De gemeenteraad keurt de notulen goed.
Gelet op artikelen 14 van het Decreet Lokaal Bestuur (DLB);
Gelet op artikel 169 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011;
Gelet op het schrijven d.d. 5 november 2018 van Wouter Robberechts, rechtstreeks verkozene van lijst nr. 8 - PRO Merchtem - waarbij hij verzaakt aan het mandaat van gemeenteraadslid;
Gelet op de installatie van de gemeenteraad d.d. 2 januari 2019;
Overwegende Nele Larivière verkozen werd, als eerste opvolger van lijst nr. 8 - PRO Merchtem - en zetelt in de gemeenteraad sedert 2 januari 2019 ingevolge de mandaatverzaking van Wouter Robberechts;
Gelet op het schrijven van Nele Larivière d.d. 26 oktober 2020 gericht aan de gemeenteraadsvoorzitter houdende haar ontslag als gemeenteraadslid en lid van de raad voor maatschappelijk welzijn;
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing d.d. 24 november 2020 houdende aktename van het ontslag van Nele Larivière als gemeenteraadslid;
Gezien Luc Vrijders, geboren te Merchtem op 3 januari 1963 en wonende Galgestraat 9 te 1785 Merchtem, tweede opvolger van lijst nr. 8 - PRO Merchtem - bij de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2018, waartoe het te vervangen raadslid behoorde, in aanmerking komt voor de opvolging;
Gelet op de gemeenteraadszitting d.d. 24 november 2020 waarbij Luc Vrijders wordt aangesteld als gemeenteraadslid ter vervanging van Nele Larivière;
Gelet op het schrijven van Els Seghers d.d. 26 oktober 2022 gericht aan de gemeenteraadsvoorzitter houdende haar ontslag als gemeenteraadslid;
Gelet Vanessa Hermans, derde opvolger van lijst nr.8 - PRO Merchtem per aangetekend schrijven en per mail d.d. 7 november 2022 werd uitgenodigd om tijdens de gemeenteraad d.d. 28 november 2022 haar eed af te leggen als gemeenteraadslid ter vervanging van Els Seghers;
Gelet op het feit dat Vanessa Hermans afwezig was op de gemeenteraad d.d. 28 november 2022;
Gelet Vanessa Hermans, derde opvolger van lijst nr.8 - PRO Merchtem voor de 2de maal, per aangetekend schrijven en per mail d.d. 1 december 2022 werd uitgenodigd om tijdens de gemeenteraad d.d. 19 december 2022 haar eed af te leggen als gemeenteraadslid ter vervanging van Els Seghers;
Gelet op het feit dat Vanessa Hermans afwezig was op de gemeenteraad d.d. 19 december 2022;
Gelet op het schrijven d.d. 10 januari 2023 van Vrijdag Marianne, zijnde vierde opvolger, waarbij zij verzaakt aan haar mandaat van gemeenteraadslid;
Gelet op het schrijven d.d. 10 januari 2023 van Danny Biesemans, zijnde vijfde opvolger, waarbij hij verzaakt aan zijn mandaat van gemeenteraadslid;
Gelet op het schrijven d.d. 17 januari 2023 van Van Gastel Evelyne, zijnde zesde opvolger, waarbij zij verzaakt aan haar mandaat van gemeenteraadslid;
Gelet op het schrijven d.d. 10 januari 2023 van Katleen De Weerdt zijnde zevende opvolger, waarbij zij verzaakt aan haar mandaat van gemeenteraadslid;
Gezien Lieven Verhaegen, geboren te Brussel op 19 augustus 1985 en wonende Wolvertemsesteenweg 6 te 1785 Merchtem, achtste opvolger van lijst nr. 8 - PRO Merchtem - bij de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2018, waartoe het te vervangen raadslid behoorde, in aanmerking komt voor de opvolging;
Gehoord het verslag van de algemeen directeur betreffende het onderzoek van de geloofsbrieven van voornoemde opvolger waaruit blijkt dat deze nog steeds voldoet aan alle gestelde vereisten van verkiesbaarheid en zich niet bevindt in een geval van onverenigbaarheid, hetzij wegens de uitoefening van een ambt, hetzij wegens bloed- of aanverwant;
Lieven Verhaegen wordt onmiddellijk ter zitting uitgenodigd en verzocht, in deze openbare vergadering en in handen van de voorzitter van de gemeenteraad, de voorgeschreven eed af te leggen:
' Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen'.
De heer Lieven Verhaegen wordt tot gemeenteraadslid titularis aangesteld.
Gelet op artikel 6 §7 van het Decreet lokaal beleid;
De raad stelt de dagorde als volgt vast:
| In gemeenteraad sinds | Behaalde stemmen | |
| 1. De Valck David | 29/09/1998 | 979 |
| 2. Elpers Steven | 04/01/2001 | 900 |
| 3. Vandevelde Mario | 02/01/2007 | 754 |
| 4. Abbeloos Tonia |
02/01/2007 | 689 |
| 5. Mostaert Chantal | 02/01/2007 |
339 |
| 6. Verspecht Joris | 02/01/2007 tot 19/06/2017 02/01/2019 |
946 |
| 7. Mast Maarten |
02/01/2013 | 1091 |
| 8. Casier Lien | 02/01/2013 | 762 |
| 9. Teugels Walter | 02/01/2013 | 439 |
| 10. De Mesmaeker Ludwig | 26/09/2016 | 229 |
| 11. Asselman Julie | 02/01/2019 | 932 |
| 12. Dours Toon | 02/01/2019 | 873 |
| 13. Luypaert Toon | 02/01/2019 | 562 |
| 14. Robberechts Luc | 02/01/2019 | 505 |
| 15. Van Den Eynde Stefaan | 02/01/2019 | 486 |
| 16. Hellinckx Nathalie | 02/01/2019 | 484 |
| 17. Del Piero Anne | 02/01/2019 | 471 |
| 18. Van Gestel Tom |
02/01/2019 | 418 |
| 19. Wijns Francis | 02/01/2019 | 391 |
| 20. Vandenbossche Tom | 02/01/2019 | 390 |
| 21. De Block Jean | 02/01/2019 | 264 |
| 22. De Bosscher Reinhoud | 02/01/2019 | 246 |
| 23. Vrijders Luc | 24/11/2020 | 315 |
| 24. De Potter Michiel | 29/03/2021 | 371 |
| 25. Verhaegen Lieven | 30/01/2023 | 227 |
Gelet op de wet van 31 december 1963 betreffende de Civiele Bescherming;
Gelet op de Ministeriële Omzendbrief - NPU 1 van 26 oktober 2006 betreffende de nood-en interventieplannen;
Gelet op de Wet van 22 mei 2001 houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de federale staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels hoofdstedelijk gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken;
Gelet op de Ministeriële Omzendbrief van 20 december 2002 betreffende de taken die de provinciale overheden voor de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken uitoefenen;
Gelet op de Wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid;
Gelet op het Koninklijk Besluit van 31 januari 2003 tot vaststelling van het noodplan voor de crisisgebeurtenissen en - situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen;
Gelet op de Ministeriële Omzendbrief - NPU 2 van 30 maart 2009 betreffende het nood- en interventieplan van de provinciegouverneur;
Gelet op de Ministeriële Omzendbrief - NPU 3 van 30 maart 2009 betreffende goedkeuring van de provinciale nood- en interventieplannen;
Gelet op de Ministeriële Omzendbrief - NPU 4 van 30 maart 2009 betreffende de disciplines;
Gelet op het Koninklijk Besluit van 10 juni 2014 tot bepaling van de opdrachten en taken van de civiele veiligheid uitgevoerd door de hulpverleningszones en de operationele eenheden van de Civiele Bescherming en tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 16 februari 2006 betreffende de nood- en interventieplannen;
Gelet op het Koninklijk Besluit van 1 mei 2016 tot vaststelling van het nationaal noodplan betreffende de aanpak van een terroristische gijzelneming of terroristische aanslag;
Gelet op het Koninklijk Besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van de noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeester en de provinciegouverneur in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen;
Gelet op het Koninklijk Besluit van 1 maart 2018 tot vaststelling van het nucleair en radiologisch noodplan van het Belgisch grondgebied;
Gelet op het Koninklijk Besluit van 18 mei 2020 tot vaststelling van het nationaal noodplan betreffende de aanpak van een terroristische gijzelneming of terroristische aanslag.
Overwegende dat de gemeente Merchtem beschikt over een goedgekeurd ANIP (Algemeen Nood- en InterventiePlan);
Gezien op 29 juni 2022 door de dienst noodplanning van de provincie Vlaams-Brabant gevraagd werd om het ANIP volledig te actualiseren en in de voorziene ICMS-structuur in te brengen en dit tegen 1 oktober 2022;
Gezien voor de actualisatie het provinciaal ANIP dient als model en de gids noodplaneditor (opstellen van een ANIP) van het nationaal crisiscentrum gebruikt te worden;
Overwegende dat het ANIP ter goedkeuring dient te worden voorgelegd aan de gouverneur nadat eerst de gemeentelijke goedkeuringen (veiligheidscel, burgemeester en gemeenteraad) werden doorlopen;
Gezien de actualisering van het ANIP, inclusief alle bijlagen en actiefiches, werd uitgevoerd (documenten als bijlage bij dit besluit).
Gezien een goed en geactualiseerd ANIP de basis is voor een efficiënte noodplanning.
Het ANIP (Algemeen Nood- en Interventieplan) van de gemeente Merchtem, inclusief bijlagen en actiefiches, in bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing d.d. 28 januari 2019 houdende aanduiding burgemeester Maarten Mast en raadslid Willem Maetens als gemeentelijke vertegenwoordigers van RLBK vzw;
Gelet op het schrijven d.d. 1 maart 2021 waarbij raadslid Willem Maetens ontslag neemt als gemeenteraadslid en lid voor de raad van maatschappelijk welzijn;
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing d.d. 21 februari 2022 houdende aanduiding voorzitter gemeenteraad Walter Teugels als effectief vertegenwoordiger voor de Algemene Vergadering ter vervanging van Willem Maetens;
Gelet op het schrijven d.d. 21 december 2022 van RLBK vzw met de uitnodiging voor de algemene vergadering op 22 maart 2023 met volgende agendapunten:
Artikel 1
Bovengenoemde agendapunten van de algemene vergadering van RLBK vzw van 22 maart 2023 worden goedgekeurd;
Artikel 2
Burgemeester Maarten Mast en voorzitter-gemeenteraad Walter Teugels aan te duiden als vertegenwoordigers van de gemeente om deel te nemen aan de Algemene Vergadering van RLBK vzw op 22 maart 2023;
Artikel 3
Afschrift van deze beslissing over te maken aan RLBK vzw, Houtemsesteenweg 23 te 1800 Vilvoorde of per e-mail info@brabantsekouters.be.
Gelet op de wet betreffende de politie op het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk Besluit van 16 maart 1968;
Gelet op het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
Gelet op het Ministerieel Besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald;
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/01 van 3 april 2009 betreffende de gemeentelijke aanvullende reglementen op de politie van het wegverkeer;
Gelet op de dienstorder MOW/MIN/2010/01 van 11 januari 2010 betreffende de procedure voor aanvullende reglementen op gewestwegen beheerd binnen het Vlaams Ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken;
Gelet op de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988 zoals gewijzigd;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 zoals gewijzigd;
Gelet op het Mobiliteitsplan, goedkeuring vaststelling in zitting van gemeenteraad d.d. 31 januari 2022;
Gezien in het Mobiliteitsplan voorzien is om de voorrangsregeling van het kruispunt N211 Wolvertemsesteenweg - Reedijk/Burchtlaan aan te passen;
Gezien het verkeer in de N211 Wolvertemsesteenweg van en naar de Burchtlaan voorrang krijgt op het verkeer van en naar de Reedijk;
Gezien deze verkeersmaatregel zal gesignaleerd worden in de N211 Wolvertemsesteenweg en de Burchtlaan met de voorrangsborden B15a en in de Reedijk met de voorrangsborden B7 en B5 in combinatie met een stopstreep;
Gelet op het verslag van het overleg tussen het AWV en gemeente Merchtem d.d. 14 februari 2022;
Gezien door de voorrangswijziging de fietsoversteek in de Burchtlaan uit de voorrang zal worden genomen;
Gezien dit zal gesignaleerd worden voor de fietsers met het voorrangsbord B1;
Artikel 1
Het verkeer in de N211 Wolvertemsesteenweg van en naar de Burchtlaan krijgt voorrang op het verkeer van en naar de Reedijk;
In de Burchtlaan wordt de fietsoversteek uit de voorrang genomen;
Artikel 2
Deze verkeersmaatregelen zullen gesignaleerd worden in de N211 Wolvertemsesteenweg en de Burchtlaan met de voorrangsborden B15a, in de Reedijk met de voorrangsborden B7 en B5 in combinatie met een stopstreep en met het voorrangsbord B1 t.h.v. de fietsoversteek in de Reedijk;
Artikel 3
Deze beslissing wordt ter goedkeuring overgemaakt aan het departement MOW.
Gelet op de wet betreffende de politie op het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk Besluit van 16 maart 1968;
Gelet op het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
Gelet op het Ministerieel Besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald;
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/01 van 3 april 2009 betreffende de gemeentelijke aanvullende reglementen op de politie van het wegverkeer;
Gelet op de dienstorder MOW/MIN/2010/01 van 11 januari 2010 betreffende de procedure voor aanvullende reglementen op gewestwegen beheerd binnen het Vlaams Ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken;
Gelet op de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988 zoals gewijzigd;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 zoals gewijzigd;
Gelet op de tijdelijke politieverordening POV/075/2022 d.d. 24 maart 2022 houdende goedkeuring wisselen parkeren van zijde in de Stationsstraat vanaf Mandsteenweg tot Spiegellaan;
Gezien deze tijdelijke verkeersmaatregel is gesignaleerd met de verkeersborden E1 langs de zijde met de oneven huisnummers;
Gezien de parkeerplaats voor personen met een handicap t.h.v. huisnr. 45 is verplaatst naar de overzijde van de rijweg;
Gezien deze tijdelijke verkeersmaatregel is geëvalueerd;
Gelet op het voorstel van de dienst Mobiliteit om:
Artikel 1
POV/075/2022 d.d. 24 maart 2022 houdende goedkeuring wisselen parkeren van zijde in de Stationsstraat vanaf Mandsteenweg tot Spiegellaan wordt opgeheven;
In de Stationsstraat vanaf de Mandsteenweg tot de Spiegellaan wordt een parkeer- en stationeerverbod ingevoerd langs de zijde met de oneven huisnummers;
De parkeerplaats voor personen met een handicap rechtover huisnr. 45 wordt gesupprimeerd;
Artikel 2
Deze verkeersmaatregel zal gesignaleerd worden met de parkeerverbodsborden E3 en onderborden GXa t.h.v. huisnrs. 45 en 55;
Artikel 3
Deze beslissing wordt ter kennisgeving overgemaakt aan het departement MOW.
Bijgevoegd de mail van Agentschap Binnenlands Bestuur, afdeling lokale financiën, m.b.t. de goedkeuring van de meerjarenplanaanpassing 5 2020 2025.
Ter kennis genomen.
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur;
Gelet op het decreet van 28 januari 1977, gewijzigd bij het decreet van 29 november 2002, tot bescherming van de namen van openbare wegen en pleinen;
Gezien er een nieuwe wegenis dient te worden aangelegd vanaf de de Stationsstraat (site Maalderij Meskens);
Gezien de uitbreiding van de bestaande wegenis;
Gezien aan deze wegenis een nieuwe straatnaam dient gegeven te worden omwille van de goede bereikbaarheid in het algemeen en de optimale bereikbaarheid van de hulpdiensten in het bijzonder;
Gelet op het advies van de Heemkring Soetendaelle die op een eerdere vraag vanuit het college opperden om een gekende vrouwennaam te geven;
Aangezien de Heemkring Soetendaelle verwijst naar 2 vrouwennamen:
- Zuster Eugenie Leyssens (1902-1986), die als eerste Merchtemse missiezuster naar China trok in 1931
- Leonie Van Veer (1912-2002), actief in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog.
In het verleden is echter gebleken dat bepaalde afkortingen (Lt. J. De Windestraat) voor de nodige verwarring zorgen.
Aangezien de dienst burgerzaken echter voorstelt om i.p.v. een minder historische vrouwennaam eerder een voorstel te doen in functie van de huidige site Maalderij;
Gelet op het voorstel van de dienst burgerzaken om de straatnaam 'Maalderijstraat' te benoemen;
Gelet op het voorstel van het college van burgemeester en schepenen om de nieuwe straat 'Maalderij' te noemen;
Artikel 1
Principieel de volgende straatnaam goed te keuren voor de wegenis vanaf de Stationsstraat (zie bijgevoegd plan);
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen opdracht te geven het advies in te winnen van de gemeentelijke cultuurraad, een openbaar onderzoek in te stellen en na afsluiting hiervan, het dossier voor definitieve goedkeuring van de straatnaam 'Maalderij' voor te leggen aan de gemeenteraad.
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
Gelet op de thans van kracht zijnde statuten van Haviland zoals gepubliceerd in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad op 21 november 2019;
Overwegende dat overeenkomstig artikel 4 van haar statuten Haviland tot doel heeft haar deelnemers bij te staan bij de uitvoering van hun taken door het verlenen van ondersteunende diensten, door de samenwerking tussen de gemeenten te bevorderen en door de ontwikkelingsinitiatieven in het belang van de groep van de aangesloten gemeenten en de regio ervan te nemen en/of te bestendigen binnen bepaalde beleidsdomeinen, waaronder openbare werken en projecten;
Gelet op de mogelijkheid van Haviland om, conform hogervermelde statuten, diensten te leveren in het belang van de aangesloten gemeenten, dit onder meer inzake openbare werken en de technische en administratieve begeleiding bij projecten;
Dat de gemeente Merchtem als deelnemer van de dienstverlenende vereniging Haviland in de mogelijkheid is om een beroep te doen op deze diensten van de vereniging;
Overwegende dat de toewijzing van de opdracht door de gemeente aan Haviland niet onderworpen is aan de wetgeving overheidsopdrachten, op grond van de in-house-vrijstelling overeenkomstig artikel 30 van de Wet Overheidsopdrachten van 17 juni 2016;
Dat op eventuele in opdracht van Haviland als aanbestedende overheid door derden uit te voeren leveringen, diensten of werken de wetgeving overheidsopdrachten wel onverkort van toepassing is, dit zowel wat betreft de plaatsing als de uitvoering van de opdracht;
Overwegende dat Haviland omwille van jarenlange ervaring in de begeleiding van de bouw van openbare gebouwen en haar technische expertise binnen het personeelsbestand de gemeente het best kan bijstaan in de projectbegeleiding met betrekking tot dit project;
Dat de gemeenteraad het dan ook aangewezen acht om voornoemde diensten toe te kennen aan Haviland overeenkomstig de modaliteiten zoals beschreven in de als bijlage toegevoegde overeenkomst, dit gelet op de expertise van Haviland op dit terrein;
Op voorstel van het College van Burgemeester en Schepenen;
Overwegende dat de nodige kredieten betreffende de uitvoering van dit samenwerkingsakkoord met Haviland reeds voorzien zijn in de meerjarenplanning;
Artikel 1
De gemeenteraad geeft opdracht aan Haviland voor het uitvoeren van de opdracht projectregie overeenkomstig bijgevoegde overeenkomst, en keurt deze overeenkomst goed.
Artikel 2
De gemeenteraad gelast het College van Burgemeester en Schepenen met de uitvoering van dit besluit, en zal in het meerjarenplan de nodige budgetten voorzien bij de eerstvolgende wijziging.
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, zoals gewijzigd;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018, zoals gewijzigd;
Gelet op de Pachtwet;
Gezien de gemeente eigenaar werd van een aantal percelen grond kadastraal gekend als afdeling 1, sectie E, nrs. 0193P0000, 0194BP0000, 0194CP0000, 0196AP0000, 0199FP0000 en 0199GP0000;
Gezien Dirk Van Regenmortel pachter is van bovenvermelde percelen grond;
Gelet op de ontwerpakte pacht-pachtverzaking opgemaakt door notaris Robbe Tack te Merchtem;
Gezien de pachter recht heeft op een uittredingsvergoeding;
De ontwerpakte pacht-pachtverzaking, opgemaakt door notaris Robbe Tack te Merchtem, wordt goedgekeurd.
Gelet op de bepalingen opgenomen in het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 41;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 20 juni 2022 houdende goedkeuring aankoop drie stroken grond gelegen ter hoogte van Ten Houte en Kemmeken, kadastraal gekend als sectie A, nummers 87f/deel, 104a/deel en 20k/deel;
Gelet op de ontwerpakte van aankoop opgemaakt door notarissen Podevyn/Tack te Merchtem voor de aankoop van drie stroken grond gelegen ter hoogte van Ten Houte en Kemmeken, kadastraal gekend als sectie A, deel van nummers 0020KP0000, 0087FP0000 en 0104AP0000;
De raad keurt de ontwerpakte van aankoop, opgemaakt door notarissen Podevyn/Tack te Merchtem voor de aankoop van drie stroken grond gelegen ter hoogte van Ten Houte en Kemmeken, kadastraal gekend als sectie A, deel van nummers 0020KP0000, 0087FP0000 en 0104AP0000, goed.
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, zoals gewijzigd;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018, zoals gewijzigd;
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 24 oktober 2022 i.v.m. de goedkeuring aankoop van een perceel grond gelegen aan Benoit Ballonstraat 30, kadastraal gekend als afdeling 1, sectie A, nr. 482 Z 2;
Gezien het perceel grond gelegen Benoit Ballonstraat 30, kadastraal gekend als afdeling 1, sectie A, nr. 482 Z 2, opnieuw eigendom van de gemeente geworden is ingevolge het recht van wederinkoop;
Gezien het wenselijk is om dit lot binnen korte termijn te koop aan te bieden en dit via de procedure Biddit;
Overwegende dat hiervoor opdracht zal gegeven worden aan notarissen Podevyn-Tack, ingevolge hun aanstelling als notaris;
Artikel 1
De raad beslist dat het perceel grond gelegen aan Benoit Ballonstraat 30, kadastraal gekend als afdeling 1, sectie A, nr. 482 Z 2, zal te koop aangeboden worden via de procedure Biddit;
Artikel 2
De raad beslist de burgemeester en de algemeen directeur mandaat te geven om het hoogste bod te aanvaarden.
De overeenkomst met 3Wplus Energie betreffende het project "Mobiel Energiehuis 2.0" kadert binnen de ondersteuning van het Lokaal Energie- en Klimaatpact (LEKP):
Het energiehuis van 3Wplus biedt via het Mobiel Energiehuis de expertise rond energiebesparing aan.
Het Mobiel Energiehuis 2.0 zal zich engageren om de volgende acties uit te voeren:
Kostprijs: 10.500 euro per jaar (periode van 3 jaar)
De gemeenteraad stemt in met de samenwerking met het Energiehuis van 3Wplus voor het project "Het Mobiel Energiehuis 2.0" en gaat akkoord met de ondertekening van de
samenwerkingsovereenkomst voor de periode van 2023 tot en met 2025.
PRO Merchtem wil dat de gemeente Merchtem direct een belasting bijkomende wooneenheden en bouwkavels invoert. De opmaak van het RUP Merchtem centrum heeft heel veel projectontwikkelaars aangezet om nog vlug hun bouwaanvraag in te dienen. Het gevolg is dat er de komende jaren weer extra veel nieuwe inwoners zullen bijkomen. Een financieel onhoudbare situatie omdat door de sterke groei van onze gemeente er ook meer taken en dienstverlening zal nodig zijn. De vele bouwdossiers zullen voor de gemeente ook financiële- en personeelslaten met zich meebrengen. Wij denken aan volgende zaken:
Met de opbrengsten uit deze belasting wil PRO Merchtem extra werk maken van kwalitatieve omgeving met een voldoende voorzieningsniveau wat op heden toch een probleem vormt on onze gemeente. We hopen hiermee de bouwwoede in Merchtem een beetje af te remmen. Het belastingreglement moet ook een aanmoediging zijn om werk te maken voor het realiseren van sociale woningen om zo ons sociaal objectief te realiseren als gemeente Merchtem.
Natuurlijk willen wij geen inwoners straffen die een nieuwe woning wil realiseren op een bestaand perceel of een woning wil omvormen tot co-housing, kangoeroe- of zorgwoning. Ook sociale huisvestingsmaatschappijen en projecten die het sociaal huisvesting wil realiseren willen wij vrijstellen. Dit is ingegeven vanuit juridische noodzaak om tijdig het bindend sociaal objectief van de gemeente wil realiseren. Door een vrijstelling te geven wil PRO Merchtem de gemeente de ontwikkelaars aansporen om samen met de sociale huisvestingsmaatschappijen of sociale verhuurkantoren voor bijkomende (huur)woningen te zorgen.
Ter stemming:
De gemeente Merchtem voert een belasting in op bijkomende woonéénheden en bouwkavels.
Als bijlage:
Voorstel PRO Merchtem uitvoering van deze nieuwe belasting.
Regelgeving
Artikel 170, §4 van de Grondwet.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 41 en uitvoeringsbesluiten.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018 betreffende de openbaarheid van bestuur.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Gecodificeerde decreten Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2019, meer bepaald artikelen 4.1.1. en 4.2.4.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 met betrekking tot de gemeentefiscaliteit.
Advies en motivering
De gemeente wil een eenzijdige financiële belasting opleggen via dit belastingsreglement in het kader van de omgevingsvergunning. Deze belasting is gebaseerd op de vaststelling dat de gemeente zowel bij kleine als grote(re) projecten van verkaveling of bijkomende wooneenheden telkens bijkomende taken of dienstverlening moet realiseren. De bijkomende taken omvatten onder meer:
Met deze extra inkomsten kan de gemeente een kwalitatieve omgeving met een voldoende voorzieningsniveau blijven garanderen. Deze belasting verlicht de financiële lasten van de gemeente Merchtem. Hierbij dient verduidelijkt dat de bouw van een nieuwe woning met 1 wooneenheid op een, op het tijdstip van inwerkingtreding van huidig belastingreglement, bestaand bouwperceel niet wordt beschouwd als een bijkomende wooneenheid.
De belasting op bijkomende wooneenheden en bijkomende kavels is ook niet verschuldigd voor de eerste wooneenheid op een bijkomend bouwperceel in het geval dat de belasting voor dit bijkomend bouwperceel in toepassing van dit reglement reeds verschuldigd is.
Het tarief van de belasting op bijkomende wooneenheden en bijkomende kavels is progressief opgevat, omdat de bijkomende taken die de gemeenten moet opnemen ten gevolge van het uitvoeren van een project, omvattender en groter zijn naarmate het project groter is (i.e. meer kavels omvat en/of meer wooneenheden omvat). Meer kavels of meer wooneenheden hebben bijgevolg een grotere en meer acute impact op de gemeentelijke taken of dienstverlening met telkens hogere kosten. Verdichting van het bestaande woonweefsel zet extra druk op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving. De druk op de omgeving van één perceel met een meergezinswoning en van een perceel dat opgesplitst wordt in meerdere percelen, is hoger dan wanneer er geen meergezinswoning wordt gebouwd of wanneer er gebouwd wordt op dat grotere perceel. Grotere verdichting brengt extra druk teweeg op de leefbaarheid van de omgeving en veroorzaakt extra kosten voor de gemeente. In dit belastingreglement zijn drie vrijstellingen voorzien:
1. Voor zorgwonen. Deze vrijstelling is opgenomen in de definitie van bijkomende wooneenheid. De uitzondering voorzien in dit reglement voor zorgwonen is gerechtvaardigd omdat een bijkomende wooneenheid voor zorgwonen per definitie tijdelijk is en wordt gecreëerd om tegemoet te komen aan concrete zorgnoden waardoor mensen langer in een woning kunnen blijven wonen in plaats van naar een verzorgingsinstelling te moeten verhuizen. Op die manier wil het gemeentebestuur levenslang (thuis)wonen bevorderen. Het gaat om zorgwonen zoals bedoeld in de Gecodificeerde decreten Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ("Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening") van 15 mei 2019. Onder zorgwonen wordt op het moment van inwerkingtreding van dit reglement verstaan : een vorm van wonen waarbij voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden : a) in een bestaande woning wordt één ondergeschikte wooneenheid gecreëerd, b) de ondergeschikte wooneenheid vormt één fysiek geheel met de hoofdwooneenheid, c) de ondergeschikte wooneenheid, daaronder niet begrepen de met de hoofdwooneenheid gedeelde ruimten, maakt ten hoogste één derde uit van het bouwvolume van de volledige woning, d) de creatie van de ondergeschikte wooneenheid gebeurt met het oog op het huisvesten van : 1) hetzij ten hoogste twee personen, waarvan ten minste één persoon 65 jaar of ouder is; 2) hetzij ten hoogste twee personen, waarvan ten minste één persoon die hulpbehoevend is. Een hulpbehoevende persoon is een persoon met een handicap, een persoon die in aanmerking komt voor een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood of een basisondersteuningsbudget als vermeld in artikel 4, eerste lid, 1°, 2° en 3°, van het decreet van 18 3/8 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, of een persoon die een behoefte heeft aan ondersteuning om zich in zijn thuismilieu te kunnen handhaven. De kinderen ten laste van de hulpbehoevende persoon worden niet meegerekend bij het bepalen van het maximum van twee personen; 3) hetzij de zorgverlener indien de personen, vermeld in punt 1 of 2, gehuisvest blijven in de hoofdwooneenheid. e) de eigendom, of ten minste de blote eigendom, op de hoofd- en de ondergeschikte wooneenheid berust bij dezelfde titularis of titularissen.
2. Voor sociale huisvestingsmaatschappijen is er een vrijstelling van de belasting voorzien. Deze vrijstelling is gerechtvaardigd omdat het gaat om instellingen die handelen in functie van wettelijke opdracht tot het realiseren van sociale woningen.
3. Een belastingvermindering of volledige vrijstelling voor de realisatie van sociale huisvesting door andere dan sociale huisvestingsmaatschappijen (artikel 10) (voor bijkomende wooneenheden en bijkomende bouwpercelen). De belastingvermindering of belastingvrijstelling voor de realisatie van sociale huisvesting is ingegeven vanuit juridische noodzaak om tijdig het bindend sociaal objectief van de gemeente te realiseren. Door de belastingvermindering en belastingvrijstelling wil de gemeente de ontwikkelaars aansporen om samen met sociale huisvestingsmaatschappijen of sociale verhuurkantoren voor bijkomende sociale (huur)woningen te zorgen. Deze vrijstellingen moeten los worden gezien van het opleggen van stedenbouwkundige lasten: ze worden bvb. niet gecompenseerd door extra stedenbouwkundige lasten.
Besluit:
Artikel 1
Vanaf 1 februari 2023 wordt een belasting geheven op de creatie van bijkomende wooneenheden en bijkomende bouwpercelen. Dit reglement is van toepassing op de aanvragen omgevingsvergunning die ingediend worden vanaf 1 januari 2023.
Artikel 2
Definities
Een wooneenheid is elke eenheid in een woongebouw die ontworpen of aangepast is om afzonderlijk te worden gebruikt en die minstens over de volgende woonvoorzieningen beschikt om autonoom te kunnen functioneren : een woon- of verblijfsruimte in combinatie met een toilet, een douche of bad en een keuken of kitchenette
Onder bijkomende wooneenheid wordt verstaan: de realisatie van een bijkomende wooneenheid ten opzichte van een op 31 januari 2023 vergunde wooneenheid.
Als bijkomende wooneenheid wordt niet beschouwd:
- het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor de bouw van de in de verkavelingsvoorschriften voorziene aantal wooneenheid of wooneenheden wanneer deze worden gebouwd op een kavel of kavels die reeds deel uitmaakt(en) van een omgevingsvergunning die onder het toepassingsgebied van deze belasting op bijkomende wooneenheden en bouwpercelen viel;
- het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor de bouw van een eerste wooneenheid op een vrijliggend perceel waarop een woning kan geplaatst worden langs een voldoende uitgeruste weg; - een bijkomende wooneenheid die onder de definitie van zorgwonen valt (zoals bedoeld in de Gecodificeerde decreten Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ("Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening") van 15 mei 2019.
Verkavelen: een grond vrijwillig verdelen via een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden of via een notariële splitsing in twee of meer kavels om ten minste één van deze kavels te verkopen of te verhuren voor méér dan negen jaar, om er een recht van erfpacht of opstal op te vestigen, of om één van deze overdrachtsvormen aan te bieden, zelfs onder opschortende voorwaarde, zulks met het oog op woningbouw of de oprichting van constructies.
Onder bijkomende kavel wordt verstaan: een grond of perceel waarop een woning kan gebouwd worden via verkavelen of door een wijziging van een plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan waardoor een grond de bestemming krijgt waar een nieuwe woning kan gebouwd worden.
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de aanvrager van de omgevingsvergunning waardoor de bijkomende wooneenheden en/of bouwpercelen worden gecreëerd, waaronder de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden.
Artikel 4: Tarief bijkomende kavels
Tarief bijkomende kavels
De belasting op bijkomende kavels wordt vastgesteld als volgt:
1. 1 bijkomende kavel: 1.000 EUR per kavel = 1.000 EUR
2. 2 bijkomende kavels: 2.000 EUR per kavel = 4.000 EUR
3. 3 bijkomende kavels: 3.000 EUR per kavel = 9.000 EUR
4. 4 bijkomende kavels: 4.000 EUR per kavel = 16.000 EUR
5. 5 bijkomende kavels: 5.000 EUR per kavel = 25.000 EUR
6. 6 bijkomende kavels: 6.000 EUR per kavel = 36.000 EUR
7. 7 bijkomende kavels: 7.000 EUR per kavel = 49.000 EUR
8. 8 bijkomende kavels: 8.000 EUR per kavel = 64.000 EUR
9. 9 bijkomende kavels: 9.000 EUR per kavel = 81.000 EUR
10. 10 bijkomende kavels en meer: 10.000 EUR per kavel
Wanneer een in het kader van dit belastingreglement betrokken kavel binnen een termijn van 10 jaar na het definitief worden van de omgevingsvergunning waarbij deze kavel werd gecreëerd verder opgesplitst wordt, moet bij een nieuwe omgevingsvergunning voor verdere opdeling van een of meer kavels voor het bepalen van het tarief, het aantal bijkomende kavels dat gecreëerd werd in de oorspronkelijk omgevingsvergunning vermeerderd worden met het aantal bijkomend gecreëerde bijkomende kavels in de nieuwe omgevingsvergunning. De reeds betaalde bedragen van alle voorgaande toepassingen van dit reglement binnen de 10 jaar op de betreffende verkaveling worden verrekend in min bij de aanslag.
Artikel 5: Tarief bijkomende wooneenheden
De belasting op bijkomende wooneenheden wordt vastgesteld als volgt:
1 bijkomende wooneenheid: 1.000 EUR per wooneenheid = 1.000 EUR
2 bijkomende wooneenheden: 2.000 EUR per wooneenheid =4.000 EUR
3 bijkomende wooneenheden: 3.000 EUR per wooneenheid = 9.000 EUR
4 bijkomende wooneenheden: 4.000 EUR per wooneenheid = 16.000 EUR
5 bijkomende wooneenheden: 5.000 EUR per wooneenheid = 25.000 EUR
6 bijkomende wooneenheid: 6.000 EUR per wooneenheid = 36.000 EUR
7 bijkomende wooneenheid: 7.000 EUR per wooneenheid = 49.000 EUR
8 bijkomende wooneenheid: 8.000 EUR per wooneenheid = 64.000 EUR
9 bijkomende wooneenheid: 9.000 EUR per wooneenheid = 81.000 EUR
10 bijkomende wooneenheden en meer: 10.000 EUR per wooneenheid
Artikel 6: De belasting bedoeld in artikel 4 en 5 is verschuldigd op het moment van het afleveren van uitvoerbare omgevingsvergunning. De berekening gebeurt voor de totaliteit van het projectgebied en kan niet opgedeeld worden door fasering van het project of deelprojecten van naast- en aanliggende percelen met gelijkwaardig stedenbouwkundig programma.
Artikel 7: De belasting wort gevestigd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
De Belasting wordt terugbetaald wanneer de belastingplichtige aantoont dat de vergunning is vervallen of vernietigd.
Artikel 8 : Vrijstellingen
§1 Sociale huisvestingsmaatschappijen Sociale huisvestingsmaatschappijen zijn niet onderworpen aan deze belasting voor de bijkomende wooneenheden en kavels die ze realiseren in het kader van hun wettelijke opdracht om sociale woningen te realiseren.
§ 2 Vrijstelling voor realisatie sociale huurwoningen die meetellen voor het bindend sociaal objectief De belasting is niet verschuldigd wanneer een aantal sociale woningen wordt gerealiseerd die meetelt voor het bindend sociaal objectief. Dat aantal is gelijk aan of meer dan 25% van de bijkomende kavels en/of wooneenheden begrepen in de omgevingsvergunningsaanvraag. Deze bijkomende sociale woningen moeten niet gerealiseerd worden binnen het project waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Het is ook mogelijk de sociale woningen te realiseren in een ander project (binnen een gestelde termijn) of een bestaande woning hiervoor aan te wenden op voorwaarde van een overeenkomst met de gemeente.
De aanvrager van de omgevingsvergunning moet desgevallend een overeenkomst met een sociale huisvestingsmaatschappij en/of sociaal verhuurkantoor bezorgen aan de gemeente voor de verlening van de vergunning in eerste aanleg door de gemeente. De overeenkomst met het sociaal verhuurkantoor heeft een duurtijd van minstens 27 jaar.
Indien het vooropgesteld percentage van 25% uit het eerste lid niet bereikt wordt om een volledige vrijstelling te bekomen, zullen de sociale wooneenheden die op deze manier gerealiseerd worden, niet meegeteld worden voor het berekenen van de belasting zoals bedoeld in artikel 4 en 5. Echter, indien deze sociale woningen worden gerealiseerd in uitvoering van een overeenkomst met de gemeente zoals bedoeld in artikel 9 § 2, tellen ze wel mee voor de berekening van de belasting en voor de 25% bedoeld in het eerste lid.
Artikel 9: Terugbetaling van de belasting
§ 1 Verval, weigering, intrekking of opheffing van de vergunning
De belasting wordt terugbetaald wanneer de belastingplichtige aantoont dat de vergunning is vervallen of wanneer hij aantoont dat de vergunning door de deputatie definitief is geweigerd. Een weigering is definitief vanaf de datum waarop in laatste administratieve aanleg beslist werd om de vergunning niet af te leveren. Met een definitieve weigering wordt gelijkgesteld, de definitieve intrekking of opheffing van de vergunning.
§ 2 Bindend sociaal objectief – realisatie sociale woningen binnen de drie jaar na afleveren omgevingsvergunning in eerste aanleg.
Als de belastingplichtige aantoont dat het in artikel 8 § 2 bedoelde aantal sociale woningen werd gerealiseerd binnen de drie jaar na het verlenen van de omgevingsvergunning in eerste aanleg, zal de belasting terugbetaald worden. Deze belasting wordt gedeeltelijk terugbetaald wanneer er toepassing wordt gemaakt van artikel 8 § 2, 3 de lid. De belastingplichtige die van deze mogelijkheid wil gebruik maken, sluit voor de aanvang van de werken in het kader van de verleende omgevingsvergunning in eerste aanleg een overeenkomst af met de gemeente. Binnen de gestelde termijn levert hij het bewijs van realisatie van de sociale woningen.
Artikel 10: Het verschuldigd zijn van deze belasting sluit niet uit dat de gemeente bij de vergunning een stedenbouwkundige last oplegt teneinde werken te financieren of werken te laten uitvoeren die in een directe relatie staan tot het vergunde project.
Artikel 11: De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.
Artikel 12: Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII,(Vestiging en Invordering van de belastingen) hoofdstukken 1 (algemene bepalingen), 3 onderzoek en controle), 4 bewijsmiddelen van de administratie, 6 tot en met 9bis (aanslagtermijn,rechtsmiddelen, invordering van de belasting waaronder de nalatigheids- en moratoriumintrest; rechten en voorrechten van de schatkist,) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek (betreft o.m. de verjaring en de vervolgingen) van toepassing voor zover zij met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen.
Namens de gemeenteraad,
Namens Gemeenteraad,
Chris Van den Bossche
Algemeen directeur
Walter Teugels
Voorzitter gemeenteraad