geplaatst muur met columbariumnissen,  waarin per nis maximum 2 urnen met assen van personen kunnen bijgezet worden.

Voor de bijbegraving van de asurn van een reeds overleden echtgenoot/partner/persoon die een feitelijk gezin vormde verwijzen wij naar hoofdstuk 9.

Voor de bijbegraving van een gezelschapsdier verwijzen wij naar hoofdstuk 10. 

Artikel 19. Aankoop nieuwe concessie

Een concessieaanvraag mag worden ingediend ten behoeve van een derde en van diens familie, dit enkel in het kader van een overlijden.

Op het ogenblik dat een eerste persoon overlijdt, is er wel een mogelijkheid om een meervoudige concessie aan te kopen. 

Artikel 20. Hernieuwingen van grafconcessies (hernieuwing met bijzetting)

Indien erom verzocht wordt voor het verstrijken van de vastgestelde termijn, neemt een nieuwe termijn een aanvang vanaf elke nieuwe bijzetting in de concessie. Als er geen hernieuwing wordt aangevraagd tussen de datum van de laatste bijzetting in de concessie en het verstrijken van de periode waarvoor deze werd verleend, blijft het graf bestaan gedurende een termijn van 10 jaar die begint te lopen op de datum van het overlijden, indien dit overlijden zich minder dan 10 jaar voor het verstrijken van de concessie heeft voorgedaan.

Een hernieuwing kan ten allen tijde gebeuren. Een nieuwe termijn van 50 jaar neemt dan een aanvang vanaf de aanvraag tot vernieuwing of vanaf elke nieuwe bijzetting in de concessie. In dit geval wordt de retributie, die door de gemeente gevorderd kan worden, proportioneel berekend op het aantal jaren dat de nieuwe vervaldatum de huidige concessie overschrijdt.

Aantal jaren van de nieuwe concessietermijn  die de lopende concessietermijn overschrijdt x verschuldigd bedrag dat bij de nieuwe concessietermijn hoort, gedeeld door het aantal jaren van de nieuwe concessietermijn.  

Artikel 21. Hernieuwing van grafconcessies (bij het verstrijken van de vergunningsperiode van 50 jaar)

Bij het verstrijken van de vergunningsperiode van 50 jaar of wanneer de vergunningsperiode reeds meer dan 50 verstreken is, kan een concessie op uitdrukkelijke aanvraag hernieuwd worden voor 50 jaar. De hernieuwing loopt tot de termijn van 50 jaar aansluitend op de einddatum van de lopende concessie. Na het overlijden van de concessiehouder kan elke natuurlijke of rechtspersoon een aanvraag tot hernieuwing doen.

Minstens een jaar voor het verstrijken van de concessie of van de hernieuwingen ervan, maakt de burgemeester of zijn gemachtigde een akte op waarbij eraan herinnerd wordt dat een aanvraag om hernieuwing bij hem moet toekomen. Een afschrift van deze akte wordt een jaar lang zowel bij het graf als aan de ingang van de begraafplaats uitgehangen. Als er geen aanvraag voor een hernieuwing is gedaan, vervalt de concessie.   De hernieuwingen kunnen enkel geweigerd worden indien blijkt dat op het moment van de aanvraag de concessie verwaarloosd is.

De graftekens kunnen binnen het jaar na bekendmaking van de procedure van ontruiming door de nabestaanden worden verwijderd, dit mits aanvraag en toelating bij de dienst burgerzaken. Bij het verstrijken van deze termijn worden de graftekens eigendom van de gemeente. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de bestemming van de materialen.

Een hernieuwing is mogelijk bij elke nieuwe bijzetting in de concessie, maar ook zonder bijzetting, en dit enkel als blijkt dat de concessie niet verwaarloosd is.

Altijddurende concessies zijn sinds de wet van 20 juli 1971 omgezet in concessies die om de 50 jaar zonder vergoeding kunnen hernieuwd worden, en volgen dezelfde regels als voor niet- altijddurende concessies om een hernieuwing aan te vragen. De hernieuwing moet gerekend worden vanaf de einddatum van de oorspronkelijke concessie. 

Artikel 22. Mogelijkheid retroactieve thuisbewaring

Tijdens de periode van bekendmaking van de procedure van ontruiming kan een aanvraag tot retroactieve thuisbewaring van een urne uit een urnenkelder of een geconcedeerde columbariumnis, worden aangevraagd. De aanvraag dient schriftelijk te worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen door de overlevende echtgeno(o)t(e) of samenlevende partner en de bloedverwanten tot de 1ste graad. 

 Artikel 23. Einde grafconcessie

Wanneer aan een grafconcessie een einde wordt gemaakt, worden de niet weggenomen graftekens en de eventueel nog bestaande ondergrondse bouwwerken eigendom van de gemeente.

Voortijdige beëindiging van de grafconcessie

Op schriftelijk verzoek van de concessiehouder of zijn erfgenamen of bij ontstentenis hiervan, iedere belanghebbende, kan het college van burgemeester en schepenen :

- een concessie voortijdig beëindigen

- een geconcedeerd graf terugnemen wanneer het ongebruikt is gebleven of wanneer het ongebruikt is geworden ten gevolge van de overbrenging van de stoffelijke overblijfselen. De betaalde concessieprijs kan noch geheel noch gedeeltelijk teruggevorderd worden. 

Vooraleer het college van burgemeester en schepenen tot beëindiging overgaat, zal de vraag tot beëindiging worden aangeplakt gedurende 1 jaar aan de ingang van de begraafplaats en aan de betrokken concessie, tenzij alle nabestaanden hun akkoord bevestigd hebben. Bezwaren tegen een voortijdige beëindiging moeten schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen.

Definitieve beëindiging van de grafconcessie

Indien tijdens de periode van bekendmaking gedurende minimum 1 jaar, geen aanvraag wordt gedaan voor verlenging/hernieuwing van de concessie, zal het graf, na beslissing van het college van burgemeester en schepenen,  worden ontruimd.

Voortijdige ambtshalve beëindiging

In geval van terugneming van een geconcedeerd perceel of van een geconcedeerde nis wegens openbaar belang of dienstnoodzakelijkheid hebben de concessiehouders recht op het verkrijgen van een perceel van dezelfde oppervlakte of van een nis van dezelfde grootte, op dezelfde of op een andere begraafplaats van de gemeente. De kosten van overbrenging van de stoffelijke overschotten en van de graftekens of eventueel een vervangende grafkelder, zijn ten laste van het gemeentebestuur.

Hoofdstuk 9. PERCELEN / GRAFTEKENS / ASBESTEMMINGEN

Artikel 24. Percelen voor begravingen van stoffelijke overschotten/plaatsen van graftekens/zerken

Tenzij de overledene anders heeft beschikt of zijn verwanten zich ertegen verzetten, heeft eenieder het recht op het graf van zijn verwante of vriend een grafteken te doen plaatsen zonder afbreuk te doen aan het recht van de concessiehouder.

Het is niet toegelaten grafstenen of andere gedenktekens te plaatsen die door hun vorm, afmetingen, hun opschriften of aard van materialen, de zindelijkheid, gezondheid, veiligheid en rust op de begraafplaats kunnen verstoren.

Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om, indien het vereist is voor de aanleg en inrichting van de begraafplaatsen, individuele afwijkingen aan de buitenafmetingen van zerken te behandelen en toe te staan. 

Voor het plaatsen van een grafzerk moet steeds een voorafgaandelijke vergunning afgeleverd worden om tot de plaatsing over te gaan. De aanvraag gebeurt via de dienst burgerzaken en vervolgens wordt in overleg met de dienst uitvoering de dag en uur van de plaatsing vastgesteld. Indien nagelaten wordt om een voorafgaandelijke vergunning aan te vragen, en er zijn later problemen, worden mogelijke kosten volledig verhaald op de gespecialiseerde firma die de grafsteen plaatste.

De gedenktekens/grafzerken moeten op 1 door de burgemeester of zijn gevolmachtigde aan te geven lijn geplaatst worden. De opschriften, grafschriften, afbeeldingen en voorwerpen moeten sober en sereen zijn, rekening houdend met de verschuldigde eerbied voor de overledene en de ernaast liggenden. Bij niet naleving  en na voorafgaandelijke verwittiging kan het schepencollege opdracht geven het desbetreffende te doen verwijderen. 

De graftekens moeten zodanig opgericht en onderhouden worden dat zij de veiligheid en doorgang niet belemmeren en zonder schade aan te brengen aan de aangrenzende graftekens en graven. 

Alvorens op de begraafplaatsen te worden toegelaten, moeten de voor het grafteken bestemde materialen volledig afgewerkt en gekapt zijn en gereed om onmiddellijk geplaatst te worden. Geen enkel hulpmateriaal, restmateriaal mag binnen de omheining van de begraafplaats worden achtergelaten. De materialen worden aangevoerd en geplaatst naarmate de behoeften. Na een zonder gevolg gebleven ingebrekestelling wordt er op bevel van de burgemeester van ambtswege overgegaan tot het wegnemen van de materialen op kosten van de overtreder. 

Er zijn 2 belangrijke uitzonderingen op hierna vermelde mogelijkheden van types begravingen :

Voor de bijbegraving van de asurn van een reeds overleden echtgenoot/partner/persoon die een feitelijk gezin vormde verwijzen wij naar hoofdstuk 9.

Voor de bijbegraving van een gezelschapsdier verwijzen wij naar hoofdstuk 10. 

 1. Percelen voor begravingen van stoffelijke overschotten in een niet-geconcedeerd graf (vollegrondsgraf) 

1.1 Afmetingen

De percelen om 1 persoon in volle grond/een niet-geconcedeerd graf te begraven, hebben een lengte van 1,80 m en een breedte van 0,80 m. Het opstaande gedeelte van de grafzerken mag niet hoger zijn dan 1 m, gerekend vanaf de basislijn van het platliggend gedeelte van de zerk. 

In volle niet-geconcedeerde grond worden de lijken horizontaal begraven in afzonderlijke kuilen op een diepte van ten minste 1,50 m. De afstand tussen de kuilen moet minstens 0,30 m bedragen. 

1.2 Plaatsen grafzerk

Op graven in volle grond mag ten vroegste 8 maanden na de begrafenis een grafsteen worden geplaatst. Deze plaatsing is onderworpen aan een voorafgaandelijke vergunning door het gemeentebestuur en volgt de achterlijn van de reeds eerder geplaatste grafmonumenten.

2. Percelen voor begravingen van stoffelijke overschotten in een geconcedeerd graf (grafkelder)

2.1 Afmetingen

De percelen voor grafkelders met 2 vakken hebben een lengte van 2,00 m en een breedte van 1,00 m. Het opstaande gedeelte van de grafzerken mag niet hoger zijn dan 1 m, gerekend vanaf de basislijn van het platliggend gedeelte van de zerken. Het onderste vak van de grafkelder moet eerst bezet zijn voordat de hoger gelegen vakken mogen worden gebruikt.

Uitzondering (hoofdstuk 9) : enkel bij een overlijden kan beslist worden om de as van de eerder overleden echtgeno(o)t(e) of feitelijke partner, bij te zetten/samen te begraven in een urnegraf op het urneveld. Voor de ontgraving van de as van de voor-overleden echtgenoot moet rekening gehouden worden met de belasting op het verwijderen van urnen uit een graf op het urnenveld, urnenkelder of columbariumnis, op voorwaarde dat de wilsbeschikking van de voor-overleden echtgeno(o)t(e) of de overledene gerespecteerd wordt.

1.2 Plaatsen grafzerk

De concessiehouder of zijn vertegenwoordiger is verplicht op geconcedeerde grond waarin zich een grafkelder bevindt, binnen de 12 maanden na de begrafenis een grafsteen te plaatsen, ongeacht er iemand begraven werd of niet. Hiervoor dient voorafgaandelijk een toelating te worden verleend door de ambtenaar van de burgerlijke stand of zijn gemachtigde. Bij niet-naleving wordt hen bij aangetekend schrijven een laatste termijn van 3 maanden toegekend om zich in orde te stellen, waarna het schepencollege de concessiehouder of zijn vertegenwoordiger in gebreke kan stellen. Dit houdt het verval van de concessie in zonder vergoeding.

Deze plaatsing is onderworpen aan een voorafgaandelijke vergunning door het gemeentebestuur.

Het gemeentebestuur kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor afwijkende maten. De begraafplaatsverantwoordelijken dienen ter plaatse de vaststelling en de metingen te doen, en indien nodig, het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te houden van afwijkingen. 

3. Percelen bestemd voor de begraving op het urneveld (urnen in volle grond)

3.1 Afmetingen en begravingen

De percelen om 1 persoon te begraven op het urneveld (vollegrond/gratis) zijn bestemd voor 1 asurn waarvan de zerk bestaat uit een platte steen van 0,50 m x 0,50 m en een hoogte van maximum 35 cm. De buitenafmetingen van de asurn moet beperkt blijven tot 28 cm breedte en diepte en 35 cm hoogte. 

In een kosteloos urnenveld kan geen bijplaatsing gebeuren. Wel kan ervoor gekozen worden, indien bij het volgend overlijden toch gekozen wordt voor een concessie, over te gaan tot een ontgraving van de asurn uit het kosteloos urneveld naar de nieuwe concessie, rekening houden met het belastingreglement betreffende het verwijderen van urnen uit een urnen uit een graf op het urneveld en de retributie op de grafconcessies.

Uitzondering (hoofdstuk 9) : enkel bij een overlijden kan beslist worden om de as van de eerder overleden echtgeno(o)t(e) of feitelijke partner, bij te zetten/samen te begraven in een urnegraf op het urneveld. Voor de ontgraving van de as van de voor-overleden echtgenoot moet rekening gehouden worden met de belasting op het verwijderen van urnen uit een graf op het urnenveld, urnenkelder of columbariumnis, op voorwaarde dat de wilsbeschikking van de voor-overleden echtgeno(o)t(e) of de overledene gerespecteerd wordt. 

 3.2 Plaatsen grafzerk

Voor urnen begraven op het urneveld in volle grond mag ten vroegste 1 maand na de begrafenis een grafsteen worden geplaatst, steeds mits voorafgaandelijke vergunning door het gemeentebestuur. 

4. Percelen bestemd voor de begraving van urnen in urnenkelders (concessies)

4.1 Afmetingen en begravingen

De percelen om maximum 2 asurnes te begraven in een urnenkelder waarvan de zerk bestaat uit een steen van 0,50 op 0,50 m en een hoogte van maximum 35  cm.

Uitzondering (hoofdstuk 9) : enkel bij een overlijden kan beslist worden om de as van de eerder overleden echtgeno(o)t(e) of feitelijke partner, bij te zetten/samen te begraven in een urnenkelder (concessie). Voor de ontgraving van de as van de voor-overleden echtgenoot moet rekening gehouden worden met de belasting op het verwijderen van urnen uit een graf op het urnenveld, urnenkelder of columbariumnis, op voorwaarde dat de wilsbeschikking van de voor-overleden echtgeno(o)t(e) of de overledene gerespecteerd wordt.

Als een concessie van een urnenkelder om welke reden ook een einde neemt, kan de as worden uitgestrooid op de daartoe bestemde plaats van de begraafplaats, of op schriftelijk verzoek aan de burgemeester door de overlevende echtgenote of samenwonende partner en de bloedverwanten in 1ste graad. De plaats van bewaring of uitstrooiing wordt in de aanvraag aangeduid.

De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring wordt gedurende een periode van 1 jaar afgekondigd aan het betrokken perceel. 

4.2 Plaatsen grafzerk

Voor urnen begraven op het urneveld in volle grond mag ten vroegste 1 maand na de begrafenis een grafsteen worden geplaatst, steeds mits voorafgaandelijke vergunning door het gemeentebestuur. 

5. Percelen bestemd voor de begraving van urnen in een columbariumnis

De geconcedeerde nissen in het columbarium zijn bestemd voor maximaal 2 personen.

In niet-geconcedeerde nissen (gratis) kan slechts 1 persoon begraven worden.

Bij een kosteloze columbariumnis kan geen bijplaatsing gebeuren. Wel kan ervoor gekozen worden, indien bij het volgend overlijden toch gekozen wordt voor een concessie, over te gaan tot een ontgraving van de asurn uit de kosteloze columbariumnis naar de nieuwe concessie, rekening houden met de retributie op grafconcessies en de belasting op het verwijderen van een asurn uit een graf of columbariumnis.

Uitzondering (zie hoofdstuk 9) : bij een overlijden kan beslist worden om de as van de eerder overleden echtgeno(o)t(e) of feitelijke partner, bij te zetten in een columbariumnis. Dit kan zowel in een geconcedeerde nis (50 jaar) als in een niet geconcedeerde nis (10 jaar). Voor de ontgraving van de as van de voor-overleden echtgenoot moet rekening gehouden worden met de belasting op het verwijderen van urnen uit een graf op het urnenveld, urnenkelder of columbariumnis en voor een geconcedeerde columbariumnis aanvullend ook met  de retributie op de grafconcessies, op voorwaarde dat de wilsbeschikking van de voor-overleden echtgeno(o)t(e) of de overledene gerespecteerd wordt.

Het gemeentebestuur plaatst de columbariumelementen. De naamplaat wordt door de nabestaanden, begrafenisondernemer of gespecialiseerde firma opgemaakt. 

Op het originele sluitstuk van een nis van het columbarium moet een koperen plaatje worden aangebracht waarop de naam van de overledene(n) alsmede geboorte- en overlijdensdatum worden vermeld. Een foto van de overledene is tevens toegelaten. Eventuele andere graftekens of versieringen mogen niet hoger of breder zijn  dan het sluitstuk van de nis.

De afmetingen van het naamplaatje van de columbariumnis bedraagt 19 cm op 9 cm.

Als een columbariumconcessie om welke reden ook een einde neemt, kan de as worden uitgestrooid op de daartoe bestemde plaats van de begraafplaats.

Als een concessie van een columbariumnis om welke reden ook een einde neemt, kan de as worden uitgestrooid op de daartoe bestemde plaats van de begraafplaats, of op schriftelijk verzoek aan de burgemeester door de overlevende echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner en de bloedverwanten in 1ste graad. De plaats van bewaring of uitstrooiing wordt in de aanvraag aangeduid.

Een vroegtijdige aanvraag tot retroactieve thuisbewaring gedurende de lopende concessietermijn, is mogelijk. Een geconcedeerde nis moet gedurende een termijn van 2 jaar bewaard worden. Binnen deze termijn van 2 jaar kan is er een mogelijkheid om, op verzoek van de nabestaanden,  de asurne terug te plaatsen in de columbariumnis. Wanneer de thuisbewaring na de termijn van 2 jaar ophoudt, vervalt de mogelijkheid om de as die werd thuis bewaard, terug te plaatsen in de columbariumnis. De as van de overledene kan uitgestrooid worden op de strooiweide van één van de gemeentelijke begraafplaatsen. 

6. Percelen bestemd voor uitstrooiing (strooiweide)

Op de begraafplaats wordt de as uitgestrooid op de daartoe voorziene strooiweide. Alleen de begraafplaatsverantwoordelijke mag het strooitoestel bedienen.

Op het gedenkteken naast de strooiweide mogen eveneens koperen plaatjes worden aangebracht waarop de naam van de overledene vermeld staat, eventueel met geboorte- en overlijdens datum. De afmetingen bedragen 15 cm op 6 cm. Op de strooiweide zelf mogen geen graftekens, versierselen of aandenkens worden geplaatst. Enkel op de dag van de asverstrooiing, met Allerheiligen en Allerzielen mogen er bloemen of kronen worden neergelegd op de strooiweide. Deze zullen achteraf door de grafmaker worden verwijderd. 

De as kan ook uitgestrooid worden op de aan het grondgebied van België grenzende territoriale zee onder de voorwaarden die de Vlaamse regering bepaalt. 

7. Kinderperk

Op de begraafplaatsen Merchtem en Peizegem is een kinderperk voorzien. Ook voor Brussegem en Hamme zal en kinderperk gefaseerd voorzien worden. Op dit perk worden begravingen toegestaan voor kinderen. Ouders/nabestaanden beslissen of hun kind al dan niet op het kinderperk of op de perken van de gewone graven, concessies, urnevelden, urnenkelders, columbariumnissen of sterretjesweide, begraven wordt. De voorkeur van de ouders/nabestaanden  primeert hier. Er is geen vast bepaalde leeftijdsgrens voor het kinderperk.

De percelen zijn bestemd voor begravingen van kinderen en de zerken hebben overwegend een standaardafmeting van 90 cm x 60 cm voor jongere kinderen. Afhankelijk van de leeftijd van het kind kunnen afwijkingen toegestaan worden tot maximum lengte van 1,50 m, breedte van minimum 0,60 m en max. 0,80 m en max. hoogte rug 1,00 m. 

Aan kindergraven is geen concessie gekoppeld en worden de graven automatisch voor de duur van 50 jaar bewaard. Vóór een procedure ontruiming/hernieuwing, zal een aanplakking gebeuren van minimum 1 jaar.  De nabestaanden hebben dan de mogelijkheid om een gratis hernieuwing aan te vragen voor 50 jaar. Enkel in geval van verwaarlozing zal indien nodig een procedure opgestart worden om het graf te verwijderen, dit volgens de procedure van ontruiming.

 8. Sterretjesweide

Indien ouders van een stil geboren kindje, of een kindje dat slechts korte tijd heeft geleefd, hun kindje wensen te begraven op de sterretjesweide, stemt de gemeente hierin toe. Ook hier wordt soepel omgegaan en rekening gehouden met de keuze van de ouders om hun kindje te laten begraven op het kinderperk of op de sterretjesweide. Het stoffelijk overschot van een levenloos geboren kind kan ook bijgezet worden in een columbariumnis.

Gelijklopend met de kindergraven is hier geen concessie aan gekoppeld, maar worden de graven automatisch behouden voor de duur van 50 jaar. Voor een ontruiming/hernieuwing zal een aanplakking gebeuren van minimum 1 jaar. De nabestaanden hebben de mogelijkheid om een gratis hernieuwing aan te vragen. Enkel in geval van verwaarlozing zal indien nodig een procedure opgestart worden om het graf te verwijderen, dit volgens de procedure van ontruiming.

Er is de mogelijkheid tot begraving of het plaatsen van een gedenkteken, of het inrichten van het perceel naar hun keuze, mits het nodige onderhoud. 

9. Sterrenregister

Dit is een symbolisch register. In geval kinderen stil geboren zijn, of korte tijd geleefd hebben, is er ook een mogelijkheid voor de nabestaanden om hun kindje te registreren in het sterrenregister. Hiervoor dienen geen bewijzen te worden voorgelegd en kan de aanvrager enkele mogelijkheden aanduiden. De ouders/nabestaanden ontvangen een certificaat van van de registratie en een aandenken voor hun (stil) geboren kind.

 Artikel 25. Asbestemmingen  

Indien de overledene dit schriftelijk heeft bepaald of, bij gebrek aan schriftelijke bepaling door de overledene, op gezamenlijk schriftelijk verzoek, vooraleer de crematie plaatsvindt, van zowel de echtgeno(o)t(e) of van diegene met wie de overledene een feitelijk gezin vormde als van alle bloed- of aanverwanten van de 1ste graad of, indien het om een minderjarige gaat, op verzoek van de ouders of voogd, kan de as van gecremeerde lijken:

 - uitgestrooid worden op een andere plaats dan de begraafplaats. De as mag niet worden uitgestrooid op het openbaar domein. Tot het openbaar domein behoren onder meer de bevaarbare stromen en rivieren, de wegen en de stranden. Indien het een terrein betreft dat niet in eigendom is van de overledene of zijn nabestaanden, is een voorafgaande, schriftelijke toestemming van de eigenaar van het terrein vereist;

 - begraven worden op een andere plaats dan de begraafplaats. Deze begraving mag niet gebeuren op het openbaar domein. Indien het een terrein betreft dat niet in eigendom is van de overledene of zijn nabestaanden, is er een voorafgaande, schriftelijke toestemming van de eigenaar van het terrein vereist;

 - in een urne ter beschikking worden gesteld van de nabestaanden om te worden bewaard op een andere plaats dan de begraafplaats. Indien er een einde komt aan de bewaring van de as wordt de as door toedoen van de nabestaande die er de zorg voor heeft of zijn erfgenamen in geval van dienst overlijden, ofwel naar een begraafplaats gebracht om er begraven, in een columbarium bijgezet of uitgestrooid te worden ofwel op de aan het grondgebied van België grenzende territoriale zeel uitgestrooid te worden.

De persoon die de as in ontvangst neemt, is verantwoordelijk voor de naleving van deze bepalingen. 

Artikel 26 : Laatste wilsbeschikking

26.1 Leeftijd

Iedereen kan vanaf de leeftijd van 16 jaar een laatste wilsbeschikking neerleggen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn gemeente.

Minderjarigen jonger dan 16 jaar kunnen een wilsverklaring niet in eigen persoon doen, maar wel de registratie laten doen indien zij zich samen met beide ouders of de voogd aanbieden bij de (gemachtigde) ambtenaar van de burgerlijke stand. 

26.2 Keuze van begrafenis door vriend bij geen wilsverklaring, geen partner en/of bloed- of aanverwanten in 1ste graad 

Voor overledenen die geen laatste wil hebben vastgelegd en geen partner en bloed-  of aanverwanten van 1ste graad hebben, kan een dichte vriend die bereid is de begrafenis te regelen, de keuze maken om de as uit te strooien of de urne te bewaren of te begraven op een locatie die voor het publiek toegankelijk zijn. Die persoon kan de urne dus niet op een private locatie bewaren of begraven. 

Hoofdstuk 10. BIJBEGRAVING AS VAN DE EERDER OVERLEDEN ECHTGENOOT OF PARTNER

Artikel 27

De as van 1 eerder overleden echtgeno(o)t(e) of persoon met wie de overledene een feitelijk gezin vormde, kan mee worden :

- begraven in een graf/grafkelder of urnegraf/urnenkelder van de overledene;

- bijgezet worden in de columbariumnis (geconcedeerd of niet-geconcedeerd) van de overledene;

- uitgestrooid met de as van de overledene.

De overledene moet zijn wens daartoe hebben bepaald in zijn laatste wilsbeschikking. Bij gebrek aan een laatste wilsbeschikking is het gezamenlijk schriftelijk verzoek van alle bloed- en aanverwanten van de 1ste graad vereist. De eerder overleden echtgenoot of persoon met wie de overledene een feitelijk gezin vormde, mag zich bovendien in zijn laatste wilsbeschikking niet uitdrukkelijk verzet hebben tegen het gezamenlijk begraven, bijzetten of uitstrooien. 

Het samen begraven, bijzetten of uitstrooien van de as van de eerder overleden echtgenoot of partner met wie de overledene een feitelijk gezin vormde, vereist eerst een opgraving van de al begraven of bijgezette asurn (of het kan ook gaan over een thuisbewaring). Voor de ontgraving is de toestemming van de burgemeester nodig en dient rekening gehouden te worden met de retributie op grafconcessies en de belasting op het verwijderen van urnen uit een graf op het urnenveld, urnenkelder of columbarium.

Hoofdstuk 11. BIJBEGRAVING VAN EEN URNE VAN EEN GEZELSCHAPSDIER

Artikel 28. Mogelijkheden en voorwaarden

De asurn van maximum 2 gezelschapsdieren in 1 asurn en enkel indien het technisch mogelijk is (er voldoende ruimte is), kunnen :

- samen met de overledene in de doodskist worden geplaatst en begraven (vollegrondsgraf of grafkelder);

- samen met de urne van de overledene in een urnegraf of een urnenkelder worden begraven;

- samen met de urne van de overledene in het columbarium worden geplaatst (gratis columbariumnis of concessie columbariumnis)

De urne met de as van een gezelschapsdier kan enkel maar bijgezet of begraven worden op het ogenblik van de begraving van de overleden eigenaar. Latere bijzettingen van de urne met de as van een gezelschapsdier zijn niet mogelijk.

Het gezelschapsdier/gezelschapsdieren moeten al overleden en gecremeerd zijn op het ogenblik van het overlijden van de eigenaar. Indien het gaat over de as van 1 of meer overleden gezelschapsdieren, moet de as van die dieren worden verzameld in 1 asurn. In de praktijk zal het wegens de beperkte capaciteit van de urne vaak gaan om een symbolisch gedeelte van de as. 

De asurn van een gezelschapsdier mag nooit de plaats innemen van een urne met de assen van een andere begunstigde of rechthebbende in een grafkelder, urnenveld of een columbarium. De urne met dierlijke as moet worden verwijderd ten gunste van de urne van de overleden persoon.

De urne met assen van een gezelschapsdier moet steeds biologisch niet-afbreekbaar zijn, zodat de assen  van mens en dier nooit kunnen gemengd worden.

De wens van de overledene over het mee begraven of bijzetten van de dierlijke as hoeft niet te worden aangetoond. Het volstaat dat de nabestaanden de as van het overleden gezelschapsdier meegeven aan de begrafenisondernemer.

Bij einde van de concessie of ontgraving van de overleden eigenaar, wordt de as van het gecremeerde gezelschapsdier eveneens ontgraven. De assen van de gezelschapsdieren mogen niet worden uitgestrooid op de strooiweide van de gemeente, maar worden meegegeven aan de nabestaanden die hiermee terecht kunnen op een erkende begraafplaats voor gezelschapsdieren. 

Hoofdstuk 12. ONTGRAVINGEN EN ONTRUIMINGEN 

Artikel 29. Toestemming ontgraving

Het verlenen tot toestemming tot ontgraving door de burgemeester kan om ernstige redenen. Aanvankelijk was een ontgraving verboden gedurende eerste 10 jaar na de begraving, behalve op gerechtelijk bevel. Het besluit van de Vlaamse Regering van 2 december 2005 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria schafte dat verbod af. De burgemeester kan bijgevolg zowel tijdens de eerste 10 jaar na de begraving als daarna een toestemming tot ontgraving verlenen om ernstige redenen. De burgemeester bepaalt wat valt onder 'ernstige reden' valt en beslist hierover autonoom.  

Als een overledene in een andere gemeente wordt herbegraven, moet zowel de burgemeester van de gemeente waar de overledene begraven werd, een toestemming tot ontgraving afleveren, en de gemeente waar hij wordt herbegraven, een toestemming tot begraving afleveren.

Behoudens de ontgravingen door de gerechtelijke overheid bevolen, mag geen opgraving worden verricht dan met een schriftelijke toelating van de burgemeester.

Artikel 30. Mogelijkheden ontgraving

Ontgravingen uit een geconcedeerd graf om het stoffelijk overschot over te brengen naar een vollegrondsgraf, worden niet toegestaan.

Ontgravingen uit een geconcedeerd graf om het stoffelijk overschot over te brengen naar een nieuwe concessie, aan de voorwaarden toepasselijk op dat ogenblik, worden toegestaan. Hierdoor vervalt de oude concessie.

Ontgravingen in het kader van de ontruiming van percelen van vollegrondsgraven om het stoffelijk overschot over te brengen naar een concessie, worden toegestaan, mits te voldoen aan volgende voorwaarden : Bij de omvorming van een niet-geconcedeerde begraving van stoffelijk overschotten naar een concessie dienen de nabestaanden zelf in te staan voor het aanstellen van een gespecialiseerde firma die de stoffelijke overschotten overplaatst naar een perceel bestemd voor concessies en dragen zij hiervan alle kosten. De kosten voor het verplaatsen van het grafmonument vallen eveneens ten laste van de aanvrager. De burgemeester moet toelating tot ontgraven verlenen. Tevens dient een retributie betaald te worden op grafconcessies en een belasting op het verwijderen van urnen uit een graf op het urneveld, urnenkelder of columbarium en op de ontgraving van stoffelijke overschotten uit graven en grafkelders. 

Artikel 31. Procedure ontgraving

De aanvraag tot ontgraving dient door de nabestaande schriftelijk te worden gericht aan de burgemeester. Onverminderd het recht van de burgemeester om in de toelating bijzondere voorwaarden op te leggen, moeten steeds volgende beschikkingen worden nageleefd:

- de gemeente maakt voor de ruiming van een begraafplaats (of een deel ervan) een draaiboek op.

Het draaiboek omschrijft de werkzaamheden, de richtlijnen voor de bescherming van het uitvoerend personeel, de werkwijze bij mogelijk onverteerde resten, de bestemming van mogelijk aangetroffen waardevolle voorwerpen.

- Tijdens de ontgraving wordt de plaats ervan voor het publiek visueel afgeschermd.

- De ontgraving zelf gebeurt door een gespecialiseerde firma, die aan de nodige voorschriften, vermeld in de omzendbrief KBB/ABB 2024/1, moeten voldoen;

- dag en uur waarop de ontgraving zal geschieden wordt in overleg met de dienst uitvoering (begraafplaatsen) vastgelegd;

- het grafteken, de beplantingen en alle andere voorwerpen die het openleggen van het graf kunnen bemoeilijken of beletten moeten verwijderd worden vooraleer tot de ontgraving wordt overgegaan;

- het openleggen van het graf, het openen van de grafkelders, het lichten van de kist uit het graf en het vullen van de kuil geschieden door de zorgen van de gemeente;

- het openen van de nis, het uitnemen van de urn uit de nis en het terug sluiten van de nis, geschieden door de zorgen van de gemeente

- de ontgraving en herbegraving gebeurt door een gespecialiseerde firma, op kosten van de aanvragers.

De gemeenteraad beslist welke bestemming gegeven wordt aan stoffelijke resten die aangetroffen worden binnen de omheining van de begraafplaats. 

Er moet tot een ontgraving worden overgegaan in tegenwoordigheid van de begraafplaatsverantwoordelijke, optioneel door een lid of een afgevaardigde van de familie, evenals een gemachtigde door de burgemeester aangesteld die er een verslag van opmaakt. Zij kunnen de vernieuwing van de kist voorschrijven indien zij zulks nodig achten en elke andere maatregel nemen die van die aard is dat de welvoeglijkheid en de openbare gezondheid worden beschermd, zulks op kosten van de aanvrager.

Tijdens het transport van onverteerde resten wordt gebruik gemaakt van een al dan niet herbruikbare lucht- en vloeistofdichte kist. Zo deze kist uitsluitend voor het vervoer is bestemd, mag deze kist vervaardigd zijn uit niet-afbreekbaar materiaal.

Als de bestemming van het lijk buiten de begraafplaats van opgraving is gelegen, moet het lijk in afwachting van vervoer worden bewaard in een lucht- en lekdichte kist. 

Artikel 32. Sluiting van een begraafplaats

Wanneer nieuwe voor begraving bestemde ruimten aangelegd zijn, bepaalt de gemeenteraad de datum waarop niet meer begraven wordt op de oude begraafplaatsen. Een afschrift van deze beslissing wordt tot de definitieve sluiting van de begraafplaats aan de ingang ervan uitgehangen.

De oude begraafplaats wordt in de staat gehouden waarin ze zich bevindt. Gedurende ten minste 10 jaar mag er geen gebruik van gemaakt worden. Nadien kan tot een bestemmingswijziging worden beslist. 

Als enige belanghebbende daartoe een aanvraag indient, wordt een perceel van dezelfde grootte als het geconcedeerde op de nieuwe begraafplaats voorbehouden. De concessiehouder kan geen aanspraak maken op enige vergoeding. Hij heeft het recht op het kosteloos bekomen van een grafruimte of een nis van dezelfde oppervlakte op de nieuwe begraafplaats. De kosten voor de overbrenging van de lichamen zijn ten laste van het gemeentebestuur. De kosten voor de overbrenging van de grafmonumenten evenals de kosten van een vervangende grafkelder zijn ten laste van de aanvrager.  

Hoofdstuk 13 : BEPLANTINGSWERKEN - ONDERHOUD DER GRAVEN 

Artikel 33. Bloemen - Beplantingen 

Kronen uit natuurlijke bloemen moeten weggenomen worden zodra zij niet meer fris zijn.

Kronen uit kunstmatig materiaal mogen niet geplaatst worden in omhulsels, geheel of ten dele uit breekbaar glas.

De bloemen en planten op de graven aangebracht, moeten steeds in goede staat onderhouden worden. Wanneer ze afgestorven zijn moeten ze verwijderd worden. Bij gebreke hiervan zullen de opruiming en het verwijderen van de potten geschieden door de zorgen van het gemeentebestuur.

De bloempotten, bloemstukken en aanplantingen met natuurlijke bloemen die ter gelegenheid van Allerheiligen en Allerzielen worden geplaatst, worden ambtshalve weggenomen indien ze niet meer fris zijn.

Alle kransen, aanplantingen en bloempotten die ambtshalve worden verwijderd, worden eigendom van het gemeentebestuur. 

Vóór de nissen van het columbarium mag geen beplanting worden aangebracht. 

De aanplantingen moeten aangelegd worden binnen de afmetingen van de betreffende percelen, op zulke wijze dat ze zich niet uitbreiden naast of boven de aanpalende graven. De aanplantingen mogen het toezicht, de doorgang of het onderhoud niet belemmeren. De hoogte van de beplantingen moet beperkt blijven tot 0,30m.  De aangebrachte beplanting moet op regelmatige basis worden verzorgd en of bijgesnoeid. Op de graven kan enkel een lage beplanting worden geplaatst.

De beplantingen, hagen en bloemen die in overtreding met deze bepaling werden aangebracht zullen na een aanplakking van 3 maand ambtshalve worden verwijderd.

Hagen of beplantingen kunnen dus niet geplaatst worden aan de kop van de zerk. Dit valt buiten de voorziene afmetingen van het perceel.  

Rond de graven mogen geen afsluitingen of omheiningen gemaakt worden. Kniel- en bidbanken zijn niet toegelaten. 

Artikel 34. Verwaarlozing van graven

De belanghebbenden zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van de graven. Wanneer een graf doorlopend onzindelijk, door plantengroei overwoekerd, vervallen, ingestort of bouwvallig is, wordt een akte van verwaarlozing opgesteld door de burgemeester of zijn gemachtigde.

Die akte blijft een jaar lang bij het graf en aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt. Na het verstrijken van die termijn en bij niet herstelling wordt op bevel van de burgemeester van ambtswege overgegaan tot afbraak of tot het wegnemen van de materialen op kosten van de in gebreke blijvende nabestaanden. Daarenboven kan de gemeenteraad of het bevoegde orgaan van het intergemeentelijke samenwerkingsverband een einde stellen aan het recht op concessie. De gemeenteraad kan die bevoegdheid opdragen aan het college van burgemeester en schepenen.  

Artikel 35. Werkzaamheden Allerheiligen

Het is verboden graftekens te plaatsen of er enige werkzaamheden aan uit te voeren tijdens de drie werkdagen die aan Allerheiligen voorafgaan. Enkel het afwassen van de zerken en het plaatsen van bloemen is dan nog toegelaten.  

Artikel 36. Graven met lokaal historisch belang

De graven en grafmonumenten, opgenomen op de lijst van graven met lokaal historisch belang worden onderhouden door de gemeente overeenkomstig de voorschriften van artikel 26§2 van het decreet.  (toelichting:  het besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 bevat een aantal voorschriften omtrent de opmaak van deze lijst

HOOFDSTUK 14.  POLITIE 

Artikel 37

De gemeentelijke begraafplaatsen vallen onder het gezag, de politie en het toezicht van de gemeentelijke overheden. De gemeentelijke begraafplaatsen vallen onder gezag, de politie en het toezicht van de gemeenten. Die zorgen ervoor dat:

- er geen wanorde heerst;

- de eerbied voor de doden wordt gerespecteerd;

- er geen opgravingen plaatsvinden zonder toestemming van de burgemeester.

De gemeentelijke begraafplaatsen zijn toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang.

De gemeente staat niet in voor de bewaking van de op de graven geplaatste voorwerpen.
Het gemeentebestuur kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de diefstallen of beschadigingen welke op de begraafplaatsen ten nadele van de nabestaanden zouden gepleegd worden aan de graven, erop aangebrachte gedenktekens, beplantingen,…. 

Artikel 38

 Op de begraafplaatsen zijn alle handelingen verboden waardoor de orde of de aan de doden verschuldigde eerbied verstoord wordt.

Het is in het bijzonder verboden:

a)    op de begraafplaats of aan de buitenzijde ervan aanplakbrieven of opschriften aan te brengen, behoudens in de gevallen bepaald bij de wet van 20 juli 1971 en bij decreet van 16 januari 2004 of bij onderhavig reglement;

b)    goederen te koop aan te bieden of zijn diensten aan te bieden. 

Artikel 39 

Het is verboden:

a)    de grasperken en de aanplantingen van de begraafplaats en aanhorigheden te betreden of op welke wijze dan ook te beschadigen;

b)    de graftekens en alle hulde- en versieringsvoorwerpen op welke wijze ook te beschadigen;

c)     binnen de omheining van de begraafplaats en de aanhorigheden vuilnis en afval neer te leggen, tenzij op de daartoe bestemde plaatsen;

d)    op de begraafplaats of de aanhorigheden zich te gedragen op een wijze die met de ernst en de stilte der plaats en met de eerbied verschuldigd aan de doden niet overeenstemt;

e)    met voertuigen de begraafplaats binnen te rijden, tenzij om uitzonderlijke redenen waartoe toelating wordt verleend door de burgemeester;

f)      vergezeld te zijn van honden of andere dieren, met uitzondering voor visueel gehandicapten of andere mindervaliden met hun geleidehond, politiediensten en erkende bewakingsondernemingen met waak-, speur- en verdedigingshonden;

g)    opschriften of grafschriften aan te brengen die de welvoeglijkheid, de orde en de aan de doden verschuldigde eerbied verstoren;

h)    de begraafplaats te betreden met andere voorwerpen dan deze bestemd voor het onderhoud van de grafstenen;

i)      zich met fietsen of motorvoertuigen op de begraafplaats te begeven,  met uitzondering van deze gebruikt voor dienstdoeleinden. Fietsen en bromfietsen moeten gestald worden aan de ingang van het kerkhof, op de daartoe voorziene plaatsen.

j) kinderen jonger dan 12 jaar, niet vergezeld van een volwassene, hebben geen toegang tot de begraafplaats. 

Hoofdstuk 15.    STRAFBEPALINGEN

Artikel 40

Onverminderd de toepassing van de artikelen 315, 340, 453 en 526 van het strafwetboek, en voor zover hogere wetgeving geen straffen voorziet, worden de inbreuken op de bepalingen van deze verordening bestraft met een gevangenisstraf van één tot zeven dagen evenals met een boete van één tot vijfentwintig euro ofwel met één van deze straffen afzonderlijk.

Wie een inbreuk pleegt op dit reglement of in het algemeen zich niet gedraagt zoals het op een begraafplaats past, wordt, ongeacht  mogelijke rechtsvervolging, door de verantwoordelijke onmiddellijk van de begraafplaats verwijderd. De begraafplaatsverantwoordelijke houdt toezicht op de begraafplaats en brengt over overtredingen verslag uit aan de burgemeester die een proces-verbaal opstelt.

De gemeente staat niet in voor de bewaking van de op de graven geplaatste voorwerpen.

Het gemeentebestuur kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de diefstallen of beschadigingen welke op de begraafplaatsen ten nadele van de nabestaanden zouden gepleegd worden aan de graven, erop aangebrachte gedenktekens, beplantingen,... 

Hoofdstuk 16. SLOTBEPALINGEN 

Artikel 41

Alle gevallen niet bepaald in het huidig reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen, voor zoverre zij niet door een wet, besluit of decreet aan een andere overheid worden toegewezen.

Het gemeentelijk reglement op de begraafplaatsen en lijkbezorging van 25 oktober 2004, aangevuld op 28 februari 2005, wordt opgeheven en vervangen door dit reglement met ingang van 1 april 2026.

Dit reglement wordt bekendgemaakt conform art. 286 van het decreet lokaal bestuur.